*

 
dossier

Archief

Voor het eerst op jezelf, dat is wennen

Saskia Sol-Vreeburg, medewerkster Nibud − 05/02/00, 00:00

'Sjiiiiiiiiiiiihips, nu moet ik echt iets gaan regelen.' Voor de derde keer deze week heeft Ronald van der Veen een woedende huisbaas aan de telefoon. Ronald betaalt al een paar maanden de huur niet meer. Hij komt absoluut niet uit met zijn geld. Meubels en apparatuur op afbetaling. Een mobiele telefoon. En ondertussen gewoon doorgaan met stappen en dure kleding kopen.

Ronald heeft zich aardig in de nesten gewerkt. Maar zijn huisbaas heeft er genoeg van. Die wil dat Ronald nú betaalt. ,,Of wij gaan over tot uitzetting'', dreigt hij.

Ronald is niet de enige jongere die financieel de mist ingaat. Volgens het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid heeft 16 procent van de jongeren onder de 25 jaar op een of andere manier schulden. Het begrip 'schuld' is in dit verband overigens wel ruim gedefinieerd - ook betalingsachterstanden en studieleningen zijn meegeteld - maar toch is het percentage hoog ten opzichte van de groep van 25 jaar en ouder.

Op zich is het niet vreemd dat jongeren moeite hebben met geldbeheer als ze net zelfstandig wonen. Want echt goed voorbereid zijn de meesten niet. Op school wordt er wel aandacht besteed aan geldbeheer, maar wie staat er dan al stil bij zijn financiële verplichtingen later?

Ook blijken veel ouders flexibel om te springen met zak- en kleedgeld. De meeste scholieren krijgen extra geld op het moment dat zij hun ouders daarom vragen. En tel je daar de inkomsten uit een bijbaantje nog bij op, dan blijken scholieren flinke bedragen vrij te besteden te hebben.

Gaan thuiswonende jongeren eenmaal werken, dan neemt het bedrag dat zij voor zichzelf hebben, alleen nog maar toe. Want er zijn maar weinig ouders die hun kinderen kostgeld vragen. Jongeren kunnen dus volop geld uitgeven aan luxe zaken zoals merkkleding, uitgaan, vakantie, een auto, een mobiele telefoon, etc.

Op het moment dat werkende jongeren zelfstandig gaan wonen, is er nog maar weinig ruimte voor al die luxe. Het inkomen dat eerst zo hoog leek, is dan bedoeld voor de huur, de energierekening en de boodschappen. En dat is wennen.

De meeste jongeren komen de eerste financiële zorgen na verloop van tijd wel weer te boven. Maar er is een groep die niet zo makkelijk uit de problemen komt. De geldproblemen groeien deze groep zodanig boven het hoofd, dat zij er niet meer zelfstandig uitkomen.

Wat dan nog rest, is een vrijwillige schuldsanering bij een kredietbank. De kredietbank probeert dan afspraken te maken met de schuldeisers van de jongere. Lukt dat, dan kan de jongere geld lenen van de kredietbank. Met dit geld kunnen de schulden worden afgelost. De lening aan de kredietbank moet in drie jaar - met rente - worden terugbetaald.

Helaas lukt het maar zelden om een vrijwillige schuldsanering te regelen voor jongeren. Want om dit traject kans van slagen te bieden, moet iemand over een redelijk inkomen beschikken. Jongeren vallen om deze reden meestal buiten de boot. Zij hebben vaak een te laag inkomen om schulden te kunnen afbetalen. Kredietbanken kunnen daarom maar weinig betekenen voor jongeren.

Ook schuldeisers staan zelden te popelen om mee te werken aan een vrijwillige schuldregeling. Zij redeneren vaak dat jongeren later nog tijd genoeg hebben om hun schulden af te betalen. Bovendien zal hun inkomen in de toekomst nog wel toenemen. Dan is er waarschijnlijk wél voldoende financiële ruimte om schulden af te lossen.

Gelukkig heeft Ronald de problemen met zijn huisbaas inmiddels kunnen gladstrijken. Hij heeft zijn ouders bereid gevonden hem geld te lenen. Als tegenprestatie gaat Ronald deze zomer het huis van zijn ouders schilderen. En, hij krijgt een lesje financieel beheer van zijn vader.

mailIcon print |