*

 
dossier

Archief

Natuur deze week

Henk van Halm − 05/02/00, 00:00

De merels zongen deze winter, die geen naam mag hebben, bijna elke dag zachtjes voor zich heen.

Nu beginnen een paar mannetjes hun orgelende lied luidkeels vanaf een dakvorst of uit een boomtop voor te dragen. Aan regen storen ze zich nauwelijks.

- Wel eens een ekster horen zingen? Dat klinkt als een heel zacht mengsel van gekweel en de bekende schetterende alarmroep.

- De snavels van de blauwe reigers krijgen een naar oranje zwemende gele tint. Dat betekent dat het paar- en broedseizoen is begonnen. De reigers broeden vroeg dit jaar. Verscheidene vrouwtjes zitten al op eieren, weggedoken in de diepe nestkom.

- Er scharrelen buiten egels rond op zoek naar slakken en wormen, die nog volop aanwezig zijn tussen het afgevallen blad. Die egels hoeven niet ziek te zijn. Zolang ze op aanraking reageren door de stekels op te zetten, is er niets aan de hand. Laat ze dan vooral begaan.

- De eerste winterakonieten bloeiden al een week geleden met gele kopjes boven diep ingesneden blad in een beschutte stadstuin. Winterakonieten horen volop te bloeien met carnaval. Vandaar de plaatselijke volksnaam vastenavondzotjes.

- Steeds meer speenkruidplantjes komen in bloei in zonnige bosranden en op dijktaluds op het zuiden.

- Er is een minuscule kruisbloemige die niet voor niets vroegeling heet. De eerste witte bloempjes van de kleine rozetplantjes gingen begin deze week open op zuidelijke duinhellingen en in plantsoenen in de bebouwde kom.

- Er zijn al bomen die uitgebloeid raken. In de eerste plaats de uitheemse elzen, die door de winterstormen al veel katjes verloren hebben. Ook de eerste hazelaars, die deze winter vroegtijdig in bloei kwamen, bloeien al uit, terwijl andere hazelaarstruiken nog in bloei moeten komen.

mailIcon print |