We maakten maar halve daagjes, de eerste werkweek van het nieuwe jaar. Pas met daglicht beginnen, om halfvijf al stoppen en tussendoor lang schaften met de brengers van goede wensen, overschotjes hyacinten-op-pot, de eerste tulpen en zelfs al narcissen. Heel wat tafels zullen feestelijk versierd zijn met bloemen uit onze polder en dat is nog maar het begin als ik zie wat mijn jonge buren hebben voorbereid. Stonden hun ouders welhaast met kerst al in de kas, daar de bloemengroei niet te stuiten was, de nieuwe generatie kwekers heeft de bloei in de hand en weet zich met wat simpele drukjes op knoppen van feest- en vrije dagen te verzekeren. Met veel vernuft uitgedachte automatische tulpenboslijnen worden met nog drie meter verlengd, zodat een gehandicapt neefje of opa in zijn rolstoel een paar uurtjes mee kan helpen tot verlichting van alle partijen.
Een rondje nieuwjaar wensen in de lichte en warme kassen levert altijd iets bloemrijks op en wordt welgemoed aanvaard onder het hier nog heel bekende motto: pik in, het is winter.
Het tuincentrum verkocht de bollen uit en natuurlijk moest ik even keuren en knijpen of ze niet zacht, dus onbruikbaar waren. Maar de zwellende wortelkransen waren onbeschadigd, de neusjes fris groen en hard en er kwam geen groen poeder uitgestoven wat op schimmel kon duiden. Dus kwam ik thuis met grootbloemige witte krokussen 'Jeanne d'Arc' om nog snel tussen het wit geaderde blad van Arum italicum te zetten (is het verbeelding dat vogels witte krokussen meer met rust laten dan gele en paarse?) De bolneusjes werden bedekt met vijf centimeter grond die vervolgens zachtjes werd aangedrukt om luchtkamers rond de bol te vermijden. De vorst zou anders diep in de grond kunnen doordringen of de eerste wortels van de bol zouden verdrogen. Men kan bollen en knollen na het planten ook 'aanwateren', water geven, om hetzelfde effect te bereiken en dat geldt ook voor de zomerbloeiers die in het voorjaar worden geplant zoals klavertjes, lelies, ranonkels en gladiolen.
Arum wordt in de Nederlandse tuinen nog te weinig gebruikt. In Engeland is het een favoriete bodembedekker voor halfschaduw. De knollen lopen in de herfst al uit en geven de hele winter en in het voorjaar fris groen, pijlvormig blad, soms met donkere stippen (Arum maculatum) soms opvallend wit gemarmerd (Arum italicum 'Marmoratum'). Voorjaarsbloeiers als Iris reticulata, Scilla bifolia, sneeuwklokjes (galanthus), sneeuwroem (chionodoxa) en allerlei krokussen worden met arumblad 'aangekleed' zodat ze in de nog kale wintertuin niet verloren raken. Arum bloeit in april met een onopvallende groene calla-achtige bloem waarna het blad verdwijnt. In augustus verrast arum ons met groene bessenkolven, die tot fel oranje verkleuren. Men kan de liefhebbers dan verrassen met een zakje meestal geplette bessen die in niet te droge schaduw moeten worden gezaaid. De plant, die sinds de Middeleeuwen als geneeskruid is gekweekt, staat als zeer giftig te boek. Arumknollen groeien als een spoetnik, van voren een verse neus die zich door de grond ploegt, de achterkant sterft af terwijl de jonge knolletjes, die als wratten aan de oude knol groeien, worden afgestoten. Jaarrond is arum in potten te koop, de knollen worden in het najaar verhandeld.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.