Zinloos geweld is volgens de filosoof Ad Verbrugge niet zomaar een uiting van redeloze mensen, maar heeft wel degelijk een zin: ,,Het geeft aan dat we iets over het hoofd hebben gezien, dat we in onze samenleving niet helemaal de consequenties hebben overzien van de taboes die we hebben doorbroken, de traditionele waarden die we vaarwel hebben gezegd en de hoogmoed waarmee we onze eigen inzichten als de hoogste waarheid hebben verkondigd.''
Verbrugge sprak zaterdag op het symposium 'rechtvaardigheid en verzoening; over de fundamenten van de moraal in een tijd van geweld', georganiseerd door de Universiteit Leiden, de katholieke Radboudstichting en de Stichting voor Reformatorische Wijsbegeerte.
Hij bracht het geweld in verband met het idee van een cultuur die zelfontplooiing tot het hoogste goed heeft verheven; de populaire media geven een beeld van het leven waarin alleen het eigen genot telt, zelfs als dat ten koste gaat van de medemens: ,,Zodra de gevoelsbeleving van de subjectieve vrijheid centraal staat en de wereld daartoe gebruikt wordt, is het recht van de medemens niet meer echt wezenlijk. De roes van de eigen beleving, zoals die in televisie, film, popcultuur, overmatig drankgebruik, kicks en trips te voorschijn komt, laat het kwaadaardige en wrede gezicht zien van deze dionysische extase.''
Naast zwaardere straffen, zagen de sprekers in opnieuw invoeren van 'christelijke waarden' een antwoord op deze 'tijd van geweld'. Het is, meende de filosoof Andreas Kinneging, niet langer voldoende om uit te gaan van het liberale schadebeginsel - een beginsel dat zegt dat we de ander niet mogen schaden door onze handelingen. Kinneging verwerpt dit liberale principe van rechtvaardigheid niet, maar meent dat het aangevuld moet worden met het christelijk-humanistische idee van vergeving, terwijl anderen spreken over berouw en verzoening.
De ethicus Paul van Tongeren ging nader in op het probleem van het vergeven. Hij betoogde dat vergeving het midden houdt tussen vergeten en herinneren: ,,Wie het kwaad vergeet, heeft daarmee nog niet vergeven. Of hij de dader ook vergeven heeft zal blijken als hij zich het kwaad weer herinnert. Maar wie vast zit aan zijn herinnering, kan niet alleen niet vergeten maar ook niet vergeven. Zo iemand kan aan de feiten geen andere betekenis geven en omdat de feiten niet ongedaan gemaakt kunnen worden, blijft ook de haat, de wrok jegens degene die ze veroorzaakt heeft.''
In zijn lezing gaf Van Tongeren een aantal observaties die duidelijk maken waarom vergeving bijna onmogelijk is. Vergeving en berouw, zo meent hij, kunnen nooit voortkomen uit het verwachte effect. ,,Berouw tonen omdat de ander dan wellicht vergeeft is geen echt berouw; vergeven omdat ik denk dat het goed is voor de dader is geen echte vergeving. Wat moet er in het laatste geval gebeuren als het goede effect van het vergeven uitblijft? De vergeving weer intrekken? Vergeving kan bovendien niet afgedwongen worden door berouw. Het is onmogelijk om te zeggen: 'Ik heb berouw getoond. Nu moet je mij maar eens vergeven'.''
De filosoof Gerard Visser gaf nog eens aan waarom vergeving en verzoening zo moeilijk zijn in vergelijking met rechtvaardigheid die is gebaseerd op het schadebeginsel. ,,Om te onderzoeken of iets rechtvaardig is kan verwezen worden naar een rechtsregel: 'rechtvaardigheid is extern ten opzichte van de strijdende partijen, ontfermt zich over hen in de vorm van de wet en de rechter die de wet toepast'. Verzoening is daarentegen een innerlijk proces. Het moet waarachtig zijn wil er sprake zijn van een echte verzoening. Dat veronderstelt'', aldus Visser, ,,op zijn beurt een proces van verwerking of zuivering.''
Vergeving, berouw en verzoening zijn een interessant en belangrijk antwoord op deze tijd van geweld, zo werd tijdens dit symposium duidelijk, maar vormen, zo waarschuwden Visser en Van Tongeren, geen proces dat zomaar afgedwongen kan worden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.