De kaart vertelt maar een klein deel van het verhaal over de wereldeconomie, vindt Steven Brakman, internationaal econoom aan de Rijksuniversiteit Groningen. ,,De gigantische inkomensverschillen blijken niet uit de kaart. Als je de landen zo groot zou maken als het inkomen per hoofd van de bevolking, dan zou heel Afrika, ten zuiden van de Sahara, ongeveer zo groot zijn als Frankrijk of Engeland.''
De samenstellers van deze kaart overschatten de mondialisering, stelt Brakman, de ontwikkeling dat steeds meer landen onderling afhankelijk van elkaar worden. ,,Er is wel veel veranderd, maar veel handel is nog steeds regionaal. Bovendien is het relatieve niveau van de handel nog niet veel gestegen en lijkt de wereld wat dit betreft nog steeds erg veel op de wereld van voor 1913. Er zijn drie grote blokken - rond de VS, de Europese Unie en Japan. De handel vindt voornamelijk b¡nnen die blokken plaats en veel minder tussen de grote drie.''
Ook de kapitaalstromen blijven op de kaart buiten beschouwing. ,,Daar zijn moeilijk cijfers van te verkrijgen. Er zijn wel cijfers over directe investeringen, dat wil zeggen de investeringen waar echt bezit tegenover staat. De rijke economieën investeren voornamelijk in elkaar. Een groot deel van de kapitaalstromen is niet direct productief. Dat bestaat uit fusies en overnames waarmee vooral de belangen van de aandeelhouders gediend lijken te zijn.''
Daarnaast is er het zogenaamde flitskapitaal, geld dat voor korte periodes ergens in gestoken wordt. Dit kapitaal is zeer beweeglijk geworden, constateert Brakman. Na de Aziëcrisis, die een grote omvang aannam door deze kapitaalstromen, is de roep om meer regulering toegenomen. Maar weinig landen zijn te porren om in te grijpen in de vrije markt. ,,De internationale beperkingen voor kapitaal zullen eerder vervagen'', is zijn voorspelling. ,,Delen van de arbeidsmarkt zullen in toenemende mate last hebben van de globalisering. Dat kan direct door internationale handel of door concurrentie van migranten, maar ook indirect doordat bedrijven wegtrekken naar andere delen van de wereld. De gevoeligheid van nationale economieën voor wat er in de rest van de wereld gebeurt, neemt hierdoor toe. Met name de laaggeschoolden lijken daar het slachtoffer van te worden. Dat kan in landen meer protest oproepen, denk maar aan de recente demonstraties in Seattle bij de WTO-conferentie over vrijhandel. De vraag aan nationale overheden om de negatieve gevolgen van de (vermeende) globalisering te verzachten, neemt dan toe, waardoor het protectionisme weer toeneemt.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.