*

 
dossier

Archief

Het moet anders, dát is al duidelijk

Lodewijk Dros − 28/01/00, 00:00

In Doorn braken ze zich gisteren onder de noemer 'Op goed gerucht' het hoofd over de vraag hoe het allemaal anders kan, in Lunteren begon de trio-synode het beraad over de toekomst van het Sow-proces. En kijkend naar het nabije verleden werpt Gerrit Manenschijn de vraag op of de tot nu toe gevolgde weg wel de goeie is.

'De kerk bevindt zich in een veelbelovende crisis.' Zo luidt het prikkelende begin van de 'geboorteakte' van Op Goed Gerucht. Deze groep jonge predikanten wil het midden van de kerk een nieuwe impuls geven. Op de studiedag, gisteren op Hydepark, was er geen beschuit met muisjes. Wel veel late dertigers, gesprekken en bijbels cabaret. De belofte van de openingszin werd in Doorn nog niet ingelost. Eén ding was wel duidelijk: het moet anders in de Samen-op-wegkerken. Maar hoe?

In 1961 kregen de tot dan nogal aarzelende contacten tussen de Hervormde kerk en de Gereformeerde kerken een flinke stimulans door de oproep van De Achttien. Negen gereformeerde en negen hervormde dominees schreven ,,dat de gescheidenheid van de hervormde en gereformeerde kerken niet langer geduld kan worden''. Jaars daarna zetten 4500 bezoekers in een congres dat appèl kracht bij. En het kwam ervan: samen met de Luthersen vormden ze een grote protestantse kerk, onder de werktitel Samen-op-weg.

Afgelopen najaar richtte een groepje jonge theologen zich tot de hervormde synode die een nieuwe naam voor de Samen-op-wegkerken had getorpedeerd. Ondersteund door ruim honderd medestanders spraken ze hun ongenoegen uit over de trage eenwording. De schrijvers kregen bijval, en een naam: Op Goed Gerucht. Ze roerden zich nadrukkelijk. Met hun initiatief willen ze een vernieuwingsbeweging in gang zetten. Gisteren traden ze definitief naar buiten. De conferentie op Hydepark, bezocht door zo'n 120 merendeels jongere dominees, was zwaar overtekend.

De initiatiefnemers presenteren zich als Sow-predikanten, maar de kern bestaat uit hervormde dominees die elkaar als studiegenoten in Groningen hebben leren kennen. De gereformeerde inbreng is een stuk kleiner, de Lutherse ontbreekt. De aanwezigen gisteren waren gemêleerder van samenstelling. 'Het midden der kerk', zag een kenster van Nederlands jonge predikantengarde in één oogopslag. De adreslijst van aanwezigen leerde dat minder dan tien procent uit de grote steden komt; dominees starten meestal op het platteland.

,,Je geeft je leven aan een zinkend schip'', verzuchtte een van de dominees -een verontrustende gedachte, als je geen Leonardo DiCaprio heet. ,,Wat ons het meest zorgen baart, is het wegvallen van de middenorthodoxie'', zegt de Beuningse predikant dr. Rick Benjamins. In zijn lezing 'ruimte voor vrijmoedigheid', de 'geboorteakte', neemt de crisis waarin de kerk verkeert een belangrijke plaats in. De kerk is een marge-verschijnsel in de maatschappij geworden en haar predikanten zijn tot op het bot geseculariseerd. ,,Dit vraagt om een nieuwe doordenking van onze eigen geloofshouding en het vraagt om reflectie op de relatie tussen kerk en cultuur.''

Benjamins portretteert de somber stemmende kant van het predikantswerk 'in het brede midden van de kerk': ,,Het voortdurende geworstel om jeugd en randkerkelijkheid vast te houden; de steeds herhaalde verwijtende vraag: waarom zitten de kerken niet meer vol, 'zoals vroeger'?; het kruisverhoor waaraan de dominee zijn gemeenteleden niet meer mag onderwerpen, maar wel moet ondergaan als hij op zijn opvattingen getoetst wordt; de oeverloze vergaderingen om kleinigheden.'' Het geeft 'ons heel dikwijls het gevoel dat er een zwaar, oud en log gewicht op onze nek gelegd wordt'. Een grijns van herkenning golfde door de zaal.

Het elan van de predikanten leidt er (nog) niet onder. Tegenover al dat deprimerends staan namelijk 'de mooie en bemoedigende' momenten. ,,En juist daarin bestaat de spanning, ten dele ook het onbehagen, dat bij ons aanwezig is: de absolute noodzaak en de vreugde om de geloofstraditie voort te zetten, tegenover het voortdurende gevecht om iets van deze vreugde te vertalen in een oud geworden organisatie.'' Kortom: het kan en het moet anders. Maar wat precies, en hoe?

