*

 
dossier

Archief

Minder emoties, zelfde problemen

Merlijn Schoonenboom − 03/02/00, 00:00

Het Filmfestival van Rotterdam brengt 400 jaar na de eerste handelscontacten tussen Japan en Nederland een groot overzicht van de Japanse cinema. Zowel Japanners als Nederlanders maken kennis met een Japan dat zij niet kenden. Twee tolken op het festival, de Japanse Yukiko Tatebayashi en Leids universitair docent Japanse Filmgeschiedenis Dick Stegewerns, over hun twee thuislanden en de kracht van communicatie in filmbeelden.

Yukiko Tatebayashi (24) woont sinds september in Nederland. In Japan werd ze verliefd op een Nederlander en volgde hem naar Leiden. Nu studeert ze Nederlandse taal en cultuur, een opleiding om Nederlands te kunnen doceren in Japan. Via de universiteit kwam ze bij het filmfestival als tolk. Nederlands spreekt ze nog nauwelijks, zij is tolk Japans-Engels bij Japanse en Europese filmproductie-besprekingen.

Na haar werkzaamheden als tolk loopt Tatebayashi genietend door het Filmfestival Rotterdam. Ze voelt zich 'gevleid', dat de Japanse cinema zo in het middelpunt staat. ,,Toen ik nog in Japan woonde, wilde ik filmdistributeur worden. Ik had de ambitie om Japanse films naar Europa brengen, om te laten zien hoe interessant ze waren.''

Haar liefde voor de Japanse film kwam laat. In haar jeugd heeft Tatebayashi niet één Japanse film in de bioscoop gezien. Ze groeide op in een buitenwijk van Tokio, twee uur rijden van het stadscentrum. De enige films die daar draaiden, waren Hollywoodproducties, zoals 'E.T.'. Later ontdekte zij in achterafstraatjes in Tokio kleinere filmhuizen waar af en toe Japans repertoire werd getoond.

Japanners kregen pas oog voor hun 'eigen' films, toen bleek dat ze aansloegen in Europa, meent Tatebayashi. ,,Een gevierd regisseur als Kitano Takeshi kende ik alleen als televisiekomiek. Pas toen hij in Europese filmkringen hip werd, leerden wij hem ook als filmregisseur kennen. Maar Japanse filmregisseurs hebben nog steeds te weinig geld om reclame voor hun films te maken. Een bioscoop kiest liever voor 'Titanic'.''

Tatebayashi heeft een beeld van Nederland zoals Nederlanders dat graag zien, geleerd uit haar Japanse geschiedenisboekjes: tolerant en internationaal georiënteerd. En, vindt zij, dit manifesteert zich ook in het filmklimaat: ,,Het is heel bijzonder om op een beroemd festival als dit zoveel Japanse films bij elkaar te zien. Nederlandse filmliefhebbers staan open voor Japanse films, veel meer dan bijvoorbeeld Fransen, die zich heel erg op het eigen cultuurgoed richten.''

,,Je merkt het ook in de programmering van het festival. Bijvoorbeeld het eerbetoon aan Fukasaku Kenji; dat kun je nergens in Japan zien. Op dit festival zijn geen films voor 'beginners'. Het zijn films voor mensen die de traditionele films van bijvoorbeeld Kurosawa al kennen. Hier komen 'gevorderden' in de Japanse film.''

Tatebayashi beseft dat veel westerlingen zich moeilijk kunnen inleven in Japanse films: ,,Wij Aziaten zien er heel anders uit, we tonen minder emoties. In westerse films vallen moeder en dochter elkaar vol overgave in de armen. Ik zou zoiets nooit doen, ook al hou ik heel erg van m'n moeder.''

,,Toch zie ik dat in de Japanse films op het festival het moderne leven is doorgedrongen: een vader slaat zijn zoon stoer op de schouder en roept hee, hee, hee. En het geweld is toegenomen in de films, net als in de dagelijkse werkelijkheid in Japan. Het zijn, denk ik, deze elementen die nu aanslaan in het Westen.''

Europa oriënteert zich volgens haar steeds meer op Azië. Ook in Nederland bespeurt zij duidelijke tekenen van Asian-fever. Tot in de winkels van Blokker toe ziet ze Japanse snuisterijtjes, poppetjes en strips.

Het is meer dan een voorbijgaande mode, denkt Tatebayashi: ,,Van Sony tot karate, in het dagelijks leven in het Westen zijn Japanse elementen al helemaal geïntegreerd.''

mailIcon print |