'Hou me te goede' staat op het houten gebouw bij het voetveer naar slot Loevestein, waar de passagiers een kaartje kunnen kopen. Net als je je afvraagt waar die spreuk op slaat, zie je dat het loket dicht is. In de wintermaanden gaat er geen boot naar Loevestein. De nieuwe regeling is op 1 november ingegaan. Pas in april wordt de veerdienst hervat. Tot die tijd is het slot alleen per auto bereikbaar. Da's een tegenvaller, meteen aan het begin van de wandeling door de vesting Woudrichem. Maar wie eerst bij het toeristen informatiebureau langsgaat, waar je ook de wandelroute kunt aanschaffen, wordt gewaarschuwd dat je alleen in de zomermaanden nog naar Loevestein kunt varen. En de hulpvaardige heer H. Bergshoeff, die ondanks de beperkte openingstijden van het infobureau na een telefoontje altijd klaarstaat voor bezoekers, geeft er meteen een tweede waarschuwing bij. Op zaterdag 18 november (vandaag dus) kun je maar beter niet gaan wandelen in Woudrichem vanwege de intocht van Sinterklaas. Dan wordt het een 'gekkenhuis', voorspelt Bergshoeff.
Op deze druilerige dag kun je een kanon afschieten in de vesting. We beginnen de tocht bij de Loevesteinse poort. Links staat de voormalige kazerne (1850) die herinnert aan de tijd dat Woudrichem nog een garnizoensstad was. Nu biedt het gebouw onderdak aan een galerie en atelier, een literair café en een zangkoor. De poort stelt niet veel voor en is niet meer dan een doorgang in de wal, maar het uitzicht op de gracht erachter met in de verte een muur die dienst doet als waterkering, is fraai. Op de kering staat een grappig klein torentje.
We gaan linksaf het grindpad op naar het voetveer naar Loeve-stein en passeren daarbij de jachthaven met de toepasselijke naam 'Ut gatje'. Ook hier is het volop wintertijd: de steigers en boten zijn verlaten en het kantoor van de havenmeester is gesloten. Je hoort jezelf lopen en het water klotsen en die omstandigheden inspireerden wellicht ook de schrijver van het gedicht dat rondom op het drijvende gebouw van de havenmeester is aangebracht. 'Voetstappen naderen, op de wal knarst het grint. De wieken van de molen klappen in de wind. De torenklok galmt: verstrijken van tijd, verleden en heden, 't is Woerkum gelijk. Klotsend water streelt het bruine staal, als de visser - zwijgend - zijn netten haalt. Snerpende riemen, een eendenpaar vlucht, de dreun van diesel lost op in de lucht.'
Na nog een laatste blik op het onbereikbare slot Loevestein en een strandje aan de overkant van de rivier, dat naar de zomer doet verlangen, klauteren we via een trap de (Rijks)wal op, een onderdeel van de verdedigingswerken die in 1584 in opdracht van prins Willem van Oranje zijn aangelegd rondom de vesting. Bij het beeld van de zalmvisser, die herinnert aan de tijd dat de (zalm)visserij een belangrijke inkomstenbron was voor Woudrichem, doen we wat de schrijver van de wandelroute ons opdraagt. We turen over het water en genieten van het rivierengebied, dat Tollens inspireerde tot de dichtregels: 'Waar Maas en Waal tezamen stroomt en Gorkum rijst van ver, daar heft zich op den linkerzoom en spiegelt in den breden stroom een slot van eeuwen her'.
Iets verder, bij de gevangenpoort, de enige overgebleven poort in Woudrichem, valt er nog veel meer te genieten. Op dit punt komen Merwede, Waal en Maas samen en kun je drie provincies tegelijk zien: Noord-Brabant, Gelderland en Zuid-Holland. Dan wordt ook zonneklaar waarom Woudrichem een versterkte vesting moest worden. Op zo'n strategisch punt wilde iedereen wel zitten. Sinterklaas meert hier vandaag af. De grootste bloei maakte Woudrichem door in de veertiende eeuw, vooral na 1354, toen de heren van Altena op deze plek tol gingen heffen van alle schippers op de rivier. Twee jaar later kreeg Woudrichem stadsrechten met alle bijbehorende voorzieningen, zoals een nieuwe grote kerk en raadhuis, een hospitaal en tolhuis, dat was ingericht in het fraai gerestaureerde Jacoba van Beierenhuis aan de Molenstraat, het oudste pand in de vesting. De strategische ligging aan het water leidde ertoe dat Woudrichem ook in de Tachtigjarige Oorlog een belangrijke rol speelde als vestingstad.
Zo levendig en bewogen als de historie van Woudrichem was, zo slaperig en verstild is de sfeer er nu. Het gemeentebestuur is wars van massatoerisme, maar dat heeft er wel toe geleid dat de meeste middenstanders zijn vertrokken uit de oude vesting. Ook de horecavoorzieningen zijn er dun gezaaid. Vanwege de strategische ligging ga je hier ook niet meer wonen. Er staan vrij veel huizen te koop in de vesting, sommige met een schitterend uitzicht op de rivier. Volgens een oudere bewoner die zijn dagelijkse ommetje maakt over de wal, trekken bewoners weg omdat het stadje zo ongunstig ligt met het oog op de files voor de brug bij Gorinchem.
Als de zoveelste bui neerklettert, lopen we bij de Koepoort van de wal naar beneden een stukje de Kerkstraat in, om te schuilen in de luwte van de toren van de Nederlandse Hervormde kerk, een laatgotische kruiskerk uit de vijftiende eeuw. Ondertussen de toren bestudeerd, waarin medaillons met koppen zijn afgebeeld. Langs het arsenaal en het (gesloten) visserijmuseum terug naar de wal, om de herbouwde korenmolen 'Nooitgedagt' (uit 1622) te bekijken, die net voor de bevrijding werd opgeblazen. Vandaar weer naar beneden de Landpoortstraat in en vervolgens linksaf de Molenstraat in om even binnen te wippen bij galerie Brabant, maar die is ook al dicht, net als de korenmolen. Gelukkig houdt café-restaurant De heren van Altena geen winterslaap. Daar vernemen we dat Woudrichem eigenlijk al in het begin van de tiende eeuw is ontstaan, toen de grootgrondbezitter Waldrik een houten huis had op de oevers van de Waal. UUalrichesheim ('met dubbele hoofdletter U', doceert een behulpzame inwoner) was de eerste benaming voor deze nederzetting. Gek, die informatie zijn we nog nergens tegengekomen op de informatieborden langs de wandelroute.
Dat die conclusie voorbarig is, blijkt als we de allerlaatste meters van de wandelroute afleggen in de Hoogstraat, vroeger maar ook nu nog steeds de voornaamste straat van Woudrichem met prachtige, veelal gerestaureerde panden uit de zestiende eeuw. Daar lezen we dat de oudste vermelding van Woudrichem UUalrichesheim was, inderdaad met twee keer een hoofdletter U. De Hoogstraat komt uit op het parkeerterrein. Je mag er gratis parkeren net zoals in de rest van de oude vesting. ,,Vroeger molken ze hier elke passant uit met tolheffingen. Nu mogen ze blij zijn met iedere bezoeker'', zegt een man die zijn hond uitlaat.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.