,,De maatschappij schreeuwt om vrijheidsstraffen van tien, vijftien, twintig jaar'', zegt P. Vegter, bijzonder hoogleraar penitentiair recht aan de Katholieke Universiteit Nijmegen en rechter bij het hof te Arnhem. ,,De mensen denken: 'die lui die tbs krijgen, die laten ze toch zo weer vrij'. En rechters kunnen daar niet omheen.''
De vermeende kindermoordenaar Jan S. moet zich vandaag in Assen voor de rechter verantwoorden. Als hij (gedeeltelijk) ontoerekeningsvatbaar blijkt, zal hij vermoedelijk worden veroordeeld tot straf én behandeling. Maar wat moet een geesteszieke met straf?
Een ter beschikkingstelling (tbs) én een lange celstraf: plegers van ernstige delicten, die tijdens hun daad verminderd toerekeningsvatbaar waren, krijgen meestal alletwee. Grote kans dat dit ook geldt voor Jan S., die vandaag in Assen terecht staat wegens het verkrachten en vermoorden van de zevenjarige Chanel Naomi Eleveld en verkrachting van twee vrouwen. Want welke rechter durft zo iemand alleen tbs te geven, of tbs met slechts een paar jaar cel?
Het is een oude discussie. Eind jaren vijftig al ageerde de strafrechtgeleerde W. Pompe tegen de volgens hem onrechtvaardige combinatie van dwangverpleging en celstraf. Iemand die geestesziek is, hoort niet in de gevangenis, meende hij. Voor advocaat-generaal bij de Hoge Raad J. Fokkens is het een kwestie die 'blijft wringen'. ,,Rechters vonden en vinden het risico te groot dat een misdadiger die alleen tbs krijgt, te snel terugkeert in de samenleving. En dat is voor die samenleving niet te verkroppen. Aan de andere kant is het langdurig straffen van iemand die ziek is toch wel problematisch'', zegt Fokkens.
Tbs met dwangverpleging is een maatregel voor onbepaalde tijd. De tbs eindigt wanneer de officier van justitie -na advies van de behandelaars- geen verlenging vraagt óf als de rechter een verzoek om verlenging afwijst. Om de twee jaar wordt gekeken of iemand nog langer moet worden vastgehouden. Want dat is het hoofddoel van de ter beschikkingstelling: de maatschappij beschermen tegen de crimineel, zolang die ziek is. Omdat niet te voorspellen is hoe lang dat duurt, biedt celstraf, die per definitie beperkt is, de maatschappij te weinig zekerheid. Vaak wordt gedacht dat tbs draait om psychiatrische behandeling. Dat klopt inzoverre, dat genezing van de misdadiger in de praktijk wel het streven is.
Net als Fokkens constateert Vegter dat een meerderheid binnen de rechterlijke macht voorstander is van de 'combi', zoals het Nederlandse 'tweesporenbeleid' voor gestoorde misdadigers in justitiële kringen wordt afgekort. Maar zelf is hij 'een fervent tegenstander' van tbs met een (lange) celstraf.
Vegter: ,,Door tbs op te leggen maak je al voldoende duidelijk dat het gepleegde delict niet wordt getolereerd.'' De vrees dat gevaarlijke mannen zoals Jan S. al snel weer op straat staan als ze alleen tbs krijgen, noemt hij 'absolute onzin'. ,,In dit soort gevallen is een verblijf van twintig jaar in een tbs-inrichting heel normaal.''
Dat rechters tegen het advies van behandelaars in de tbs niet willen verlengen, gebeurt volgens hem veel minder vaak dan men denkt: ,,Slechts in drie procent van de zaken.'' En wat betreft de snelle genezing van Ferdi E., die Ahold-topman Gerrit-Jan Heijn ontvoerde en vermoordde, en zonder langdurige celstraf allang weer vrij was geweest: ,,Dat is heel uitzonderlijk.''
Vegter merkt verder op dat de genezing van een crimineel wordt bemoeilijkt, door hem eerst in de cel te zetten. Menig jurist deelt die mening, maar wil dat probleem minder vergaand oplossen: door de celstraf te behouden, maar die ten uitvoer te brengen in de tbs-kliniek. De misdadiger ondergaat dan straf en behandeling tegelijk. ,,Als je lang wacht met tbs, krijg je te maken met ontkenningsverschijnselen'', zegt de Groningse hoogleraar strafrecht G. Knigge. ,,Dan slaat behandeling minder goed aan.''
Mede om die reden kunnen ambtenaren van het ministerie van justitie op basis van een interne richtlijn besluiten dat de tbs begint zodra eenderde van de celstraf er op zit. Sinds 1997 kan de rechter bovendien adviseren de tbs eerder of later te laten beginnen. Maar in de praktijk kiezen ambtenaren en rechters niet vaak voor vervroeging van de tbs, zegt Fokkens, die in 1993 voorzitter was van een commissie die de regering hierover adviseerde.
Als hoofdregel geldt nog steeds, beaamt Vegter: eerst de straf of een aanzienlijk deel daarvan uitzitten in gevangenis of het huis van bewaring, en pas daarna tbs. Gebrek aan capaciteit in de tbs-inrichtingen, is volgens Fokkens een belangrijke reden. De wachtlijsten zijn ellenlang, wat overigens ook betekent dat gevangenispersoneel wordt opgescheept met zwaar gestoorden, terwijl het daarvoor niet is opgeleid.
Maar ook speelt mee, zegt de advocaat-generaal, dat men wil voorkomen dat de tbs eindigt, terwijl de gevangenisstraf nog niet is uitgezeten. ,,Dat zou inderdaad een rare situatie opleveren'', zegt Knigge. ,,Bij een succesvolle behandeling hoort een geleidelijke, gefaseerde terugkeer naar de maatschappij. Het is natuurlijk ongewenst dat iemand aan het eind van dat traject nog eens naar de gevangenis moet (zoals bij Ferdi E. gebeurde, red).''
Dit zou te ondervangen zijn door veel korter te straffen, iets wat Vegter, Knigge en Fokkens dan ook alledrie bepleiten. Het huidige politieke en maatschappelijke klimaat laat echter weinig ruimte voor meer compassie met de zieke (zeden)delinquent.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.