*

 
dossier

Archief

De belastingdienst gaat nooit op vakantie

Evert Wasch − 02/09/00, 00:00

Wie dacht dat de fiscus zich niet met de vakantie bemoeit vergist zich. We komen de belasting rond de vakantie op allerlei terreinen tegen. Uiteraard de bekende vakantietoeslag van meestal 8 procent van het laatste jaarsalaris, belast tegen een bijzonder tarief. Een ander voorbeeld: de mogelijkheid om vrije tijd om te zetten in aardige dingen van de werkgever, zoals een computer. De mogelijkheid bestaat namelijk om een pc-project op te zetten waarbij men als werknemer de op geld waardeerbare vrije tijd uitruilt tegen een pc van de werkgever. Daarbij gelden fiscaal allerlei voorwaarden.

Indien men hierin is geïnteresseerd kan men het beste contact opnemen met de belastingdienst, die standaardovereenkomsten kan verstrekken en die desgewenst bereid is een en ander gezamenlijk met de bedrijfsvereniging te begeleiden.

Hiermee hangt nauw samen de mogelijke belastbaarheid van opgespaarde vakantiedagen. Er is sprake van een mogelijke wettelijke regeling die in principe de van het ene naar het andere jaar overgehevelde vakantiedagen belast. Het is goed dit tijdig in de gaten te houden en ofwel de dagen om te zetten in iets als een pc, dan wel de dagen op te nemen als men de belastbaarheid wil vermijden. Ook reikt de arm van de fiscus tot aan de beroemde 300 gulden die men jaar in jaar uit als werknemer bij wijze van verrassing ontvangt. De werkgever mag die niet zomaar uitkeren, want er moet sprake zijn van een officiële feestdag (of van een zeer bijzondere gebeurtenis in de persoonlijke levenssfeer van de werknemer). Het simpelweg uitkeren van dit bedrag ter gelegenheid van het begin van de vakantie is een akelig dure grap. De uitkering is dan niet vrijgesteld en zal worden gebruteerd voor loonheffing en sociale verzekeringen, met daaroverheen mogelijk nog een boete.

Een ander punt dat in de praktijk met vrije tijd en vakantie samenhangt zijn de gezellige personeelsuitstapjes. De zaak bestaat zoveel jaar en de baas vindt het reuze gezellig om met het hele personeel een week(einde) op stap te gaan. Als werknemer zal men zich daaraan niet kunnen onttrekken en dat geldt ook voor de partner van de werknemer als die wordt uitgenodigd. In principe is het hele bedrag van het uitstapje belastbaar loon, waarbij de werkgever de loonbelasting voor zijn rekening kan nemen. Gaat het om een heel kort uitstapje dan valt er nog wel eens te praten over het alleen belasten van de uitgespaarde kosten van vertering. Het is verstandig de fiscale gevolgen van zulke vakantie-achtige tripjes van tevoren met de fiscus en bedrijfsvereniging af te kaarten.

Het is mogelijk om een deel van het salaris te reserveren voor vrije tijd. Dit is wel gemaximeerd tot 10 procent van het jaarloon, en kan dan bijvoorbeeld worden omgezet in opfrisverlof.

Vakantiewoningen ten slotte zijn nu nog fiscaal interessant, maar vanaf volgend jaar veel minder. Voor de Nederlandse vakantiewoning geldt dat belast is de huurwaarde op basis van de WOZ en dat de financieringsrente in aftrek kan worden gebracht. Als het een woning is die uitsluitend voor verhuur dient geldt niet als ontvangst de W0Z-huurwaarde, maar de werkelijk ontvangen huur en kunnen alle kosten, lasten en afschrijvingen in mindering komen op de huur. Indien de woning een deel van het jaar wordt verhuurd is de WOZ-waarde over de eigen gebruiksperiode van toepassing en moet men van de ontvangen huur 75 procent opgeven als inkomen. Vanaf 2001 wordt dit helemaal anders. De tweede woning valt onder de vermogensrendementsheffing. Zeker bij zwaar gefinancierde vakantiewoningen zonder behoorlijke huuropbrengsten kan dit tot problemen leiden. De periode na deze vakantie kan dan worden gebruikt om na te denken over het aanhouden van een dergelijke woning. Voor woningen in het buitenland hangt het af van het belastingverdrag met het betreffende land hoe de belastbaarheid plaatsvindt. Wij zullen op de vakantiewoningperikelen in het najaar nog uitgebreid terugkomen.

mailIcon print |