Het kabinet wil de Eerste Kamer net als vroeger in twee delen op verschillende tijdstippen laten kiezen. Dat blijkt uit een notitie van minister Peper (PvdA).
Met het herstellen van de oude manier van verkiezen hoopt het kabinet een einde te maken aan de kans op onoplosbare conflicten tussen Tweede Kamer en senaat. Het meest in het oog springende voorbeeld van zo'n botsing de afgelopen tijd was het 'nee' van de Eerste Kamer, vorig jaar mei, tegen het wetsvoorstel voor een correctief wetgevingsreferendum. Het verwerpen van dat voorstel leidde tot de val van het tweede paarse kabinet, dat na enkele weken weer op de been was.
Volgens het kabinet worden zulke aanvaringen in de hand gewerkt doordat de Eerste Kamer sinds de grondwetswijziging van 1983 elke vier jaar in haar geheel wordt gekozen. Het is daardoor mogelijk dat na verkiezingen voor provinciale staten -die de Eerste-Kamerleden aanwijzen- de senaat wordt gezien als een actuelere afspiegeling van de politieke krachten dan een eerder gekozen Tweede Kamer. De kans is groter dat een meerderheid in de Eerste Kamer een voorstel tegenhoudt, dat wel een meerderheid in de Tweede Kamer heeft.
Peper legt de beide kamers drie varianten voor herstel voor. Mogelijkheid één is dat alle statenleden in Nederland iedere drie jaar de helft van de senaat kiezen (de ene keer 38 leden, de andere keer 37). De tweede dat dat elke vier jaar gebeurt. Mogelijkheid drie is dat op het ene moment zes provincies 38 Eerste-Kamerleden kiezen, en vier jaar later de andere zes provincies de overige 37 senatoren aanwijzen.
Het kabinet wil ook sleutelen aan de bevoegdheden van de Eerste Kamer. Die mag geen wetsvoorstellen wijzigen, maar kan alleen ja of nee zeggen. De senaat kan wel aandringen op het indienen van een reparatiewetsvoorstel. Maar niet te vaak, anders gaat het toch te veel lijken op een recht van amendement.
Het kabinet wil de Eerste kamer nu een terugzendplicht opleggen voor wetsvoorstellen die met niet meer dan tweederde meerderheid worden verworpen. Daarbij ziet het kabinet drie opties. De eerste is dat de Tweede Kamer het voorstel opnieuw behandelt, waarna het ter bekrachtiging naar het staatshoofd gaat. De tweede is dat het voorstel na een nieuwe behandeling door de Tweede Kamer weer aan de senaat wordt voorgelegd. Die mag er dan alleen maar met een meerderheid van tweederde ja of nee tegen zeggen. De derde mogelijkheid is dat het voorstel wordt voorgelegd aan de verenigde vergadering van Tweede en Eerste Kamer, die er dan met een gewone meerderheid over beslist.
Ook voor voorstellen tot wijziging van de grondwet zou die terugzendplicht moeten gelden. Alleen geldt daarbij dat voorstellen die wel met een gewone meerderheid maar niet met de vereiste tweederde meerderheid worden aangenomen moeten worden teruggestuurd. Voor de zogenoemde tweede lezing (behandeling van een grondwetswijziging door de Kamers in de tweede ronde) denkt het kabinet aan een behandeling door Eerste en tweede Kamer gezamenlijk. Daarin moet een voorstel dan minstens tweederde meerderheid krijgen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.