*

 
dossier

Archief

'Het geld heeft mij doodongelukkig gemaakt'

Toine van Corven − 21/01/00, 00:00

Zijn kindertijd bracht hij voor een deel door in tuchthuizen en internaten. Als volwassene handelde hij in drugs, horloges, kleding en schroot, en verdiende vele miljoenen. In Venlo is Lei Roeffen (45) even bekend als berucht. Vijf jaar geleden, na een verschijning, werd hij een ander mens.

In zijn woning in Sevenum ontmoette hij, zegt hij, Onze-Lieve-Heer en sindsdien geeft hij zijn vermogen af aan de minder bedeelden. Op 16 augustus vorig jaar kreeg hij te horen dat hij longkanker heeft. ,,De specialist gaf me nog twee weken. De klap was enorm, maar ik wist dat dit zou komen. Ik dacht meteen aan vijf jaar terug. Het gebeurde in deze kamer. Daar, waar nu dat grote kruis hangt, zag ik een intens licht. Ik kreeg de opdracht het woord van God te gaan verkondigen, maar eerst zou er nog een hoge berg komen waar ik tegenop moest. Die berg is de kanker, weet ik nu. Na die ervaring heb ik een maand lang gehuild, hè Joke...''

Zijn 23-jarige vrouw knikt. Haar echtgenoot werd van een crimineel een weldoener. ,,Na die maand huilen was hij veranderd in een ander mens.'' Na de diagnose longkanker sloot Roeffen zich drie weken op in zijn slaapkamer. ,,Ik ben toen op een gegeven moment naar beneden gegaan en heb gezegd: die kanker krijgt mij niet klein! Ik ga de berg op. Het is mijn taak. Ik word door God gedragen.''

Hij wordt behandeld in het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis in Amsterdam, moet veel rusten en slikt morfine tegen de pijn. Terwijl hij het zit te vertellen, rookt hij de ene sigaret na de andere. Om de ziekte te tarten, zegt hij, overtuigd als hij is dat hij geneest.

,,Ik ben sinds augustus al zeven kilo aangekomen. Laatst is mijn longinhoud gemeten: 99 procent. Gaat u de marathon maar lopen, zei de dokter.''

Liever steekt hij zijn energie in charitas. Zo bezorgde hij rond de feestdagen zeven pallets vol kerstpakketten bij arme gezinnen in Blerick, schonk een deel van zijn vermogen aan de kankerbestrijding en betaalde de familie, bij wie hij ooit in huis de brandkast kraakte, het geld dat hij stal tot op de laatste cent terug. Verder steunt Roeffen Roemeense weeskinderen en straatkinderen in Brazilië. Toen hij in dat land een 4-sterrenrestaurant had afgehuurd, naar het management pas later bleek om er met 25 straatkinderen te komen eten, wilden ze hem het hotel uit zetten. Voor de goede zaak liet Lei toen héél even zijn oude gezicht van bendeleider zien... En dat kwam overtuigend over. Hoeveel geld hij intussen heeft weggegeven wil hij niet in de krant hebben, maar het is héél veel. Zóveel dat een deel van zijn familie hem de rug heeft toegekeerd. ,,Die hadden onderling alles al verdeeld''.

Op de plek in de kamer waar Onze-Lieve-Heer aan hem zou zijn verschenen, staat een altaar, versierd met een goudkleurige doek. Er staat een Mariabeeld op, belicht door kaarsen en waxinelichtjes. Aan de muur hangt een fraai icoon en ook een portret van Lei in zijn beste jaren. ,,Als ik ergens binnenkwam, kwam er ook iets binnen, hè. Ik had die uitstraling gewoon''. Hij haalt een rozenkrans tevoorschijn. Gekregen van de nonnen van Steyl, waar hij geregeld gaat bidden, als ook bij de paters van Vaals.

De zusters van Baarlo deden hem een tabernakel cadeau. Voor in de kapel die hij in zijn achtertuin laat bouwen. De tekeningen zijn goedgekeurd door de welstandscommissie. De aannemer begint volgende week.

Hij geniet van de nieuwe taak in zijn leven: goed zijn voor anderen en de verkondiging van Gods woord. Hoe meer bekendheid, hoe beter. Zo bezien lijkt het conflict over een graf op het dorpskerkhof dat hij momenteel met het kerkbestuur in het Venlose kerkdorp Boekend uitvecht, een geschenk uit de hemel. Kranten, radio en tv kwamen reeds af op het verhaal van de terminale kankerpatiënt, die door de parochie van het Onbevlekte Hart van Maria een laatste rustplaats door de neus wordt geboord. Roeffen wil op het kerkhofje voor zichzelf een familiegraf van drie bij drie meter oprichten, maar kerkbestuur en dorpsraad hebben dat liever niet. ,,Eerst zeiden ze dat ze gajes als Roeffen niet op hun kerkhof wilden. Toen de pastoor liet weten dat ze dat niet konden maken, zeiden ze dat ik er niet begraven kon worden omdat ik geen binding met Boekend heb. Terwijl Joke van woonwagenkamp De Römer komt en er jaren heeft gewoond. Nu zeggen ze weer dat het graf te groot is voor het kerkhof.''

Hij laat een overeenkomst met het kerkbestuur zien, waaruit blijkt dat ze hem zijn graf wel móeten geven. Zelfs heeft hij voor de komende zestig jaar de grafrechten al betaald, maar nog wil de parochie niet toegeven. De advocaat van Roeffen bereidt een kort geding voor.

Dat hij zijn graf zo snel mogelijk klaar wil hebben -een Italiaanse steenhouwer is al druk doende- wil niet zeggen dat hij ook van plan is er snel gebruik van te maken. Hij denkt er veel kracht aan te kunnen ontlenen, als hij zijn graf alvast kan bezoeken. ,,Dan ga ik samen met Joke op een bankje zitten, voel de pijn, treed in contact met Onze-Lieve-Heer en zal Hem zeggen: Nee Heer, Lei komt nog lang niet...''

Al duurt het volgens hem nog jaren voordat het uit de kast hoeft te komen, het draaiboek van zijn begrafenis ligt ook al klaar en is deels al betaald. De paginagrote overlijdensadvertentie in dagblad De Limburger, de witte kist, drie rijtuigen (Lei in een glazen koets, getrokken door twaalf paarden), vijf enorme witte Amerikaanse limousines, de muziek in de kerk ('Il Silentio') en de koffietafel in zaal Kusters. Het kost een vermogen, maar daarvoor krijgt hij dan ook ,,een fijne uitvaart. Ik wil graag dat alles in kannen en kruiken is.''

Voorlopig heeft hij het echter nog te druk. ,,Laatst zag ik op Net5 een programma over meisjes in Bangladesj. Hun gezichten waren verminkt met zoutzuur door mannen die door hen waren afgewezen. Ik haal binnenkort enkele van die meisjes naar Nederland. Kijken of er nog wat aan te doen valt. Nee, het kan me niet schelen wat het kost.''

mailIcon print |