Al gekregen of nog onderweg: de blauwe envelop. Het blijft een hele tijdsinvestering om dat formulier op een goede wijze in te vullen. Een onuitstaanbaar idee is het echter dat de belastingaangifte in andere Europese landen veel eenvoudiger is geregeld. Neem de Noren. Die hoeven geen kostbare uren achter het belastingformulier te verspillen. Hoezo makkelijker kunnen we het niet maken?
Hoe dat kan (en of het Noorse belastingsysteem wellicht voor Nederland geschikt zou zijn), is bij uitstek een vraag voor aan hoogleraar fiscale economie Sijbren Cnossen van de Erasmus Universiteit te Rotterdam. Hij is een absolute voorstander van de invoering van de duale inkomstenbelastingen: het systeem zoals men dat in Noorwegen kent. In een duaal stelsel worden inkomsten uit arbeid en inkomsten uit vermogen op een hoop gegooid: alles is inkomen en dus één tarief.
Het stelsel is simpel, maar dat is niet de doorslaggevende reden om voor de Noorse variant te pleiten. De belangrijkste reden is voor hem de rechtvaardigheid. Cnossen is bekend geworden vanwege zijn felle verzet tegen het voornemen van Vermeend om niet naar de werkelijke inkomsten uit vermogen te kijken, maar daarvoor een jaarlijks (laag) fictief rendement vast te stellen van vier procent. Daarover wordt 25 procent belasting geheven en dat is wel wat anders dan 28 procent over de werkelijke vermogensinkomsten.
Cnossen: ,,In de jaren tachtig werden in bijna de gehele industriële wereld de belastingen herzien. De grondslag waarover belasting wordt geheven, werd verbreed en er kwam in veel landen een vast, deels niet meer oplopend tarief. De Scandinavische landen zetten hun in naam allesomvattende, maar in werkelijkheid met privileges doorspekte belastingen om in effectief bredere, duale inkomstenbelastingen. Weliswaar werd ook het vooral door links bepleite principe dat de hoogste inkomens de zwaarste lasten dragen geschrapt, maar die 'onrechtvaardigheid' werd via de belasting op vermogen gerepareerd.
Het vaste tarief in de inkomstenbelasting is tot een ton inkomen 28 procent. Alle aftrekposten (inclusief de hypotheek op het eigen huis) leveren dus ook logischerwijze maar 28 procent minder belasting op. Pas vanaf 100000 gulden gaat een progressieve inkomstenbelasting gelden oplopend tot een tarief van 55-60 procent.
Kenmerkend voor het duale fiscale stelsel is dat alle vermogensinkomsten -én de vermogenswinsten, die in Nederland zelfs in het oude en nieuwe stelsel onbelast blijven- tegen een vast tarief worden belast. Dus niet de denkbeeldige inkomsten (Vermeend), maar de werkelijke inkomsten worden tegen 28 procent belast. Dit tarief geldt bovendien ook nog eens voor de vennootschapsbelasting (in Nederland geldt daarvoor momenteel een tarief van 35 procent).
Het grote voordeel van dit simpele systeem is, dat het ontwijken van belasting aanzienlijk moeilijker is en de drukverdeling van de inkomstenbelasting (door de effectievere belasting van vermogenswinsten) juist progressiever wordt. Het bezittende deel van de Noren en Zweden betaalt via de vermogensbelasting immers een hoger aandeel in de totale belastingopbrengsten, vindt Cnossen.
Het systeem is volgens Cnossen ook in Nederland in te voeren. ,,In Noorwegen verliep de invoering van de duale inkomstenbelasting zonder noemenswaardige economische, politieke of administratieve problemen.'' Waarom Vermeend voornamelijk praktische invoeringsbezwaren aanvoert tegen met name het vermogensdeel van een dergelijk stelsel, kan hij niet verklaren.
Het lijkt bijna te mooi om waar te zijn: het duale belastingsysteem is tijdsbesparend, simpel, er komt een einde aan het speuren naar fiscale foefjes, en bovendien schijnt het de belastingdienst per saldo ook nog meer op te leveren. En per saldo hoeft er niet meer belasting geheven te worden, ,,want met de meeropbrengst van met name de belasting op vermogens kunnen we de tarieven verder verlagen. Bovendien zijn er economische voordelen. De uniforme belasting van alle vermogensinkomsten en -winsten, inclusief winst uit onderneming, betekent juist het einde van de talrijke verstoringen die het huidige Nederlandse belastingstelsel kenmerken. Nu wordt de keuze van de ondernemingsvorm door de fiscaliteit beïnvloed, de bron van financiering en het dividendbeleid. Die verstoringen zijn slecht voor de economie.''
De Scandinavische ervaring levert de bouwstenen op voor een Nederlandse duale inkomstenbelasting. In hoofdlijnen zou die er volgens Cnossen als volgt uit kunnen zien: ,,Belast alle kapitaalinkomen tegen het vennootschapsbelastingtarief, maar verlaag dat tarief geleidelijk tot 30 procent. En voer een vermogenswinstbelasting in.'' Dat laatste betekent overigens wel dat je ook de verliezen op vermogens fiscaal aftrekbaar moet maken. Volgens Vermeend en zijn politieke baas minister Zalm een belangrijk bezwaar, maar dat nadeel weegt volgens Cnossen niet op tegen de voordelen. De vermogenswinstbelasting op onroerend goed zou volgens Cnossen bovendien in de plaats moeten komen van de huidige overdrachtsbelasting.
Kritiek op het duale stelsel is er ook vanuit de hoek van hoogleraar Leo Stevens die stelde dat het stelsel in strijd zou zijn met het draagkrachtbeginsel dat vereist dat kapitaal- en arbeidsinkomen aan een en hetzelfde tarief worden onderworpen.
Cnossen: ,,Dat is vreemd, want Stevens is wel voorstander van de rendementsheffing die kapitaalinkomen ook lager belast dan arbeidsinkomen. Bovendien is de kritiek niet moeilijk te weerleggen. Zouden we kapitaalinkomen even hoog belasten als arbeidsinkomen (een progressief tarief tot 52 procent) dan lokt dat kapitaalvlucht uit. Omdat we zodoende minder kapitaal hebben om mee te werken daalt de arbeidsproductiviteit en dus moeten de lonen omlaag. Dat is een economische wetmatigheid. Het is dus wel degelijk rechtvaardig om kapitaalinkomen lager te belasten dan arbeidsinkomen.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.