*

 
dossier

Archief

Wereldbank zet prijs op goed idee

redactie economie − 27/01/00, 00:00

Als ze zelf niet kunnen komen, mogen ze ook een videoband sturen. Voorwaarde is wel dat de deelnemer aan de Ontwikkelingsmarkt van de Wereldbank zijn of haar idee goed weet te presenteren.

De videoband is niet voor niets geaccepteerd. De Wereldbank wil voorkomen dat voor de prijs van het beste idee op het gebied van ontwikkelingswerk alleen de kapitaalkrachtigen zich een reis naar Washington kunnen permitteren. Op 10 februari wordt bekendgemaakt wie van de in totaal 1156 inzenders in aanmerking komen voor het prijzengeld van 3 miljoen dollar. Geld dat niet in eigen zak gestopt mag worden, maar moet worden besteed aan het project dat is ingeleverd.

De eerste schifting van de ideeën heeft al plaatsgevonden. Van de 1156 inzendingen liggen er nog 339 op de zeef van een accountantsfirma. Niet dat de overige plannen niet in de openbaarheid gebracht mogen worden. Sterker, om de innovatie van het ontwikkelingswerk een extra zet te geven, wordt de inzenders van de afgewezen projecten gevraagd of hun gedachtegoed toch op internet (www.developmentmarketplace.org) gepubliceerd mag worden.

De accountantsfirma moest de plannen toetsen op hun bijdrage aan de bestrijding van de armoede, op hun vernieuwende karakter en op hun waarde voor het geld dat er aan wordt besteed. Belangrijke criteria zijn verder het duurzame karakter en de kwestie van het eigendom. Essentieel is dat het project uiteindelijk niet het eigendom is van de uitvoerder maar van de groep armen in de ontwikkelingslanden waarvoor het idee bestemd is. Opmerkelijk is dat de 339 overblijvende ideeën vooral afkomstig zijn uit Afrika (20 procent) en Latijns-Amerika (eveneens 20 procent). Slechts drie plannen kwamen uit Australië en Nieuw Zeeland. Verreweg de meeste projecten hebben als herkomst de Verenigde Staten (26 procent) en daarbij zijn niet de plannen meegerekend die uit de koker van de Wereldbank zelf komen. Oost-Europa levert ruim dertig plannen en een twintigtal inschrijvingen voor de competitie komt uit Azië. West-Europa dat, met Nederland en de Scandinavische landen voorop, een naam heeft op te houden op het gebied van innovatie is goed voor ruim veertig projecten.

De opstellers zijn vrijwel allemaal werkzaam in de sector ontwikkelingssamenwerking. Bijna 70 procent van de voorstellen is afkomstig van particuliere hulporganisaties of internationale bureaus. De zakenwereld komt op een bescheiden 10 procent en de academische wereld op 15 procent. Er wordt vooral veel aandacht besteed aan het thema: hoe maken we de armen minder gevoelig voor de economische crises. Blijkbaar hebben veel opstellers hun inspiratie geput uit de recente financiële crisis.

mailIcon print |