*

 
dossier

Archief

Keniase begrafenis kan ook sober zijn

Ilona Eveleens − 04/12/00, 00:00

Van Afrika wordt verwacht dat het zo snel mogelijk aansluiting vindt bij het ontwikkelingsniveau van het Westen. Maar tijdens de enorme inhaalrace, waarbij de economische ontwikkeling de belangrijkste graadmeter is, dreigen Afrikaanse tradities verloren te gaan. Zoals begrafenisceremoniën.

De assen van de kleine bestelauto kreunen terwijl het voertuig naar de begraafplaats op de top van een heuveltje rijdt. Niet minder dan negentien mensen stappen uit en iedereen helpt om de eenvoudige doodskist van het dak te tillen. Zwijgend lopen ze ermee naar een open graf. ,,Gisteren stond ik hier ook. Toen heb ik een dochter begraven. Nu is het de beurt aan een zoon'', vertelt de oude vader.

Hij staart in de verte, naar het glinsterende water van het Victoria-meer. Het fraaie uitzicht vanaf de begraafplaats van Mamboleo, een buitenwijk van de West-Keniaanse stad Kisumu, kan zijn verdriet niet verlichten. Slechts tien minuten duurt de simpele plechtigheid. Daarna gooien de aanwezigen het graf dicht.

Gemeentelijke begraafplaatsen zijn klein in de provincie Nyanza, waarvan Kisumu de hoofdstad is. Het merendeel van de inwoners is Luo, een van de grootste etnische bevolkingsgroepen in het land. Bij de Luo's is het traditie om de doden te begraven op het familie-erf, naast de voorvaderen. Die plechtigheden zijn enorme eet- en drinkfestijnen waaraan vaak honderden familieleden, vrienden, kennissen en buren deelnemen. ,,Ik heb geen geld voor dat soort uitspattingen. Zeker niet als twee van mijn kinderen binnen een week sterven. Bovendien heeft mijn kerk opgeroepen om te stoppen met dure begrafenisceremonieën'', zegt de vader.

De economie van Kenia is de laatste jaren in een diep dal terechtgekomen door corruptie en slecht bestuur. Kenianen zijn armer geworden. Het land met de vroeger zo hoopvolle vooruitzichten is in verval geraakt. De anglicaanse kerk en de pinkstergemeente hebben hun leden daarom opgeroepen op te houden met het houden van dure begrafenissen. Want om de kosten te dragen, moeten families zich vaak voor jaren in de schulden steken.

Maar de oproep van de kerk vindt maar weinig gehoor in Nyanza. Joseph Ocholla Omolo is een anglicaanse predikant in Kisumu. In zijn kantoortje naast de Saint Stephens-kathedraal vertelt hij waar volgens hem de exorbitante begrafenistraditie vandaan komt. ,,Voordat het christendom hier werd geïntroduceerd, mocht in het huis waar iemand was overleden gedurende zeven dagen geen vuur worden gemaakt. Buren, familie en kennissen brachten het noodzakelijke voedsel. De rouwende familie werd juist ontlast. Later zagen onze voorouders hoe missionarissen en kolonialen gasten ontvingen die kwamen condoleren. Luo's hebben dat geïmiteerd.''

De predikant weigert elk voedsel als hij een begrafenisplechtigheid leidt. Hij wil het goede voorbeeld geven. ,,Het is pure noodzaak. Naast de verslechterde economie hebben we te maken met meer doden dan vroeger door de aids-epidemie.'' De provincie Nyanza, met ruim vier miljoen inwoners, is zwaar getroffen door aids. Jaarlijks overlijden er meer dan zeventigduizend mensen aan de gevolgen van aids en ruim een half miljoen inwoners is hiv-besmet.

Terwijl in de westerse wereld aids steeds meer een chronische ziekte wordt, sterven besmette Afrikanen er snel aan. Medicijnen voor de meeste simpele aandoeningen, veroorzaakt door een verslechterd immuunsysteem, zijn te duur. Debet aan de hoge hiv-besmetting in Nyanza is onder meer de op zich nuttige traditie van weduwen-erfenis. Als een man overlijdt, moet een van zijn broers de zorg voor de weduwe en haar kinderen op zich nemen. Maar de laatste decennia is naast de economische ondersteuning ook een seksuele band normaal geworden.

