Lees het volgende snel en hardop:
Het was al bijna poëzie, wat we Inez de Beaufort, hoogleraar medische ethiek, daar hoorden zeggen. We bevonden ons in een zaaltje van het Bonnefantenmuseum in Maastricht, waar sinds enige tijd een tentoonstelling over 'smaak' te zien is. Aan de rand van deze tentoonstelling wilde een symposium onderzoeken hoe belangrijk smaak is als het gaat om veranderingen aan het menselijk lichaam. Is een medische ingreep in het uiterlijk van de mens iets anders dan de verfraaiing van een interieur of een verrijking van de garderobe? Of zouden er grenzen moeten zijn aan ons streven naar schoonheid?
De Beaufort leidt een internationaal onderzoek naar ethiek en uiterlijk, en kon dus alvast geruststellend opmerken dat de aandacht voor het uiterlijk en het veranderen en versieren ervan van alle tijden en culturen is. Ter illustratie toonde ze een dia van Afrikaanse giraffevrouwen en citeerde ze over het inbinden van meisjesvoeten in China de volgende ervaringswijsheid: ,,Echtgenoten waren het er unaniem over eens dat vrouwen met kleine voeten betere bedpartners waren. Een vrouw met grote voeten kan, bewegend onder het beddegoed, een akelige tocht veroorzaken.'
Is het niet onnatuurlijk ons uiterlijk te willen veranderen? Is aanvaarding van de natuur, van kippennekken, kraaienpootjes, hangborsten, spataderen, blubberbenen, striae en zwembanden niet moreel deugdzamer dan verzet ertegen? Niet voor De Beaufort. ,,Waarom ons door de natuur laten voorschrijven dat wij grijze haren moeten accepteren?'' Mensen moeten voor zichzelf beslissen of ze in hun uiterlijk willen laten ingrijpen.
In de talloze verfraaiingsmogelijkheden van de moderne cosmetische chirurgie is zelfs een element van rechtvaardigheid besloten. Want de natuur heeft de schoonheid ongelijk verdeeld. Mochten vrouwen zich slachtoffer voelen van een door de commercie gecreëerde 'beauty myth', mannen delen steeds meer in dit 'slachtofferschap'. Lees De Beauforts opsomming van het assortiment cosmetica voor mannen ook maar eens snel en hardop: ,,Cleansers, age-defying formula's, eyelifts, total care revitalizers, sharp shooter vitamin complex-serums, scruffing lotions, razor burns, turn-around of u-turn cremes, invigorating body-splashes.'' Allen Ginsberg in een Douglas-winkel.
We hadden met een glimlach naar De Beauforts mild-ironische voordracht kunnen luisteren, als we niet daarvoor de cultuurkritiek van Rudy Laermans over ons heen hadden gehad. Laermans, Vlaams cultuursocioloog, plaatste ons getob over uiterlijk schoon en gezondheid in het perspectief van het postmodernisme. Postmodernisme, u weet het, is de tijd waarin we leven, de tijd van na de grote verhalen en de tijd van de utopieloze cultuur en samenleving. ,,Postmoderne mensen leven kleine levens'', zei Laermans. We streven uitsluitend nog individuele progressie na in kleine persoonlijke carrières. Eén van die carrières is die van de gezondheid. We spannen ons reusachtig in om ziekten en fysieke ongemakken te vermijden en verouderingsprocessen te vertragen.
We voelden ons in dat zaaltje in Maastricht behoorlijk sociologisch gekneveld toen de gezondsheidscultus van Laermans het verwijt kreeg 'in zijn middenklasse-moralisme ongelooflijk discriminerend te zijn jegens mensen met letsels en handicaps'. Gezondheidsvoorlichting was niets anders dan het opleggen van een middenklasse-standaard. Nog erger: ze was de overwinning van het reëel bestaande kapitalisme. We zouden malaria kunnen uitroeien in de Derde Wereld, maar besteden liever miljarden aan viagra, prozac en vermageringspillen.
De Beaufort moet zich met haar folkloristische Afrikaanse giraffevrouwen wat ongelukkig hebben gevoeld, toen Laermans in zijn maatschappijkritiek de gezondheidstoestand in Afrika had aangekaart. Toch bleef ze de individuele vrijheid verdedigen, die postmoderne iconen als Cher en Pamela Anderson had voortgebracht. En noch De Beaufort, noch Laermans kon de plastisch chirurg in de zaal helpen die om een morele standaard vroeg in de omgang met zijn patiënten. ,,Moet ik meegaan met hun illusies?'' De Beaufort: ,,Een morele standaard is er gelukkig niet, maar je moet je patiënten wel zo goed mogelijk voorlichten''. Laermans: ,,Een arts maakt een individuele diagnose, maar die kan ook in de morele sfeer liggen. Welke moraal? Een moraal van 'do the right thing'.'' Een ouderwetse opvatting kennelijk, want uit de zaal kwam nog de postmoderne observatie dat we hier ten onrechte van een arts-patiënt-relatie uitgaan. ,,Beter is het om van een ondernemer-klant-relatie te spreken.''
En zo was de moraal tot giraal verkeer teruggebracht.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.