De atleet staat op het plankier en staart in het niets. Hij haalt diep adem, loopt naar de halter, hurkt, wacht heel lang. Opperste concentratie, doodse stilte in het zaaltje. Dan trekt hij de halter op. Te zwaar, het ding ontglipt hem, davert tegen het hout. De recordpoging mislukt.
Een traditioneel gewichthefland is Nederland niet. In de historie van de Olympische Spelen werden slechts negentien deelnemers afgevaardigd. De laatste was Piet van der Kruk in 1968. De zwaargewicht werd negende. In deze discipline van de krachtsport wonnen slechts drie Nederlanders een bronzen medaille: August Scheffer en Jan Verheijen in 1928 en Bram Charité in 1948.
Krachtsportclub Hercules (Amsterdam) organiseerde zaterdag een wedstrijd met Atlas (Nijmegen) en Helios (Simpelveld). Het had een vierkamp moeten zijn, maar het Haagse Simson KDO was getroffen door het griepvirus en dat velt zelfs de sterkste heffers. Niettemin werd er met overgave getrokken en gestoten.
,,Het is het gevecht met het gewicht'', zegt Arie Van Dam, voorzitter van Hercules. ,,Heel individueel, je doet het zelf of je verprutst het zelf. Als het lukt, oogst je roem, als het mislukt is de narigheid voor jou. De kracht spreekt me aan, de explosie.''
In het zaaltje klinkt monotoon de stem van de wedstrijdleider. ,,Klaarmaken honderdtweeëndertighalf voor Kruisselbrink.'' Bij een misser: ,,Is niet goed, helaasss.'' Hij sist een beetje. De twintig toeschouwers genieten, applaudisseren soms. De coaches moedigen aan: ,,Adem in, adem uit'', ,,span je rug'', ,,herstel, alles eruit'' en ,,je bent op de weg terug, kom op nou, strekken, heupen.'' De drie arbiters steken bij slagen een wit bordje op, bij missen een rood: ,,Is niet goed, helaasss...''
,,Telkens je grens verleggen'', is de motivatie voor Marcel Merkx. Dat lukte de achttienjarige atleet uit Limburg (tot 94 kilo) zaterdag.
Merkx is gewichtheffer vanaf zijn tiende. Hij traint vier maal per week twee uur: kniebuigingen, bewegingen, houdingen. ,,Het gaat in deze sport meer om techniek dan om kracht'', ruimt hij een mogelijk misverstand uit de wereld. ,,Op mijn werk in de bouw denken ze weleens dat ik in m'n eentje even een balk van 130 kilo kan optillen. Zo werkt het dus niet.''
Toch zijn dat de gewichten waar Merkx mee stoeit. Zaterdag verbeterde hij eerst zijn pr bij het trekken, van 101 naar 102,5 kilo. Bij het stoten wilde hij zijn pr van 130 overstijgen naar 130,5.
Dan is er een probleem: er zijn geen recordschijfjes, rondjes van 250 gram om aan de halter te bevestigen. Noch de organisatie noch de scheidsrechters hebben ze. Dan maar 130 kilo. Merkx stoot het met ogenschijnlijk gemak en haalt een nieuw Nederlands record in zijn leeftijdsklasse: 232,5.
,,Ik had goed getraind, een goed gevoel en daarom dat record al op het oog. Jammer van die recordschijfjes'', zegt hij laconiek. ,,Misschien lagen ze wel ergens, maar ik wilde niet langer wachten; dan word je te koud.''
Hij richt zich van wedstrijd naar wedstrijd. ,,Mijn volgende doelstelling is 135 stoten en 105 trekken. Ik denk dat ik dat wel haal. Misschien volgende maand op het NK.'' Het moet niet te snel. ,,Als je te vlug vooruitgaat, krijg je last van je spieren die dat niet gewend zijn. Dan kun je blessures oplopen.''
De Nederlandse Olympische Gewichthef Bond heeft zo'n 225 leden. Daarvan zijn er volgens bondscoch Tom Bruijnen vijftig actief op een kwalitatief aanvaardbaar niveau. In vergelijking met andere landen valt Nederland echter in het niet. ,,Daar heb je bonden met een half miljoen leden'', weet Bruijnen.
Op een hernieuwd optreden op de Olympische Spelen hoeven we dan ook niet te rekenen, ondanks het ambitieuze adjectief in de bondsnaam. ,,Iemand moet op het EK in zijn klasse bij de eerste vijftien komen'', geeft Bruijnen aan. ,,We hebben twee kandidaten. Teresa van der Stoep is geblesseerd en ik zie het haar niet halen. Mohammed Wahab heeft een drukke baan en een gezin. Voor een wereldprestatie moet je drie dagen tweemaal per dag trainen en drie dagen eenmaal per dag. Dat kan hij niet in zijn omstandigheden. De bond is te klein; wij kunnen hem geen loonderving bieden.''
Bruijnen (37), ook coach én atleet bij Hercules en voorts penningmeester van de Federatie van Krachtsporten, weet waarover hij praat. ,,De halter is altijd hetzelfde; het eigen lichaam kan variëren. Je hebt maar drie pogingen per onderdeel. Het vereist veel concentratie. Je moet goed je spanning kunnen regelen en ontregelen.''
Bijna lyrisch licht hij toe: ,,De warming-up is uitkienen dat je op het juiste moment klaar staat. De poging is het moment suprême. Het gewicht boven je hoofd brengen is de winst. De blijdschap die dat geeft, is je beloning.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.