*

 
dossier

Archief

Buig het boompje met beleid als het jong is

Amsterdam Herman Kamphuis − 28/01/00, 00:00

Met de opvoeding van onze kinderen kunnen we bijdragen aan het voorkomen van redeloos geweld. Laten we streng zijn, doch rechtvaardig.

Ik fiets in Amsterdam nabij station Lelylaan. Voor mij op het fietspad zie ik een jongen op een brommertje. Vlak voor mij draait hij om zonder op of om te kijken. Ternauwernood weet ik hem te ontwijken. Zonder iets te zeggen kijk ik hem een fractie van een seconde in de ogen, bozig dat wel. Twee tellen later hoor ik het snorren van een brommertje achter mij. Het is de jongen, geschatte leeftijd 18, 19 jaar. Onopvallend gezicht ondanks een vlassnorretje. ,,Heb je haast?'', vraagt hij. Ik ben te verbouwereerd over zo een vraag, en meer nog over de intonatie waarmee hij gesteld wordt, om een adequaat antwoord te geven. Dan vervolgt hij: ,,Ik ga je dood maken''. Nu zeg ik: ,,Doe niet zo agressief jongen, wat is er aan de hand?'' Ik ben heel rustig, en voel me ten genendele bedreigd. Het is te onnozel wat hier gebeurt. Wat wil zo'n ventje nou? Nu steekt de jongen drie middenvingers omhoog. Vuil kijkt hij me aan. ,,Ik trap je kapot'', zegt hij toonloos. Het voorwiel van zijn brommertje gaat gelijk op met het achterwiel van mijn fiets. Ik voel geen spoor van angst, eerder verbazing. Mijn eerste doodsbedreiging, realiseer ik me. Ik fiets op mijn gebruikelijke tempo door en kijk de jongen open en vrij in het gezicht. Dan hoor ik mezelf zeggen: ,,Waarom?'' Hij lijkt steeds kwaaier te worden, maar ik proef ook iets van onzekerheid omdat hij geen vat op me krijgt. Hij staakt zijn achtervolging.

Uren later ben ik nog steeds verbijsterd over zoveel haat en vuiligheid, zonder een enkele reden over mij gestort.

mailIcon print |