De Nederlandse tropenarts Anja van 't Hoog woont en werkt vier jaar in West-Kenia. ,,Uit een onderzoek blijkt dat negentig procent van de mensen weet hoe de hiv-besmetting zich verspreidt. Toch veranderen de gewoonten niet. Onbegrijpelijk. Maar goed, ik begrijp ook niet waarom een roker, die heel goed weet hoe schadelijk nicotine is, blijft roken.''

Bouwvakker Maurice Juma heeft onlangs zijn vader begraven, geheel volgens Luo-traditie. Als enig kind moest hij de kosten -ruim zeshonderd gulden- dragen, terwijl zijn maandinkomen honderdzestig gulden is. ,,Ik houd ook niet van die festijnen, maar ik moest wel. De druk van de familie was erg groot. Ook was ik bang dat mijn voorvaderen me zouden straffen als ik weigerde.''

De bouwvakker draagt een paarse muts, het symbool van het lidmaatschap van een uiterst conservatieve stroming binnen de katholieke kerk in Kenia. Zijn strikte religie combineert hij gemakkelijk met de verering van voorvaderen. ,,Ik heb zelf gezien hoe mensen die hun familie niet volgens onze traditie begroeven, door ongeluk werden getroffen. Sommigen werden heel mager, anderen kregen tegelijkertijd meerdere ziekten. Velen zijn er aan dood gegaan.'' Dat die symptomen op aids duiden, brengt hem niet van de wijs. ,,Dat is een straf van God of van onze voorouders.''

Professor Ogot, zelf Luo, doceert geschiedenis aan de universiteit van Maseno, zo'n vijftig kilometer noordelijk van Kisumu. Hij is een deskundige op het gebied van Afrikaanse tradities. ,,Aangenomen wordt dat onze voorvaderen afkomstig zijn van de oevers van de Nijl. Nilotische bevolkingsgroepen, zoals de Egyptenaren, hebben altijd massale monumenten gemaakt voor hun doden. Ook Luo's geloven dat je goed voor je doden moet zorgen. Soms zelfs beter dan voor de levenden.''

Hoe diepgeworteld tradities in Afrika ook zijn, professor Ogot ziet ze grotendeels verdwijnen. ,,Daar zijn diverse redenen voor. Naast de economische druk moeten we ook meedoen aan de westerse informatietechnologie. Door televisie worden onze culturen min of meer hetzelfde. Kijk maar naar Amerikanen en Europeanen, die zijn ook één pot nat geworden.''

Ogot is er evenwel van overtuigd dat een tegenreactie zal komen en wijst op de Mungiki-groep die sinds kort van zich laat horen in Kenia. Mungiki (massa) bestaat voornamelijk uit Kikuyu's, de grootste etnische bevolkingsgroep in het land. Het is een mysterieuze verzameling van armoedige en werkloze mannen en vrouwen die een terugkeer bepleiten naar oude waarden en tradities. Die bieden hun een houvast in een leven met een schier hopeloze toekomst.

De Mungiki-leden leggen hun gewoonten soms met harde hand op. Vrouwen worden midden op straat ontkleed omdat ze een broek dragen. Een on-vrouwelijk kledingstuk, volgens opvattingen van de groep. Professor Ogot: ,,Dat soort extremistische groeperingen schroomt niet om geweld te gebruiken bij de verspreiding van haar overtuigingen. Het is te hopen dat het in Kenia niet uit de hand loopt. Het ontstaan van Mungiki duidt er op dat we een balans moeten vinden tussen handhaving van tradities en aanpassing aan het technologische tijdperk.''

Volgens schattingen heeft Mungiki zo'n miljoen aanhangers, maar een duidelijke structuur in de beweging lijkt te ontbreken. De groep geeft financiële donoren, met name de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds, de schuld van de misère in ontwikkelingslanden. Mungiki meent dat Afrikanen weer slaven zijn geworden omdat beide instituten strikte eisen opleggen aan de economie van landen op het continent. Mungiki veracht Afrikanen die het 'kolonialiserende Westen' na-apen.

,,Donoren houden zelden of nooit rekening met onze culturen'', meent professor Ogot. ,,Ze zijn zich niet bewust van de invloed van tradities en slaan in hun beleid daardoor nogal eens de plank mis. De puinhopen die daardoor ontstaan, moeten wij opruimen.''

mailIcon print |