Sommige mensen zeggen met hetzelfde gemak ,,ik zie je na de voorstelling' als ,,ik zie je na de dood', alsof iemand zien na de voorstelling ongeveer hetzelfde is als iemand zien na de dood.
Op het kerkhof Zorgvlied trof ik een graf in de vorm van een komeet. Dat wil zeggen, op een verticale ijzeren staaf was ongeveer een meter boven de grond een ster gemonteerd, waaraan een 'staart' als bij een komeet was bevestigd. Het geheel uitgevoerd in glimmend zwart marmer. In die staart stond goudgeletterd: 'Lieve Jan, als een Komeet reis jij door Ruimte en Tijd naar de plek waar wij elkaar zullen weerzien.'
Wat ging er nou door het hoofd van deze tekstschrijfster? Want als wij hier op aarde blijven en Jan gaat er, hoewel dood, als een komeet vandoor dan hebben we straks een veel groter probleem bij een eventueel weerzien dan wanneer hij gewoon rustig gestrekt langs de Amstel blijft liggen wachten. Maar als Jan dat doet (ik probeer een gedachtegang) zal hij de weg van alle vleesch gaan en langs die route kom je natuurlijk nooit uit bij een weerzien, maar beland je in een afgrijselijke verstrooiing van Jan, die dan helemaal niet als een komeet, maar als een uiteenvallend lijk zijn duizenden wegen zal gaan in de biosfeer.
Nee, als Jan het verdere beloop van de zaak gaat liggen afwachten, dan komt er niks van dat weerzien. Maar als we hem alvast op weg sturen dan heb je wel een kans dat hij straks op de juiste plek staat als wij daar ook aan komen zoeven. Intergalactisch zou dat te regelen zijn, door zo'n komeet bijvoorbeeld in een cirkel of ellips te laten vliegen. Zodat Jan over 43 jaar, 5 uur, 3 minuten en 33 honderdste seconden precies inslaat in het plantsoentje op het J.J. Cremerplein, waar de graftekstmaakster op dat moment haar fatale infarct staat te hebben. Hoe die ingeslagen komeet en dat verse lijk dan samen verder moeten zou ik niet weten, maar dit is een mogelijke versie van het verhoopte weerzien, waarbij ik hoe langer hoe sterker aan Back to the future moet denken.
Natuurlijk is het flauw om een metafoor zo letterlijk op te vatten. Zo'n grafschrift is tenslotte maar een noodkreet en geen reisbrochure voor het hiernamaals. Maar ik word er een beetje plagerig van omdat ik in plaats van die Spielbergse kosmologie liever de noodkreet lees: 'Ik mis je zo verschrikkelijk, en ik snak naar een middel tegen deze pijn.'
Het is trouwens alleen maar kort na de dood dat we het weerzien als de oplossing van de pijn zien. Het akelige is immers dat de doden ons betrekkelijk gauw na hun verscheiden zeer onaangenaam zouden verrassen als ze weerkeerden. In dit kader schrok ik plaatsvervangend voor Saskia toen ik in de catalogus van de laatste Rembrandt-tentoonstelling op bladzijde 81 las: '1662: Rembrandt verkoopt op 27 oktober het graf van Saskia.' Maar na wat bladeren ontdekte ik dat Saskia toen al 21 jaar dood was. En dan kan het.
Er bestaan allerlei versies van zo'n weerzien. In een gesprek met Wim Kayzer vertelde Jane Goodall, de beroemde chimpansee-onderzoekster, hoe zij haar gestorven man Derek weerzag. Kort na zijn dood droomde zij dat hij haar toesprak vanuit zijn nieuwe toestand. Hij vertelde haar dat hij geen pijn meer had en nog vele andere immens belangrijke dingen. Ze dacht: ik moet me dit herinneren, en onmiddellijk ontstond er een geraas waardoor haar herinnering werd weggevaagd. Toen het lawaai weer verstomde en Derek opnieuw allerlei onvergetelijks vertelde, zwol dat geraas weer aan zodra zij zich probeerde te concentreren om zich zijn woorden te kunnen herinneren.
Dat mislukte dus tot tweemaal toe, zodat ze bij het wakker worden niets meer wist van Dereks belangrijke boodschap. Goodall sprak niet over deze gebeurtenis vanuit een poëtische bevlieging, maar in alle ernst, alsof ze haar man na de dood echt ontmoet had.
Nou had ik bij Jan-als-Komeet minder moeite dan bij Derek met het Grote Nieuws. Bij Jan denk ik: dat komt door die Spielberg-films en Star Wars en zo, maar bij Jane word ik onzeker. Hoe kan iemand die zo uitzonderlijk goed naar apen kijkt, ineens zo raar naar de dood kijken? Ik kan het niet goed volgen hoe iemand met zo'n fijne geest erin slaagt zichzelf met zo'n droom af te schepen: wat een flauw gedoe, dat geraas. En wat kon Derek te melden hebben: ik heb geen pijn, alles komt goed, Jimi Hendrix is hier ook. Of: hier is het ook niks, Hendrix is zoek, ik ben nog geen steek wijzer, je hebt hier niet eens een lichaam, nou, dan weet jij het wel.
Carmiggelt beschreef eens hoe hij zich in een vergelijkbare situatie niet liet overdonderen en zichzelf midden in de nacht het bed uit dwong om HET gauw op te schrijven. De volgende ochtend werd hij blij als een kind wakker bij de gedachte aan zijn nachtelijke notitie en hij ging meteen kijken wat hij had opgeschreven. Er stond: 'eekhoorntje op lange weg' en dat begrijp ik wel.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.