*

 
dossier

Archief

Automobilist opnieuw hard geraakt in portemonnee

Evert Wasch − 15/07/00, 00:00

Autorijden is nu al schrikbarend duur en dat wordt vanaf 2001 alleen maar erger. In de komende belastingherziening geldt dat milieubelastende activiteiten, zoals kennelijk autorijden, duurder moeten worden gemaakt.

Dat kan via de belasting, zeker als het gaat om autorijden voor het werk of voor de eigen zaak. De bijtelling voor het privé-rijden met een auto van de zaak gaat straks van 20 procent van de cataloguswaarde naar 25 procent van diezelfde waarde. Als cataloguswaarde geldt daarbij, nu en straks, de cataloguswaarde, dat is de waarde af fabriek.

Autorijden wordt vanaf 2001 nog op een andere manier duurder gemaakt. De nu in een tabel opgenomen aftrek voor het reizen tussen werk en woning met de auto komt geheel te vervallen. Wel kan de werkgever voor een bedrag van 1500 gulden belastingvrij een fiets cadeau doen aan zijn werknemer. Maar dat weegt alleen op tegen de weggestreepte woon-werkaftrek als men de benen van een Erik Dekker heeft.

Inmiddels is door de steeds maar stijgende benzineprijzen de vergoeding van 60 cent per kilometer die onbelast kan worden betaald als men in het niet woon-werkverkeer met de eigen auto voor de zaak rijdt, een lachertje geworden. Van de gemiddelde middenklasser gaat nu al praktisch de helft van dat enorme bedrag op aan benzine.

Dan maar dichter bij het werk gaan wonen? Dat lijkt aardig als het gaat om het besparen op reiskosten, maar is natuurlijk helemaal geen oplossing als men daardoor voor hogere woonlasten komt te staan.

De auto laten staan en met de trein of bus? Probleem is dat er niet altijd adequaat openbaar vervoer beschikbaar is. En als het er is loopt men vaak tegen een niet onaanzienlijke extra reistijd op.

Is er dan niets positiefs te ontdekken voor de automobilist? Misschien toch: het kan financieel interessant zijn als de werkgever de werknemer een gratis ov-kaart geeft, omdat -ervan uitgaande dat die regeling zal worden gecontinueerd na 2000- de fiscale bijtelling voor de werknemer daarvan slechts zo'n 100 gulden netto per jaar bedraagt. Zeker als er daarnaast veel privé-gebruik gemaakt kan worden van de jaarkaart, biedt dat voordelen.

In de ondernemerssfeer zijn er ten aanzien van de auto ook allerlei zaken die om een oplossing vragen. Onderwerp van studie op dit moment is bijvoorbeeld de privé-bijtelling als er meerdere auto's op de zaak staan en dus gebruikt kunnen worden. Men speelt met de gedachte om de bijtelling in die gevallen te koppelen aan het aantal gezinsleden van de ondernemer met een rijbewijs.

Een verslechtering komt er ook aan voor de ondernemer die met een privé-auto voor de zaak rijdt en daarbij veel zogenaamde woon-werkkilometers rijdt. Die zijn tot nu toe tegen 60 cent per kilometer declarabel bij de zaak. Daarvoor komt vanaf volgend jaar een soort woon-werktabel in de plaats, waardoor het te vergoeden bedrag -zeker bij grotere afstanden- aanzienlijk daalt.

Daarnaast wordt nagedacht over de mogelijkheid om voor ondernemers en werknemers met een auto van de zaak de bijtelling te koppelen aan een uit een zwarte doos blijkende (sluitende) kilometeradministratie. Dat lijkt redelijk, maar op het punt van de fraudebestendigheid liggen nog veel voetangels en klemmen.

Alles bij elkaar voelt de gemiddelde automobilist die voor het rijden naar het werk en het rijden voor de zaak gebruikmaakt van de auto, zich niet ten onrechte de gebeten hond. Omdat het openbaar vervoer qua capaciteit geen reëel alternatief vormt, zou de overheid andere wegen moeten inslaan. Een mogelijkheid zou kunnen zijn om voor bepaalde beroepsgroepen vaste kilometrages (die in ieder geval onbelast vergoedt kunnen worden) toe te kennen. Ook zou de onbelaste vergoeding van 60 cent per kilometer behoorlijk omhoog moeten.

Anders verdwijnt het positieve effect van de algemene belastingverlaging voor werknemers en ondernemers die voor hun werk zijn aangewezen op autovervoer wel erg snel achter de horizon.

mailIcon print |