*

 
dossier

Archief

In Ecuador wisselen presidenten, junta's en dictators elkaar in hoog tempo af

redactie buitenland − 25/01/00, 00:00

Ooit maakte het gebied in Zuid-Amerika dat nu de staat Ecuador vormt, deel uit van het veel grotere rijk van de Inca's. In 1532 stortte die wereld in: Pizarro en zijn mannen zetten voet aan wal in Peru en versloegen de Inca's in korte tijd. Een Spaans-koloniale samenleving vormde zich aan twee kanten van de Andes.

In 1822 vocht Groot-Colombia zich vrij van Spanje; in 1830 scheidde Ecuador zich van deze grotere eenheid af. Vanaf dat jaar tot op de dag van vandaag heeft Ecuador grensgeschillen met zijn buren, eerst ook met Brazilië en Colombia, in de laatste decennia alleen nog met Peru. Nog in 1995 werd er een heuse oorlog met de zuiderburen uitgevochten, die Ecuador ruwweg 150 miljoen dollar kostte en uiteindelijk nauwelijks gebiedwinst opleverde. Het kostbare geschil is een van de factoren die de huidige sociale en politieke crisis zo ernstig maken.

Ecuador benadert in zijn politieke en economische geschiedenis de karikatuur van een Zuid-Amerikaanse bananenrepubliek dichter dan de Ecuadorianen lief zal zijn. Presidenten, junta's en dictators wisselden elkaar de hele negentiende en twintigste eeuw in hoog tempo af. Mooi voorbeeld is de populist Velasco Ibarra, die tussen 1933 en 1972 maar liefst vijfmaal president was. Dat afwisselen is overigens nog zo. De kersverse president Noboa, die dit weekeinde na een coup aantrad, is de zesde president in vier jaar.

Geografie: Die instabiliteit heeft ook te maken met het feit dat Ecuador drie volstrekt uiteenlopende regio's dekt:

1) de kustzone, het land van de bananenplantages, de landarbeiders (zwarte Afro-Amerikanen) en liberaal-georiënteerde plantage-exploitanten (onder meer de familie Noboa).

2) het hoogland van de Andes, land van klassieke conservatieve grootgrondbezitters en naar land snakkende keuterboeren en dagloners (Indianen en mestiezen).

3) het Amazonegebied in de Oriente (nomadische Indianen, arme kolonisten uit het hoogland, oliewerkers).

Economie: Olie uit Oost-Ecuador is het voornaamste exportproduct, bananen uit de westelijke kuststrook het tweede. In beide sectoren zijn Amerikaanse maatschappijen sterk aanwezig en invloedrijk. De oliewinning is schadelijk voor het regenwoud aan de bovenloop van de Amazone. In de jaren zeventig begon de grootscheepse exploitatie van de olievelden in het Amazonegebied. Een populistisch-militair bewind reed hoog te paard op de stijgende olieprijzen, maar ruimde in 1979 -toen het economisch tij tegen begon te zitten- het veld.

Sindsdien ontkwamen de elkaar afwisselende liberale en centrum-linkse presidenten en regeringen geen van allen aan een spiraal van inflatie, door het Internationale Monetaire Fonds en andere financiële 'machthebbers' afgedwongen bezuinigingsprogramma's en protesten van de vakbonden.

Bevolking: Ecuador telt ruwweg 12 miljoen inwoners, van wie een derde behoort tot een van de tien Indianenvolken in het land (grootste groep: Quechua). Ruim twee miljoen mensen zijn afstammelingen van slaven uit Afrika. Op hen wordt door de overigen (mestiezen en mensen van Spaanse origine) nog dieper neergekeken dan op de Indianen. Tachtig procent van de Ecuadorianen moet arm genoemd worden; 55 procent leeft onder het biologische minimum.

mailIcon print |