*

 
dossier

Archief

Een sudderlapje

Matty Verkamman − 18/11/00, 00:00

Toen de woensdag al aardig tegen de donderdag aan zat, liet de RTL-commentator van dienst mij bij Spanje-Nederland even uit de stoel opveren. Wie dit geen prachtige wedstrijd vond, moest meteen naar de dokter. Ik dacht: daar hoef ik dan in elk geval geen recept voor slaappillen te vragen, want wie moeilijk in slaap komt, moet gewoon een halfuurtje soezen bij een moderne voetbalinterland als Spanje-Nederland.

De wedstrijd had de spanning van een sudderlapje, interessante bewegingen in de strafschopgebieden waren er nauwelijks, hier en daar zag je een kopstootje, Davids wekte de indruk dat hij het verkeer aan het regelen was, Cocu was met zijn gedachten bij een welverdiende vakantie op Tahiti, Van der Sar vroeg zich af hoe het met zijn pensioengat zat, aanvoerder De Boer loerde ook nu weer voortdurend naar de operationele gebieden en de kansen konden gemakkelijk handmatig worden geteld.

Langs de kant hielden de trainers op hun computer het balbezit bij. Het werd per ongeluk 1-2, maar volgens de trainers was het eigenlijk 43-57.

Intussen benadrukte de commentator keer op keer dat in de geschiedenis van deze kraker de tweede Oranje-zege er aan zat te komen. Ook dat heb ik handmatig nageteld, maar uit het blote hoofd wist ik al dat het Nederlands elftal toch echt twee keer eerder van Spanje had gewonnen. Ik heb die twee overwinningen zelfs met eigen ogen gezien. Op 2 mei 1973 werd het in het Olympisch Stadion 3-2, tien jaar later in de Kuip 2-1.

Die vriendschappelijke wedstrijd in Amsterdam zal ik nooit vergeten. Die avond heb ik de grappigste goal van mijn leven gezien. Op slag van rust wekte Spanje een enorm lachsalvo op en een nog minuten naronkend gehik. Doelman Reina, die bij het Barcelona van Johan Cruijff en Rinus Michels al de naam had af en toe niet erg slim te zijn, ging buiten het strafschopgebied staan. Verdediger Violeta zou hem de bal toespelen, waarna Reina er eenvoudig weer mee in de zestien zou kunnen lopen, om vervolgens de bal vanuit de handen een lekkere hengst te geven. Helaas, daar dook ineens die etter van Cruijff op. Reina schrok zich een ongeluk en half struikelend schoof hij het balletje precies in het lege doel: 2-1 voor Nederland.

Het schijnt dat die Reina nadien te Barcelona nog langdurig is gepest. Men hoefde alleen maar 'Amsterdam' te roepen en hij ging al over de rooie. Vooral Cruijff moet dat indertijd bijzonder leuk hebben gevonden. Zo leuk zelfs, dat hij jaren later als trainer van Barcelona Reina's evenbeeld Busquets in de goal zette. Die kon ook niet keepen.

Woensdag was ik bang dat Van der Sar onze eigentijdse Reina zou worden. Wat er toch allemaal over die arme jongen is gezegd en geschreven, de laatste weken. Bij Juventus staat hij met lemen benen en armen van gips in de goal. Hugo Camps, het vleesgeworden verdriet van België, weet zeker dat Van der Sar de grandeur van Italië niet aankan. Die stelling uit het ongerijmde legt Hugo volgens mij alleen maar op basis van Edwins flaporen op tafel. Je krijgt er wel een doelman van die ineens een rare sliding maakt wanneer Mendieta ter hoogte van de achterlijn opduikt. Later dacht de commentator toch ook wel een beetje te moeten concluderen dat Van der Sar niet-helemaal-vrijuit-ging bij de rake vrije trap van Hierro.

Nou, ik kon er werkelijk geen fout van onze keeper in zien. Ik dacht alleen maar: alleen Jan van Beveren zou met zijn lenige lijf die bal misschien nog net uit de bovenhoek hebben getikt. Maar ja, lenige keepers die naar de bovenhoek gaan, die zie je tegenwoordig niet meer. Zeker niet in een moderne voetbalinterland als Spanje-Nederland.

mailIcon print |