En daar stagneert het. De bijeenkomst gisteren moest aanzetten opleveren voor het vervolg. De conferentie droeg vooral een verkennend karakter. Telkens terugkerend motief was de 'vrijmoedigheid'. Lef om zowel theologisch bij de tijd als gelovig te zijn, ergens tussen hopeloos ouderwets en hulpeloos modern in. Durf om als dominee niet alleen maar begripvol hummend en spiegelend ('wat denkt u zelf?'), maar ook met een eigen gezicht op te treden ('zo kijk ik er tegenaan'). Veelbetekenend is dat de werkgroep 'eigen identiteit, rol en ambt' veruit de meeste deelnemers trok.

De vele papieren wegwijzers, boekjes en brochures die in de brievenbus van de pastorie belanden ter revitalisering van het kerkenwerk, sabelde Benjamins in zijn toespraak genadeloos neer als een expressie van onmacht. ,,Zij brengt ons eerder tot wanhoop dan dat zij hoop in ons laat ontkiemen.'' Ook veel 'plaatsen, geschriften en groepen' die de crisis creatief te lijf gaan, wantrouwt hij. Het is de directe aansluiting bij de behoeften die hem argwanend maakt: ,,Het is de vraag of dit geen pogingen zijn om consumenten vast te houden door middel van vernieuwing en verrassing. Als dat zo is, dan zijn deze pogingen gedoemd te mislukken. Een grote nadruk op een moderne vormgeving kan gemakkelijk ten koste gaan van de inhoud.''

Hierachter gaan bedenkingen tegen twee moderne varianten van religieuze behoeftenbevrediging schuil, evangelische tendensen en New Age-achtige fenomenen ('God is best een beetje een boom'). Mag de kerk dan niet ingaan op religieuze behoeften? Al lijkt het antwoord na het voorgaande 'neen' te zijn, Op Goed Gerucht zegt voluit 'ja'. Waar komt Op Goed Gerucht dan op uit? Eigenlijk weten ze het zelf niet zo goed. ,,We missen een samenhang of een verband om in te werken. Noem het een geestelijk thuis. We horen nergens bij.''

Behoudende predikanten kunnen te kust en te keur kiezen uit confessionele, evangelische of Bondsberaden, verbanden of verenigingen, hun vrijzinnige antipoden weten elkaar eveneens goed te vinden, maar het midden hoort noch bij de ene, noch de andere groep. De Op Goed Gerucht-theologen in dat ongeorganiseerde en ongeprofileerde midden zijn wars van 'het simplisme van de EO, de theologisch niet bijdetijdse orthodoxie en de kaalslag der vrijzinnigheid'' - maar wat dan wel?

De verwachtingen van de aanwezigen liepen nogal uiteen. Een (niet meer zo) confessionele predikant zocht vooral een 'theologische vrijplaats', een Zaankanter 'inspiratie'. In de reacties op de lezing viel hier en daar wat wrevel op te maken over het behoudende karakter van het initiatief. ,,Ik hoopte op redding van de vrijzinnigheid'', licht een criticus toe.

De inhoud waar Op Goed Gerucht voor wil staan -een 'authentieke, christelijke geloofshouding'- zal 'stug en weerbarstig lijken', en blijft verder nog in het vage. Het moet zich allemaal nog wat uitkristalliseren. De wervingsfolder voor de ontmoetings- en studiedag van gisteren wijst alvast de (typische Nederlandse?) weg: 'Een stuurgroep, een groep voor de nieuwsbrief en een groep organisatie studie- en ontmoetingsdagen'.

Nog even terug naar de vroege jaren zestig, de tijd waarin de Op Goed Gerucht-generatie zelf het levenslicht zag. De oproep die De Achttien toen deden -'Wordt één!'- doet achteraf weldadig simpel aan. Dat is anders met deze nieuwe, fundamenteel andere generatie. Minder optimistisch, misschien wel minder naïef, en in ieder geval doordesemd van het 'moderne levensgevoel'.

'Jonge honden blaffen', kopte HN enkele maanden geleden. Bijten is er niet bij, bleek gisteren, en een vernieuwingsbeweging, zoals het weekblad Op Goed Gerucht ronkend noemde, vormen ze niet. Eerder een ontmoetingsplek.

mailIcon print |