Lijden onder de schaakmodernismen doet hij niet. Jan Timman is nog altijd dol op de confrontaties aan het bord en voorziet een lange carrière. Is alles even mooi? Ja, zolang mannen in witte jassen maar niet om zijn plasje vragen. Als dat toch gebeurt is het oorlog, want ,,schakers zijn eigenzinnige mensen.''
Als Jan Timman daags voor de officiële opening van het Corus-toernooi de Amsterdamse bodega Keijzer aan de Van Baerlestraat binnenwandelt, is de blik allesbehalve monter. ,,Doe maar een thee'', is de wens van de schaker, die normaal gesproken liever een fijn glas gerijpte Bordeaux aan zijn mond zet. ,,De griep is nog niet uit mijn lijf'', klinkt de verontschuldiging.
In de mededeling schuilt een signaal: de schaakvolgers doen er goed aan de eerste dagen van het evenement geen buitensporige verwachtingen te koesteren. Temeer daar het genereren van energie toch al niet het sterkste punt van de Amsterdammer is.
,,Het is een probleem waar ik al jaren mee kamp'', zegt Timman. ,,Vooral in toernooien die lang duren. In 1999 heb ik tijdens teamwedstrijden in Belgrado en Bugojno hoge scores gehaald tegen sterke tegenstanders. Het ging dan om drie partijen. Dat is overzichtelijk. Die drie partijen kun je aan, je speelt heel goed. Maar eigenlijk ben je blij dat het daarna afgelopen is.''
,,Lange toernooien zijn moeilijker. Toch speel ik ook dan vaak op een hoog niveau. Alleen: er zitten ook meestal één of twee zwakke partijen tussen. Dat heeft dan duidelijk met energie te maken. Vervelend, want ik denk dat ik op dit moment in principe beter zou kunnen spelen dan in mijn beste periodes.''
De momenten van vermoeidheid hebben het gezonde optimisme van de schaker nooit ondermijnd: ,,Waarom? Ik heb de goede hoop dat ik de komende jaren sterker word. Er zijn mensen die lacherig reageren als ik zoiets zeg, maar dat is onterecht. Ik ga af op wat ik aan partijen aflever tegen sterke spelers. En het kan toch geen toeval zijn dat ik nog altijd Nederlands sterkste speler ben?''
Timmans zelfbeeld wordt niet door iedereen gedeeld. Na de mislukte pogingen om wereldkampioen te worden, schreef het gros van de journalisten hem af. 'Te wisselvallig', 'te weinig ruggengraat', 'te oud', waren veelgelezen kwalificaties. ,,Ach, ik ben gewend geraakt aan de kritiek'', zegt Nederlands nummer één laconiek. ,,Ik ben nu 48 en het is al meer dan tien jaar aan de gang. De houding van sportjournalisten vind ik in het algemeen sowieso merkwaardig. Ik las laatst een Volkskrant-artikel over Seedorf. Een vernietigend stuk, zonder enige aanleiding. De enige bedoeling was hem de grond in te schrijven, nadat er iets gebeurd was dat in de grond heel positief was, namelijk de transfer naar Inter.''
,,In andere landen hanteert men op sportgebied een gezond chauvinisme. In Nederland is dat op de een of andere manier scheef geraakt. Wij nemen internationaal een afwijkende positie in. Goed, wij hebben geen tabloids met venijnige stukjes over geheime vriendinnen, maar in Nederland gaat het er, zoals bij Seedorf, om de prestaties te kleineren. Donner signaleerde dat vroeger al en het is nog steeds niet verdwenen.''
Als de op een na oudste deelnemer van het toernooi -Viktor Kortchnoi is van een nog vroegere generatie- heeft Timman de ambiance in Wijk aan Zee in de loop der jaren totaal zien veranderen: ,,Ik speelde mijn eerste Hoogovens pas in 1971, omdat ik toen van school was. Het bohémien-karakter van toen is verdwenen. De toppers van destijds, Petrosjan, Kortchnoi en Tal hadden een andere levensstijl. Petrosjan ging tafelvoetballen, men had tijd voor snelschaakpotjes, er was kortom een uitgebreid sociaal leven. Dat is verdwenen.''
,,Vooral de komst van de computer heeft veel dingen veranderd. De afgebroken partij bestaat niet meer. Het schaakspel is ook veranderd door de gewijzigde tijdregels. Er zijn geen eindspelen meer die heel gedegen gevoerd kunnen worden. Het is meestal haastwerk. Jammer, ik probeer in mijn partijen graag iets te laten slagen.''
Met de toegenomen zakelijkheid in het schaken kan Timman nog wel leven. Feller wordt hij als de meest recente uitwassen ter sprake komen. In advanced chess (mens plus computer versus mens plus computer) ziet hij helemaal niets (,,een belediging voor de mensheid''). En de beleidsplannen om in de toekomst ook bij schakers dopingtesten te verrichten, vervullen hem helemaal met weerzin. De Amsterdammer heeft zelfs geopperd een nieuwe schaakbond op te richten, mocht het ooit zover komen.
Timman: ,,Ik denk zeker dat controles een splitsing teweeg zullen brengen. Ik ben niet de enige die er zo over denkt. Schakers zijn eigenzinnige mensen. Deze sport heeft altijd een vorm van waardigheid gehad. Die waardigheid mag niet ondermijnd worden door iets banaals als urinemonsters.''
In Nederland worden de schakers -door een toezegging van het Rijk- dit jaar nog niet gehinderd door vliegende brigades. Over de grens lopen ze dat risico wél. Als een dergelijke situatie zich voordoet, zal Timman niet schromen zijn medewerking te weigeren: ,,Ik trek me nog liever terug uit het toernooi, al zou ik alleen aan kop gaan. Alleen bij teamwedstrijden zou ik voor een dilemma geplaatst worden, omdat een weigering dan consequenties voor anderen zou hebben.''
,,Het idiote is dat er een probleem wordt opgeroepen dat niet bestaat. Bedreigender voor het schaken zijn de computers die tijdens de partij geraadpleegd kunnen worden. Er is al een open toernooi gespeeld waar een amateur met lang haar een zender in zijn oor had. Een zwakke schaker, maar hij versloeg grootmeesters. Daarom was hij eenvoudig te ontmaskeren.''
,,Als er al producten zijn die werken op de geest, dan mag iedereen ze nemen, lijkt me. Er is nu een middel dat ze gebruiken tegen Alzheimer, iets van de gingko-boom. Stel dat zo'n middel ook bij denkers aanslaat. Dan zou ik willen voorstellen een bak met die pillen in de speelzaal te zetten, zodat iedereen ze naar behoefte kan pakken.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.