*

 
dossier

Archief

De vele hinderlagen van de krabspin

HENK VAN HALM − 02/09/00, 00:00

Op een nevelochtend hingen zilverig bedauwde hangmatjes van baldakijnspinnen in alle vuurdoorns in de straat. Dikke kruisspinnen troonden midden in hun beparelde wielwebben. Het is weer spinnentijd.

Alle spinnen spinnen, maar lang niet allemaal maken ze een web. Zakspinnen, springspinnen en wolfspinnen overmeesteren hun prooi sluipend, met een onverhoedse sprong of in snelle ren. Krabspinnen wachten geduldig op een blad, in een bloem of een andere gunstige plek. Als een insect in de buurt landt, slaan ze bliksemsnel toe met de lange poten en boren meteen hun kaken met de scherpe gifklauwen in het arme slachtoffer.

Krabspinnen heten zo naar hun platte lijf en wijd uitgespreide poten. Als een krab kunnen ze even makkelijk achteruit en zijwaarts lopen als vooruit. Verder hebben ze nauwelijks een officiële Nederlandse benaming, dus noem ik ook maar hun wetenschappelijke naam.

Ze leven in elke tuin, maar omdat ze bruine schutkleuren hebben en veel kleiner zijn dan bijvoorbeeld kruisspinnen, worden ze zelden opgemerkt. Ze zitten tussen gras, dichte klimop, dorre bladeren en mos, onder stenen of op bomen en struiken.

Goede schutkleur

Tot de gewoonste behoren de krabspinnen van het geslacht Xysticus, die hoofdzakelijk van elkaar verschillen in de donker- en lichtbruine tekening op hun grijsbruine rug. Ze zijn ongeveer zeven millimeter lang. Voor de contrastrijker getekende mannetjes gaat daar nog een of twee millimeter af. Als je goed zoekt op dorre plantenstengels, heb je een beste kans er een tegen te komen. Ze kruipen ook over de grond en zo vond ik eens een mannetje dat een wegmier aan het uitzuigen was. Opmerkelijk, want spinnen nemen zelden mieren als prooi. Het was op een zwoele zomeravond, toen de vliegende mieren van hun bruidsvlucht naar de aarde terugkeerden.

Kikkerkop

Spinnen hebben geen afzonderlijke kop, maar een kopborststuk en een beweeglijk daarmee verbonden achterlijf. Met een loep zijn de acht ogen bij een krabspin goed te bekijken. De vier buitenste staan op een bultje aan weerszijden van de voorkant van het kopborststuk. Zijn portret lijkt op dat van een kikker.

Misschien staan deze belangrijke ogen zo ver uiteen om driedimensionaal te kunnen zien. Voor een zekere aanval is een nauwkeurige schatting van de afstand tot de prooi immers van levensbelang. Overigens is die afstand gering, want krabspinnen zijn ernstig bijziend. Geheel vertrouwend op hun camouflage zijn ze niet schuw.

Dodelijke bloemen

Bloemenkrabspinnen vangen insecten, die niets vermoedend de bloem bezoeken, waarin ze in hinderlaag liggen. Vaak zijn dat vliegen of vlinders, maar ook wel zulke weerbare dieren als honingbijen.

De witte krabspin (Misumena vatia) vind je van mei tot juli in Midden- en Zuid-Europa in grote bloemen. Ik vond haar regelmatig in margrieten in de wegbermen rondom Nevers, een stad aan de Loire. In Nederland is het een zeldzaam dier.

De vrouwtjes kunnen hun kleur aanpassen aan de bloem, die ze hebben gekozen. In witte bloemen zijn ze wit, in gele bloemen geel. Een gele vloeistof in hun lijf kunnen ze naar believen naar hun opperhuid stuwen of terugtrekken.

De witte krabspin wordt met gemak een centimeter lang en behoort daarmee tot de grote spinnen. Het mannetje daarentegen meet maar een paar millimeter, een dwergje bij zijn reusachtige vrouw. Bij de paring moet het helemaal onder het vrouwtje kruipen om haar geslachtsopening te bereiken. Als je hem al eens vindt, zou je hem voor een andere soort krabspin houden. Zijn kopborststuk is warmbruin met een gele lengteband, het achterlijf lichtgeel met twee bruine lengtestrepen, de eerste twee potenparen zijn donkerbruin, de achterste twee vuilgeel. Er is een enorm verschil in lengte tussen de eerste twee potenparen en de achterste twee, die maar een derde meten van de voorste.

Bladlopers

De negen inheemse krabspinnen van het geslacht Philodromus zijn minder plomp gebouwd en zeer snel in hun bewegingen, al kunnen ze urenlang stil zitten wachten op een nietsvermoedende prooi. Ze leven in grote aantallen op bomen en struiken. Een duidelijk verschil met Xysticus en Misumena is dat alle poten nagenoeg even lang zijn.

De winter is nog niet echt voorbij, als bij het lamplicht 's avonds tientallen krabspinnen tegen de buitenkant van het raam klimmen. Ze hebben overwinterd tussen de klimop tegen de huismuur. Deze snelle bladloper (Philodromus aureolus), wat kleiner dan Xysticus en ook wat langwerpiger gebouwd, komt overal voor, tot midden in de stad. Er heeft er een wekenlang in onze huiskamer op haar eicocon op een kamerplant gezeten. Deze krabspin is een voorjaarssoort. Na juli zie je haar nauwelijks meer.

De korstmosspin

Juist in de zomer is de korstmosspin (Philodromus margaritatus) volwassen. Deze spin vinden is de droom van elke aankomende arachnoloog (spinnenkenner). Ze leeft op oude bomen vol korstmossen, waartussen het grijsgroene, zwart gespikkelde dier vrijwel onvindbaar is. Ook zij kan haar kleur in zekere mate aanpassen aan de ondergrond. De lange poten worden vaak zo gehouden dat ze de contouren van de korstmossen of de barsten in de schors volgen. Ik heb de spin alleen maar op de Veluwe aangetroffen en steeds in dennenbossen. Maar misschien is de korstmosspin niet echt zeldzaam en wordt ze gewoon niet gevonden door haar goede camouflage.

Paring zonder franje

Bij de paring gaan krabspinnen minder omzichtig te werk dan wielwebspinnen. Het mannetje grijpt bij verrassing een geslachtsrijp vrouwtje, beklimt haar zonder veel poespas en boeit haar met spinsel aan de ondergrond. Vervolgens bevrucht hij het vrouwtje door de dikke holle knop van zijn koptaster, waarin hij zijn sperma heeft overgebracht, tegen haar geslachtsopening te drukken. Als hij zich allang uit de voeten heeft gemaakt, bevrijdt ze zich van het spinsel.

Krabspinnen zijn goede moeders. Ze spinnen een nestje voor hun eitjes, die ze af en toe bevochtigen en die ze tot het uitkomen bewaken. Maar zo zelfopofferend als de grote wolfspin, die al die tijd vast, zijn ze niet. Elk insect dat in hun buurt landt, is een welkome buit.

mailIcon print |