Het toekomstige Europees bureau voor voedselveiligheid moet vooral morele autoriteit uitstralen. Want hoewel betere coördinatie, coherente wetgeving, openheid en wetenschappelijke expertise het vertrouwen van de consument moeten opkrikken, hebben de politici het laatste woord.
En net op dat punt, gaat het in de Europese Unie nog wel eens fout. Zo legde Frankrijk eind vorig jaar het advies van het Europese wetenschappelijke comité over het Britse rundvlees naast zich neer. Parijs weigert de import van Brits rundvlees, hoewel daar volgens Europa momenteel niets mee aan de hand is.
Eurocommissaris Byrne (consumentenzaken) hoopt dit soort conflicten in de toekomst te voorkomen. Bij presentatie van zijn 'witboek' beklemtoonde de Ierse commissaris gisteren dat de politici straks geen andere conclusies kunnen trekken dan de wetenschappers, die gaan waken over de kwaliteit van het voedsel tussen de boerderij en eettafel.
Uiterlijk in 2002 moet de Europese Voedselautoriteit van start gaan. De honderden deskundigen die er zullen gaan werken, worden verondersteld met preventieve maatregelen voedselcrises te vermijden, in plaats van achteraf de kwaliteit van het voedsel te controleren.
Byrnes actieplan omvat 80 maatregelen en voorstellen voor wetgeving. Ze hebben betrekking op veevoer, hygiëne, het gebruik van kleurstoffen, verpakking en bestraling. De commissaris streeft onder meer naar een verbod op het gebruik van antibiotica in veevoeder.
CDA-europarlementariër Albert-Jan Maat betreurt het dat het voedselbureau enkel adviserende bevoegdheden krijgt en geen, zoals de Amerikaanse FDA, wetgevende. Byrne denkt dat te ondervangen door samenwerking tussen de nationale controle-instanties te verbeteren en de wetgeving te moderniseren.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.