Er zijn landen die na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 met weinig anders bezig lijken te zijn geweest dan met wegrotten. Nergens komt die schijn dichterbij de werkelijkheid dan in Tadzjikistan, een zelfs in betere tijden doodarme republiek die grenst aan Afghanistan. Drie jaar burgeroorlog gevolgd door zes jaar onrust, fragmentatie langs clanlijnen en verval van staatsinstellingen eisen hun tol.
In deze winter dreigt in Tadzjikistan sterfte door honger op grotere schaal. Het Wereldvoedselprogramma (WFP) van de Verenigde Naties schat dat er binnen drie maanden meer dan een half miljoen ton graan naar Tadzjikistan moet worden gebracht om zware ondervoeding en honger te voorkomen, bij meer dan een miljoen Tadzjieken.
Woordvoerder Bouchan Hadj-Chikh van het WFP-kantoor in Doesjanbe wil nog niet van hongersnood spreken. Hij blijft ook ver van de eerste alarmberichten van zijn organisatie, die eind juli nog waarschuwde voor een levensbedreigende situatie voor drie miljoen mensen. Bedreigend voor ruim een miljoen is voorlopig erg genoeg.
Tot half december kunnen de Tadzjieken voor het allernoodzakelijkste toe met de eigen oogst. En het ziet er naar uit dat de buitenlandse hulp die in de jongste weken begint los te komen voldoende zal zijn om de slachtoffers tot februari verder te helpen. Maar voor de lange maanden daarna, tot aan de volgende oogst, is nog veel hulp nodig.
De ruim zes miljoen inwoners van Tadzjikistan zijn aanbeland op het snijpunt van twee rampen. In de eerste plaats de extreme droogte van dit jaar, die van de Balkan tot Mongolië en in het hele Midden-Oosten voor misoogsten heeft gezorgd. In de tweede plaats de langzamere, sluipender ramp van de verarming. Die begon eind jaren tachtig, onder Gorbatsjov, met het afsterven van de Sovjet-planeconomie. Ze heeft dit jaar een punt bereikt waarop honderdduizenden Tadzjieken, mensen die én geen stukje land én geen baan of andere bron van inkomsten meer hebben, niet meer weten hoe ze voedsel voor zichzelf en hun kinderen moeten betalen.
,,Wij hebben, alleen al in de dorpen en stadjes om Doesjanbe heen, te maken met 250000 mensen die na jaren van interen gewoon niets meer hebben om te verkopen. Die mensen zijn volledig van hulp afhankelijk'', vertelt Ben Ellis, die in Tadzjikistan werkt voor de hulporganisatie Care. ,,Hun nood heeft niets met de droogte te maken. Zij hebben geen grond om te bewerken. Hun probleem is van alle jaren, het wordt alleen ieder jaar groter.''
VERVOLG OP PAGINA 5
Hongersnood verergerd door slecht bestuur
Tadzjikistan
VERVOLG VAN PAGINA 1
De droogte van dit jaar heeft er bovendien voor gezorgd dat veel Tadzjieken die normaal gesproken wel een deel van hun voedsel zelf kunnen verbouwen, deze winter óók hulp nodig hebben. ,,Daarom komen we tekort'', zegt Ellis. ''Het ziet er behoorlijk somber uit.''
Hoe somber? ,,Vorig jaar hebben we, vlak na een gelúkte oogst, de ondervoeding gemeten in het district Hissor, twintig kilometer buiten Doesjanbe. Dertig procent van de kinderen onder de vijf jaar was toen al zwaar ondervoed. Toen al! Kun je nagaan, hoe het nu is.''
Droogte en verarming versterken elkaar ook op een andere manier. Sinds het einde van de jaren tachtig is het landbouw-machinepark in Tadzjkistan nergens meer vernieuwd en nauwelijks onderhouden, terwijl de irrigatiewerken - nog crucialer - zijn vervallen. Ben Ellis: ,,In de projecten waar wij nieuwe, private landbouwers hebben geholpen met de irrigatie is - ook in dit jaar van droogte - een recordoogst binnengehaald. Zelfs nu, zelfs hier kom je succesverhalen tegen.''
In de gebieden die door droogte zijn getroffen verschilt de situatie van dorp tot dorp, van kolchoze tot kolchoze, van landje tot landje, benadrukt Ellis. De collectieve (Sovjet-)landbouw, die in Tadzjikistan nog steeds domineert, maakt de landarbeiders erg afhankelijk van de toewijding van 'hun' kolchozevoorzitter. Het ene dorp (vele) kampt met een regelrechte rover, het andere houdt dankzij een goede manager het hoofd net boven water.
Tadzjikistan is doodarm, maar het is geen Ethiopië of Somalië. De ondervoeden zijn niet op drift en maken zich niet op om in kampen te sterven. Het WFP is van plan de voedseluitdelingen van de komende maanden net zo te regelen als in voorgaande jaren: het uitgedeelde voedsel is loon, voor werk. ,,Behalve voor de zwaksten die niet kunnen werken en niet op familieleden kunnen terugvallen. Op 5 december beginnen we met gezinnen voor twee maanden voedsel te geven. Minstens één lid van die familie zal ervoor werken, aan het herstel van irrigatiekanalen, wegen, schuren, graanelevatoren, enzovoort'', vertelt Bouchan Hadj-Chikh van WFP.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.