Dat minister Brinkhorst van landbouw in Trouw heeft verklaard een genvrije voedselketen te garanderen is opmerkelijk. De regering laat namelijk wel erg haar oren hangen naar de gentechniek-bedrijven. Eerst moeten de risico's van genmanipulatie maar eens worden vastgesteld.
Minister Brinkhorst van landbouw bepleit in Trouw van 20 januari een evenwichtige omgang met het vraagstuk van de biotechnologie. Dit is een verstandig uitgangspunt.
Echter, de toonzetting die hij in het interview kiest, draagt niet echt bij aan een gunstig klimaat voor een evenwichtig debat. Greenpeace wordt simplisme verweten, de RPF en GroenLinks een dogmatische opstelling. Maar zo zwart-wit ligt het niet.
De kern van het debat is: welke uitgangspunten kies je. Dit geeft Brinkhorst ook aan. Hij lijkt echter weinig ruimte te laten voor opvattingen van mensen die minder risico wensen te accepteren dan hij. Brinkhorst wenst geen strikte toepassing van het voorzorgsbeginsel, terwijl hij zich wel bewust is van de risico's (,,we weten niet precies wat de effecten zijn'').
De minister van landbouw gaat nog een stap verder. Hij stelt zelfs dat het voorzorgsbeginsel geen geschikt uitgangspunt is voor de beoordeling van een nieuwe technologie, omdat dit altijd zou leiden tot stilstand. Wie vooruitgang wil boeken, zo betoogt de minister, moet risico's durven nemen. Over zwart-wit denken gesproken. Het is inderdaad onmogelijk om van tevoren alle risico's uit te sluiten bij de introductie van een nieuwe technologie. Het voorzorgsbeginsel beoogt dit ook niet. Dat vereist dat je van tevoren de mogelijke risico's in kaart brengt. Als die risico's ernstig genoeg zijn en niet verholpen kunnen worden, zou afgezien moeten worden van toepassing van een nieuwe techniek. Met nadruk wordt gesteld dat het wel gaat om risico's en niet zozeer om vaststaande feiten. Dit betekent uiteraard niet dat er automatisch geen onderzoek meer mag plaatsvinden. Daar zal een aparte toetsing voor moeten plaatsvinden. GroenLinks heeft tot nu toe dan ook gepleit voor een moratorium op introductie van genetisch gemanipuleerde gewassen of veldproeven op dit terrein. Wetenschappelijk onderzoek in afgesloten laboratoria zou wat ons betreft wel mogen plaatsvinden.
Brinkhorst verwoordt ook enkele punten die ondersteuning verdienen: de overheid moet keuzevrijheid van de consument waarborgen, de wetgeving moet transparant zijn, het wetenschappelijk inzicht moet vergroot worden. Opmerkelijk is echter dat de overheid juist op al deze punten stelselmatig tekortschiet! De minister geeft toe dat de keuzevrijheid van de consument niet volledig is gegarandeerd, en dat de overheid moet zorgdragen voor het voortbestaan van gentechvrije voedselketens. Als de minister dit serieus meent, zijn wij aangenaam verrast. Dit betekent namelijk een ommezwaai in het beleid. De overheid meende tot nu toe dat het voortbestaan van een gentechvrije keten overgelaten kon worden aan het bedrijfsleven. Wij dagen Brinkhorst dan ook uit om binnen korte tijd duidelijk te maken hoe de overheid gaat zorgen voor zo'n gentechvrije voedselketen.
De wetgeving voor toelating van gewassen, voedingsmiddelen en experimenten is op zich transparant, maar in de uitvoering zitten nogal wat tekortkomingen. Experimenten met nieuwe gewassen worden onvoldoende onafhankelijk beoordeeld en gecontroleerd. De Gezondheids- en Welzijnswet voor dieren gaat weliswaar uit van het 'nee, tenzij'-principe, maar in de praktijk wordt dat nogal eens 'ja, mits'. Genetische manipulatie met dieren is volgens de wet niet toegestaan tenzij het tot doel heeft een ernstig maatschappelijk probleem op te lossen. Zo kan een medicijn voor een ernstige ziekte worden ontwikkeld, als er geen alternatieve methode bestaat.
Een voorbeeld van deze praktijk is stier Herman. Over het maatschappelijk doel bestonden twijfels (ging het om een noodzakelijk medicijn?). Bovendien zou de stof waar het om ging, lactoferrine, ook op een andere manier, via schimmels, geproduceerd kunnen worden. Toch werd het experiment toegestaan.
Strikte toepassing van het 'nee, tenzij'-principe kan ertoe leiden dat bedrijven vertrekken. Zo vertrok Pharming naar het buitenland na de afwijzing van een experiment waarbij van kloontechniek gebruik werd gemaakt. Dit soort gevolgen is voor de regering reden om de wetgeving te gaan versoepelen, meldde minister Borst vorige week op een congres georganiseerd door de Amerikaanse ambassade. Dit is een onwenselijke ontwikkeling.
Minister Brinkhorst bepleit dat het wetenschappelijk inzicht wordt vergroot. Daar zijn wij het zeer mee eens. Er is meer onderzoek nodig naar de risico's en mogelijke gevolgen op lange termijn voor milieu, gezondheid en dierenwelzijn. Maar in plaats daarvan zien we nu een gezamenlijke inzet van de regering om het bedrijfsleven ruim baan te geven in de biotechnologie. Want naast minister Borst heeft de minister van economische zaken op het bovengenoemde congres uitgepakt met de oproep dat Nederland koploper moet worden in de biotechnolgie. Jorritsma ziet vooral een nieuwe markt die veroverd moet worden. Als het gaat om de nuance heeft minister Brinkhorst met name in het kabinet nog heel wat missiewerk te verrichten.
Marijke Vos is Tweede-Kamerlid en Annemarie Gehrels is beleidsmedewerker van GroenLinks
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.