Johan Sebastian Bach doet 250 jaar na zijn dood zijn collega- componisten nog altijd zwoegen, smelten en zwijgen in pure bewondering. In de popmuziek is Bach afgezworen, maar kijkt hij vanuit de achtergrond mee naar de voorbijsnellende hits. Een beschouwing van de meester aan het begin van het Bachjaar.
Beethoven kon echt niet meer. John Lennon schreeuwde het begin jaren zestig al uit: 'Roll over Beethoven'. De oude componist moest plaats maken voor nieuwe muziek: pop.
Mozart zou zich wel thuisvoelen in de huidige popwereld van vluchtige popmelodietjes. 'Rock me Amadeus', zong de Oostenrijkse zanger Falco de gebroeders Bolland naar een eerste plaats in de Amerikaanse poplijsten. Gefreakt als Mozart volgens de speelfilm 'Amadeus' was, zou hij in deze tijd net zo'n gillerig gestoorde popster zijn als Prince, en zich Tafkam noemen, The Artist formarly known as Mozart. Ook omgekeerd wordt beweerd dat Prince niet wezenlijk anders componeert dan Mozart ooit deed.
Beethoven dus opzij gerold, en Mozart de spotlights ingetrokken, maar waar is J.S. Bach in de popmuziek?
Een heroïsch, levensgroot standbeeld van Bach werd in 1939 in het portaal van de Georgenkirche in Eisenach geplaatst. Nog altijd draagt het beeld de naam die Bach in de jaren twintig kreeg van Nathan Söderblom, aartsbisschop van Uppsala, namelijk 'de vijfde evangelist'. All you need is immers love, zo luidde de evangelische boodschap die Bach in cantates verklankte. Maar waar staat Bach als verkondiger van de liefde voor muziek? Zou de vijfde evangelist de titel 'vijfde Beatle' misstaan? All you need is Bach?
Bijna terloops klinkt er luchtig trompetgeschal, als 'All you need is love' van The Beatles op z'n eind loopt. Het zijn de eerste maten van de 'Tweestemmige inventie in F majeur' van Johann Sebastian. Samen met de klassieke invloeden op het album Sergeant Pepper - zoals het barokke 'She's leaving home' - vormden deze maten een klaterend intro op een vernieuwende periode in de Britse popmuziek, namelijk die van de progressieve rock.
Bands als The Nice, King Crimson, Emerson, Lake & Palmer en Procol Harum zochten begin jaren zeventig naar de grenzen van de rock door te experimenteren met uitgedachte en complexe muziekstructuren. Jazz- invloeden en vooral klassieke muziek moesten pop op een hoger plan brengen.
In die periode onderging het pianospel in de rock, dat uitging van de hamerende kracht van boogie-woogie, ingrijpende veranderingen en kreeg het toetsenbord een belangrijkere rol in de popmuziek. In de geest van Bach deden virtuoze toonladderloopjes en rollende gebroken akkoorden hun intrede. Lang aangehouden noten konden de ritmische slaggitaar vervangen. Vooral op het Hammondorgel was Bachs invloed groot. Keith Emerson zocht voor solo's inspiratie in Bachs 'Toccata en Fuga in D mineur', en ook Procol Harum, dat 'a whiter shade of pale' baseerde op de Air uit de derde Orkestsuite, gaf de muziek door het orgel een statig ritme en de sfeer van een kathedraal. Ordinair jatwerk, vonden critici. Procol Harum leek de kritiek in de hand te werken door de inspiratiebron niet te willen erkennen. Maar ook bands die wel hun leermeester prijsgaven, konden kritiek tegemoet zien. Veel bands zagen zichzelf op een missie: breng de massa in contact met de 'hogere cultuur'. Zo merkte Carl Palmer van Emerson, Lake & Palmer op: "Op z'n minst hopen we dat we jongeren aansporen om muziek te gaan luisteren met meer kwaliteit." Door Bach ontsnapte pop aan de vulgariteit, beweerde hij.
Verraad, riepen muzikale tegenstanders, want voor het eerst sinds het ontstaan van pop werd de oorsprong - blues, rhythm & blues en rock 'n roll - ontkend. Niet voor niets sloeg de progressieve rock in Amerika voornamelijk aan bij protestante, blanke bevolkingsgroepen, voor wie Bach meer dan de blues tot de culturele erfenis behoorde.
Verrassend was het verdwijnen van de Bach-rock niet. Zonder wortels kan muziek niet overleven, en van een oude componist kan wel superioriteit geleend worden, maar niet het onderbuikgevoel. Bach was simpelweg te wit en te braaf.
Sindsdien heeft de componist zich stilgehouden, om slechts af en toe - zonder zijn identiteit kenbaar te maken - in de popwereld op te duiken. Laatst nog scoorde de r & b-formatie Sweetbox een hitje met 'Everything's gonna be allright', dat tussen raps en gebroken ritmes de melodielijn van de bekende Air verstopte. 'Leuk deuntje', werd er in discotheken opgemerkt. Misschien had de componist het best een aardig compliment gevonden, en het maakte vast niet zoveel uit dat zijn naam niet viel. Op de achtergrond speelt Johann Sebastian nog altijd mee. Bach glimlacht om de hits die vanzelf weer voorbijgaan.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.