De schrijver Edgar Cairo is donderdag dood gevonden in zijn huis in Amsterdam, vermoedelijk gestorven na een maagbloeding.
Cairo werd op 7 mei 1948 in Paramaribo geboren. Twintig jaar later vertrok hij naar Amsterdam om daar Nederlands te studeren. Naast proza, zoals 'Djari/Erven', schreef hij poëzie en toneelstukken.
Ook verschenen van 1978 tot 1981 columns van hem in de Volkskrant, gebundeld in 'Als je hoofd is geboord', en De Groene Amsterdammer. Eind 1988 kreeg hij een ernstige psychose. Hij noemde zich 'Edgar Jezus Cairo, Des Hemels Schrijver'. De zeven boeken (!) die hij in november en december 1988 schreef gaf hij de naam 'Openbaringsgeschriften'.
Cairo was obsessioneel gefascineerd door taal. Hij noemde zichzelf een 'woordwerkman'. In 1978 ontplooide hij een eigen taalvariant, het 'Cairojaans', naar woordenschat en zinsbouw sterk bepaald door het Nederlands zoals dat in Suriname wordt gesproken.
De manier waarop Cairo met taal omgaat komt voort uit zijn verzet tegen het Nederlandse cultuurkolonialisme: de neiging van Nederlanders om alles wat typisch Surinaams is in te kapselen en weg te vagen.
Een hoofdthema in zijn werk is 'negerverdriet', de doem die volgens hem rust op het negerschap. In een interview met tijdschrift 'De Tijd' zegt hij in Nederland altijd te hebben geleerd dat een neger niet neger-achtig mag doen.
Zijn voor het publiek niet erg leesbare boeken kregen weinig erkenning, maar riepen wel veel reacties op. Vanuit Surinaamse hoek werd fel gereageerd op het Cairojaans omdat het niet werd herkend als Surinaams-Nederlands.
Edgar Cairo schreef zo'n veertig boeken. Zijn laatste boek was 'Kopzorg', in 1988 verschenen bij Agathon.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.