*

 
dossier

Archief

Q-mail

Frank van Pamelen − 17/10/00, 00:00

Van onze voormalige adjunct-hoofdredacteur Jan Kuijk mochten wij in de krant nooit, maar dan ook nooit, grappen maken over het uiterlijk of de naam van een politicus. Dat de communist Marcus Bakker over Wiegel zei dat hij in de tv-camera keek als 'een koe die stom over de sloot staart', kon volgens hem echt niet. Tegenover deze respectabele opvatting staat dat veel politici zelf de kat op het spek binden door de overmatige, misschien wel professionele, aandacht voor hun uiterlijk of zelfs gebruik van hun uiterlijk. Onze lezeres te Apeldoorn mailde dat zij van Neelie Kroes ooit de uitspraak hoorde dat 'de hoogte van haar roksplit de waarde van haar uitspraken voor mannelijke toehoorders alleen maar positief beïnvloedde'.

Mannen zeggen niet zo snel dat ze hun uiterlijke kenmerken in de politieke strijd gebruiken. Maar we hebben heel wat staaltjes gezien van politici die zichzelf stileerden. Van Agt liet de pukkels op zijn wangen verwijderen, Lubbers de spleet tussen zijn boventanden corrigeren, Heerma schoor zijn sik af, Melkert zijn snor, Frans Andriessen veranderde zijn haarcoup drastisch, Drees jr nam een toupetje.

De tien bekendste bijnamen van politici, ontleend aan hun uiterlijk:

1. De gladde tekkel (Norbert Schmelzer, getypeerd door Wim Kan)

2. Mooie Barend (Barend Biesheuvel)

3. De kale Uylebal (Joop den Uyl)

4. De hese hufter (Joseph Luns, omschreven door J.B.Charles alias professor Jan Nagel)

5. De man met de laserogen (Elco Brinkman)

6. De man met de slaapkamerogen (Ed Nijpels)

7. De miereneter (Wim Kok)

8. Brillie the Kid (Laurens Jan Brinkhorst)

9. Dikke Bertha (Bertha Groensmit-van der Kallen)

10. De badmuts (Erwin Nypels)

De laatste twee zijn minder bekend. 'Dikke Bertha' was een pront kamerlid voor de KVP in de jaren zeventig. Nypels zat in dezelfde periode voor D66 in de Kamer. Dit kamerlid met zijn kale knikker ging zo op in zijn onderwerpen dat hij eens, van zijn huis in Rijswijk op weg naar een kamerdebat over de spreiding van de rijksdienst naar het noorden, in de trein naar Groningen stapte.

De tien beruchtste opmerkingen van politici over het uiterlijk van anderen (of zichzelf):

1. 'Ik ben een Ariër.' Dries van Agt, vlak na zijn aantreden als minister van justitie op een informele kennismakingsbijeenkomst in 1971. Deze 'Ariërverklaring' veroorzaakte meteen een politieke rel.

2. 'U loopt de minister voor de voeten en dat is knap hinderlijk met uw corpulentie.' Het PvdA-kamerlid Rob van Gijzel in een recent debat over tolpoortjes over zijn liberale collega Hofstra.

3. 'Die loopt achter z'n ambtenaren aan met z'n bekkie en daarvoor krijgt-ie 120000 gulden per jaar.' Henk Vredeling over zijn collega-minister en partijgenoot Max van der Stoel in het beruchte Bibeb-interview in 1974, dat hem bijna de politieke kop kostte.

4. 'Die huilebalk.' Het CDA-kamerlid Dien Cornelissen over haar fractiegenoot Hans de Boer vanwege diens dissidente opstelling in het kruisrakettendebat in 1979.

5. 'De heer Wiegel kijkt in de camera als een koe die stom over de sloot staart.' CPN-fractieleider Marcus Bakker in de jaren zeventig over de gewoonte van de VVD-leider tijdens tv-interviews recht in de camera te kijken.

6. 'Goed dat je een ander truitje aan hebt, want vorige week bleven Korthals Altes en ik er niet rustig onder.' Joop van der Reijden, de latere Veronica-baas, als staatssecretaris van volksgezondheid tegen het GroenLinks-kamerlid Andrée van Es, die zelf de opmerking in de openbaarheid bracht.

7. 'Als deze twee er niet uitkomen, moeten de graven open.' Gijs van der Wiel, RVD-hoofdman, in de ellenlange formatie van 1977 over de opdracht aan het gepensioneerde duo Verdam en Vrolijk de zoveelste impasse te doorbreken.

8. 'De jongeheer Wiegel.' Een schmierende Biesheuvel over het jeugdige kamerlid van de VVD.

9. 'In Tanzania, waar ik woonde, zou men zeggen: Zo'n vrouw is wel vijftig koeien waard.' VVD-fractieleider Bolkestein over zijn partijgenote Erica Terpstra na haar benoeming tot staatssecretaris van volksgezondheid in 1994.

10. 'Mevrouw Terpstra is een groot aantal koeien minder waard geworden. Sterker, tegenwoordig moet ze koeien meenemen.' Het PvdA-kamerlid Middel in 1997 over de liberale staatssecretaris.

mailIcon print |