*

 
dossier

Archief

Taekwondoka's leren denken over hun sport

Jonah Kahn − 22/01/00, 00:00

Ze heeft haar eigen leven, draait haar eigen programma, maar toch wil Virginia Lourens liever niet alleen worden geïnterviewd. Dat zou de 24-jarige taekwondoka 'een beetje lullig' vinden voor haar maatje Mirjam Müskens. Ze maken immers samen hun debuut in Sydney en de publiciteit die dat genereert, willen ze het liefst gezamenlijk benutten. ,,Wij zijn toch de twee gezichten van het olympische taekwondo.''

Twee vrolijke gezichten, van toppers zonder sterallures en mét de nodige humor. Müskens: ,,Het is echt niet zo dat we per se elk interview met zijn tweeën willen doen. Als ze Virginia voor de Viva vragen, mag ze gerust alleen gaan, maar het liefste doen we dit soort dingen samen.''

Zoals ze net samen hebben getraind in het nationale vechtsportcentrum in Papendal. Het is een bijzondere week voor de kernploeg. Er is hoog bezoek uit Korea, de bakermat van de taekwondosport. De trainingen staan onder leiding van Yang Dae Seung, een voormalig drievoudig wereldkampioen. De goedlachse Koreaan legt de oefensessie herhaaldelijk stil. Om te praten. Heel veel te praten, over heel kleine dingen. Zijn toehoorders slokken de oosterse wijsheden met gulzige teugen op.

,,Ik vind hem heel goed in de details'', zegt de 32-jarige Müskens. ,,Je kunt aan zijn hele manier van doen merken dat ze in Korea niets anders doen dan over taekwondo praten. Je kunt het vergelijken met die kleine mannetjes bij Ajax. Die praten waarschijnlijk ook over niets anders dan voetbal, kijken naar video's van Seedorf en Davids, doen al die bewegingen na. Zo gaat dat in Korea met taekwondo.

,,Bij de topteams, aan de universiteiten en high schools, slapen ze met zijn vieren op een kamer. Na het sparren praten ze daar 's avonds tot in de kleinste details verder. Hoe moet een voet staan, hoe hoog moet een knie worden opgetild. Zover zijn wij hier nog niet, omdat we die hele cultuur missen van het praten over taekwondo.''

Lourens: ,,De kwaliteit van Yangs trainingen is dat je over dingen gaat nadenken.'' Müskens geeft een voorbeeld. ,,Hier denken we vaak dat als je veel drang naar voren hebt, dat je dan gaat aanvallen en als je naar achteren beweegt, dat je gaat verdedigen. Hij draait de boel om. Je doet net alsof je wilt aanvallen, maar je wilt eigenlijk verdedigen, en andersom. Dat is een heel andere manier van denken die heel veel toevoegt. Hij stapt een beetje af van die geijkte patronen die wij vaak hebben.''

Het overbrengen van een Koreaanse toptrainer kost een paar centen, maar dat is sinds enkele jaren geen probleem meer voor de Taekwondo Bond Nederland (TBN). Sinds de sport in 1995 de volwaardige olympische status kreeg, is het topsportbudget vertienvoudigd naar 200000 gulden per jaar. Een nationaal trainingscentrum werd financieel mogelijk en oefenstages in Korea en Taiwan konden ook worden betaald.

De olympische erkenning heeft de sport duidelijk geen windeieren gelegd, maar liet wel even op zich wachten. Nadat taekwondo bij de Spelen van 1988 en '92 al demonstratiesport was, ontbrak de 'voet (tae) vuist (kwon) methode (do)' in Atlanta op het programma. ,,Ja shit man, toen was ik op mijn best'', baalt Müskens nog zichtbaar. Volgens de Nijmeegse weltergewicht (tot 67 kilo) kreeg beachvolleybal de voorkeur boven taekwondo. ,,Typisch Amerikaans. Die vinden die korte broekjes aantrekkelijker.''

Volgens anderen was het niet de aantrekkingskracht van blote benen, maar de afkeer van geweld die taekwondo in 1996 een plaats op het olympische programma kostte. Lourens en Müskens noemen het gewelddadige imago van hun sport een misplaatst vooroordeel. Sterker nog, in de ogen van sommigen gaat de Koreaanse vechtkunst niet ver genoeg.

In Sydney hoort taekwondo er dan voor het eerst toch echt bij, zij het in sterk gecomprimeerde vorm. De traditionele acht gewichtsklassen zijn teruggebracht tot vier, en elke categorie telt slechts twaalf spelers. Per land mogen maximaal twee mannen en twee vrouwen meedoen, een regel die vooral de deelname van veel sterke Koreanen belet. Voor vedergewicht (-57 kilo) Lourens doet dit niets af aan het evenement. De Europees kampioene van 1998 ziet olympisch eremetaal als het hoogst haalbare, hoger nog dan een wereldtitel.

Müskens -in juni vorig jaar tweede bij de WK in Canada- is een andere mening toegedaan. ,,Een wereldtitel stelt voor mij meer voor dan een gouden medaille bij de Olympische Spelen. Bij een WK komen van elk land de beste spelers, dus ook alle Koreanen. Sportief gezien stelt een wereldtitel dus meer voor.''

Lourens hoopt de bombarie in 2004 (Athene) nog eens mee te maken, voor Müskens is Sydney begin- en eindstation. ,,Voor mij zijn het de eerste en de laatste Spelen. Ik ben straks 33. De jaren beginnen te tellen. Ik ben ook al zeven jaar fulltime met taekwondo bezig. Mijn kracht is het mentale aspect, maar op een gegeven moment gaat de balans doorslaan, kun je het fysiek niet meer opbrengen. Dan moet je stoppen. De Spelen zijn voor mij een afscheid.''

mailIcon print |