Vijftien jaar was de Hondurese Evangelina Argueta toen ze begon te werken in een textielfabriek tussen talloze kinderen van haar leeftijd, maar ook veel jongere. Strijdlustig als ze was, lukte het haar in enkele jaren de arbeiders in de fabriek, voornamelijk vrouwen, te organiseren. Nu is Argueta (38) fulltime vakbondsvrouw.
,,Vanuit ons kantoortje, gesitueerd precies tussen drie grote, met hoge hekken omheinde bedrijventerreinen, richten we ons op 150 bedrijven en zo'n 20000 werknemers. Allemaal bedrijven die volop genieten van de beslissing van de Hondurese overheid het hele land tot vrijhandelszone te bestempelen: geen belastingen, nauwelijks regelgeving. De overheid heeft zelf nauwelijks grip op deze bedrijven, moet je nagaan hoe moeilijk het voor mijn vakbondsafdeling eens iets gedaan te krijgen.''
Evangelina Argueta vliegt vandaag weer terug naar Honduras, na een paar dagen in het centrum van de belangstelling te hebben gestaan van vakbondscollega's in Nederland. De christelijke vakorganisatie CNV gaf haar afgelopen weekeinde een prijs van 10000 gulden voor haar inzet voor textielarbeidsters in Honduras. CNV-leden kozen haar uit drie genomineerden -naast Argueta een Pakistaanse en een Zuid-Afrikaanse collega- in het kader van een actie ter ondersteuning van buitenlandse vakbondsorganisaties.
In de lobby van een hotel in Utrecht geniet Argueta van de aandacht. Hoewel ze het te vuur en te zwaard bestrijdt, lijkt de opdracht waarvoor ze zichzelf gesteld heeft een bijna onmogelijke. In een desperate poging van de Hondurese regering om de burgers voldoende banen te bieden, bestaat het land sinds 1998 uit één grote vrijhandelszone. Ooit begonnen rond de luchthaven, toen langzaam uitgebreid naar enkele daartoe aangewezen bedrijventerreinen, en uiteindelijk dus naar het hele land.
Bedrijven staan vrijwel los van enige regelgeving, betalen de overheid geen belasting en produceren vrijwel 100 procent voor de export. Veel schiet het land niet op met de toegenomen bedrijvigheid, maar er is in ieder geval werk.
Onder die omstandigheden probeert Argueta te voorkomen dat de arbeidsvoorwaarden voor de duizenden, voornamelijk vrouwelijke werknemers, onder het minimum duiken.
,,Bedrijven voelen zich doorgaans met hun omheinde terreinen een staat in een staat. Om een soort van cao te bereiken, moeten we het gevecht met ieder bedrijf afzonderlijk aan. Mijn taak is voornamelijk informatie verstrekken, zodat de werknemers zich bewust worden van hun rechten. De meeste vrouwen komen van het platteland op zoek naar werk in de fabrieken terecht. Als ze al onderwijs hebben genoten, is dat minimaal en van belabberde kwaliteit. Rond hun zestiende komen ze in de fabrieken terecht, voor 90 procent textielfabrieken. De meesten hebben nog nooit gehoord van collectieve arbeidsvoorwaarden.''
Het CGT, de vakbond waar Argueta's afdeling onder valt, krijgt beetje bij beetje voet aan de grond binnen de bedrijven. De weg die vakbondslieden als Argueta moeten bewandelen loopt buiten de fabrieken om. De bedrijventerreinen komen ze niet op. Maar voor aanvang van de werktijd en na afloop zijn ze te vinden bij de uitgangen en proberen ze met voorlichting bewustzijn te creëren.
,,Het moet uiteindelijk altijd vanuit de werkneemsters zelf komen'', licht Argueta toe. ,,Zij moeten binnen het bedrijf een vakbondsafdeling zien op te richten die genoeg macht krijgt om cao-onderhandelingen met de bedrijfsleiding te kunnen afdwingen. Mijn taak is bewustwording kweken, de mensen wijzen op hun rechten, aan de hekken en vanuit ons kantoortje.''
,,Elk bedrijf waar het lukt om een cao af te sluiten, betekent een enorme overwinning. Vooral als het bedrijf zich bevindt op een fabrieksterrein waar nog maar weinig bedrijven, of zelfs nog niet één, met een cao werken. Doordat de werkneemsters van andere bedrijven dan zien wat een cao kan brengen, heeft het eerste cao-bedrijf vaak een gunstige uitstraling op de anderen. Helaas gebeurt het ook wel dat we eindelijk een bedrijf met een cao hebben op een groot fabrieksterrein, maar dan zegt de eigenaar van het terrein het contract op met die fabriek. De eigenaren van de grond doen meestal de belofte aan de fabriekseigenaren dat er geen cao-bedrijf zal komen.''
Gevraagd naar wat er allemaal mis is met de arbeidsomstandigheden, slaakt Argueta een diepe zucht om vervolgens zo lang door te praten dat de tolk het ook niet meer weet. Duidelijk is dat er op grote schaal mensen mishandeld worden, dat ze veel meer uren werken dan ze betaald krijgen en al op jonge leeftijd onder gevaarlijke omstandigheden moeten werken. Het loon: krap een tientje per achturige werkdag, of er nu langer gewerkt wordt of niet. Ter vergelijking: een warme middagmaaltijd kost al zo'n 3,5 gulden. De mensen zijn verzwakt door de slechte arbeidsomstandigheden, wat weer leidt tot ziekte. Met name tbc komt veel voor. Ook kampen veel werkneemsters met huidaandoeningen als gevolg van de slechte beschermende maatregelen bij het werk met agressieve stoffen. Ziek zijn mag, maar dan wel onbetaald.
Wat is er inmiddels bereikt? Nu kijkt Argueta weer wat vrolijker. Onder de 150 bedrijven hebben er inmiddels vijftien een eigen 'vakbond' van werkneemsters.
Ooit begon ook het vakbondsleven van Argueta met de oprichting van zo'n bedrijfsvakbond. Nadat ze zich als dertienjarige gedwongen zag te gaan werken in de huishouding, kwam ze op vijftienjarige leeftijd terecht in een textielfabriek. Haar strijd om een bedrijfsbond en daarna een cao, viel de vakbond CTG op, waarna ze benaderd werd om kaderlid te worden. Door de steun van buitenlandse vakbonden, waaronder het CNV, is ze inmiddels fulltime vakbondsvrouw.
Helpt die steun eigenlijk, de financiële en de symbolische uit verre landen als Nederland? ,,Jazeker, meer dan je misschien zal verwachten'', zegt Argueta. ,,Werkgevers nemen je toch serieuzer als blijkt dat grote vakbonden uit het buitenland je steunen. Een internationaal opgestelde blauwdruk met de eisen waaraan een werkgever minimaal moet voldoen, maakt toch meer indruk dan een alleen door mij opgesteld lijstje. Niet lang geleden was CNV-voorzitter Doekle Terpstra in Honduras. Hij bezocht een van de fabrieken waar het absoluut niet lukte om iets van de grond te krijgen. Niet lang na zijn bezoek, zocht de werkgever mij zelf op.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.