Het CDA moet zich inzetten voor een kabinet zonder regeerakkoord tussen de coalitiepartijen, als het na de volgende Tweede-Kamerverkiezingen deelneemt aan de formatie-onderhandelingen.
CDA'er Hans Hillen meent dat zijn partij 'het goede voorbeeld' kan geven, door met deze radicale stap weer een heldere scheiding aan te brengen tussen kabinet als uitvoerder en parlement als controleur van het beleid.
Hillen, als fractiesecretaris de rechterhand van CDA-leider De Hoop Scheffer, zegt dat hij zich 'grote zorgen' maakt over de teloorgang van de Tweede Kamer als tegenmacht van het kabinet.
Een belangrijke oorzaak is volgens hem dat de coalitiefracties zich bij voorbaat en voor de volle kabinetsperiode verplichten aan het te voeren beleid, door zelf het regeerprogram vast te stellen. ,,Dan doen ze zichzelf de handboeien om. Het debat is nu geweldig bleek. De Kamer is geen markt van politieke verontwaardiging meer.''
VERVOLG OP PAGINA 9
Hans Hillen: Kamer nu lakei van regering
CDA
VERVOLG VAN PAGINA 1
,,De volksvertegenwoordiging moet weer prestige verwerven, door met een duidelijke scheiding de spanningsboog tussen politiek en bestuur te herstellen. Het parlement moet het strijdtoneel zijn van politieke bewegingen die al schurend en piepend hun idealen willen realiseren, niet een stemmachine van de regering.''
CDA-Kamerlid Hans Hillen stelt voor dat de beoogde coalitiepartners na de volgende verkiezingen eerst de ministers voor het nieuwe kabinet aanzoeken. De kandidaat-bewindslieden stellen vervolgens een regeerprogramma vast, om dat niet eerder dan bij het debat over de regeringsverklaring aan de Tweede Kamer voor te leggen.
In deze eerste confrontatie met het nieuwe kabinet velt de Kamer in één keer een oordeel over de kandidaat-ministers en hun programma: ,,Natuurlijk zal in dat debat een zekere mate van lotsverbondenheid tussen coalitie en kabinet ontstaan. Tegelijkertijd houdt de Kamer niettemin haar handen vrij om kwesties die zij belangrijk vindt aan de orde te stellen. Het gaat erom dat de zij weer zélf haar prioriteiten stelt.''
Hij is het niet eens met de tegenwerping dat de Kamer, althans de coalitiefracties, juist dankzij haar betrokkenheid bij de formulering van het regeerakkoord meer invloed op het beleid heeft verworven. Hillen: ,,Oké, maar dan wel volgens de marsroute die de ambtenaren van de departementen aangeven en binnen de financiële bandbreedte van het Centraal Planbureau.''
,,De coalitiefracties ontnemen zichzelf zo elke vrije bewegingsruimte. Ik maak me grote zorgen over de verambtelijking van de politiek. De ambtenaren bepalen de agenda. We zitten in een vicieuze cirkel die we alleen kunnen doorbreken door grotere afstand tot de ambtenaren te nemen.''
Hillen zegt dat als hij binnenkamers zijn suggesties doet, hij steevast het bezwaar te horen krijgt dat een kabinet zonder coalitieakkoord labiel zal zijn. ,,Kom nou, Kok II viel binnen één jaar ondanks een regeerakkoord als een telefoonboek, Van Agt II idem. Een kabinet staat of valt met de politieke wil tot samenwerking in de coalitie, niet met een geschreven stuk. Zonder die wil kan een kabinet nog niet de minste tegenslag aan, regeerakkoord of geen regeerakkoord.''
,,De regering is als uitvoerder van het beleid een verlengstuk van de ambtenaren. De Kamer moet daar onafhankelijk tegenover staan. Nu zijn we lakeien en palfreniers die in de optocht meelopen en roepen: 'Kijk 'ns hoe mooi we zijn!' zonder enige invloed op de koers van de stoet uit te oefenen.''
De directe aanleiding voor zijn uitspraken is het voorstel van het VVD-bestuur ook de Eerste-Kamerfractie voortaan tot een 'politieke binding' aan het regeerakkoord te verplichten. De VVD-partijraad bespreekt dat voorstel vandaag in Bussum. ,,De VVD, van oudsher toch een dualistische partij, is zo geschrokken van de Nacht van Wiegel dat ze de laatste onafhankelijke parlementariërs de mond wil snoeren. De VVD pleegt verraad aan haar principes. Zo kun je het parlement wel helemaal afschaffen en vervangen door een stemmachine.''
Hij oefent ook zelfkritiek uit. Hillen is het eens met Jaap de Hoop Scheffer dat de christen-democraten voorheen al in hun verkiezingsprogramma de compromissen met de beoogde coalitiepartner aangaven: ,,Ons beginsel was de miljoenennota en ons programma het laatste CPB-rapport. Onze ministers boden het draagvlak voor de ambtelijke agenda, onze fractie vormde de verkoopafdeling. En bij het aantreden van Kok bleek Paars onmiddellijk aangestoken door het regenteske virus dat zo had huisgehouden in het CDA. Het gevolg is dat PvdA en VVD bijna inwisselbaar zijn geworden.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.