*

 
dossier

Archief

Bewijzen voor 'Tsjetsjeense bomaanslagen' op flats nog steeds flinterdun

Wessel de Jong − 17/01/00, 00:00

Russische televisiekijkers kregen vorige week beelden voorgeschoteld van laboratoria en trainingskampen, waar anonieme Tsjetsjeense terroristen de bomaanslagen in Moskou en andere steden van afgelopen zomer zouden hebben voorbereid. Waarom juist nu? Het antwoord heeft meer met de mediaoorlog te maken, die rond de Tsjetsjeense oorlog woedt, dan met het onderzoek naar de daders, die de levens van bijna 300 Russen op hun geweten hebben.

Schijnbewijs waren de getoonde beelden. Grote trechters waarin de springstof zou zijn gemengd, de zakken waarin het spul werd vervoerd. Tafels waarop de terroristen zouden hebben geoefend met ontstekingsmechanismes. Het oogde allemaal echt, maar zou in een rechtszaal waarschijnlijk van weinig nut zijn. De beelden hadden ook in een failliete bakkerij gemaakt kunnen zijn. Geen enkel moment werd het getoonde gekoppeld aan concrete verdachten.

Het beeldmateriaal was dan ook waarschijnlijk alleen bedoeld als tegengif voor een bericht in de Britse krant The Independent dat de Russische geheime dienst achter de vier aanslagen zou zitten. Dat artikel was gebaseerd op uiterst twijfelachtig materiaal. De krant had de hand gelegd op een videoband van een Turkse journalist, die in Grozni een krijgsgevangen officier van de Russische militaire inlichtingendienst GROE had geïnterviewd. De officier zei over informatie te beschikken, dat Moskou zelf de bommen had gelegd. Omdat de de man een krijgsgevangene was, konden de Tsjetsjenen hem uiteraard alles laten zeggen.

De beelden van de terroristenschool waren gericht op degenen die in de verleiding waren gekomen om de versie van The Independent te geloven. Die zijn er genoeg in Rusland. Tot in het parlement toe. ,,Ik heb zoveel informatie dat de inlichtingendiensten die jongens geholpen hebben.'' Met 'die jongens' bedoelde Konstantin Borovoj, een democraat, de Tsjetsjenen. Concreet werd hij echter niet.

Ook de Britse freelance journalist John McVicar zegt over hard bewijs te beschikken tegen de Russische veiligheidsdiensten. Die zouden door Moskouse politieagenten zijn gewaarschuwd over de tweede bom, die was geplant bij de Kaloezjskoje Sjosse. De oplettende agenten werden met een kluitje in het gestuurd. 'Niks aan de hand, het ging slechts om een oefening'. Het verhaal van McVicar heeft nooit bijval gekregen. Eind september was de veiligheidsdienst FSB echter opnieuw betrokken bij een 'oefening', ditmaal in Riazan. Daar had ze een 'namaakbom' in een flat gelegd, 'om de alertheid van de burgers te testen'. De bom, waarvan nooit duidelijk is geworden of hij echt of namaak was, werd ontdekt.

Waar of niet, er is veel aanleiding om verhalen als deze serieus te nemen. De gebeurtenissen sluiten namelijk té mooi op elkaar aan. De officiële versie was als volgt: nadat Tsjetsjeense Wahabieten de deelrepubliek Dagestan binnenvielen, werden ze in augustus door de Russen in het nauw gedreven. Uit wraak voor hun nederlaag pleegden de Tsjetsjenen aanslagen in Moskou. Tot zover klonk alles aannemelijk. Het wantrouwen ontstond toen aan de aanslagen een einde kwam op het moment dat de Russen hun campagne in Tsjetsjenië begonnen. Het doel leek bereikt, met goed fatsoen kon de Russische oorlogsmachine gaan rollen. Jeltsin en consorten hadden een oorlog hard nodig om hun greep op de macht te houden en het volk achter de president en zijn opvolger te krijgen. Een rekensom die volgens cynici meer dan aardig is uitgekomen. Volgens parlementariër Borovoj brachten de bommen de burgers in een gemoedstoestand, waardoor ze zeiden: ,,Doe alles wat je wilt, als ze mij maar niet vermoorden.'' Premier Poetin was de grote redder en is dat nog steeds.

Harde bewijzen voor dit scenario liggen nog niet op tafel. Moskou zou aan alle verdachtmakingen en complottheorieën een eind kunnen maken door de resultaten van zijn onderzoek naar de 'Tsjetsjeense terroristen' openbaar te maken. Dat gebeurt niet. Informatie wordt slechts als propagandamiddel gebruikt.

Informeren naar de laatste stand van zaken is in elk geval zinloos. Een woordvoerder van het ministerie van binnenlandse zaken verzocht beleefd vragen op schrift te stellen. Ondanks de wellevendheid, kwam hij pas ruim een maand later met antwoord. Dat zijn ministerie geen mededelingen kon doen, omdat het onderzoek de competentie is van de FSB.

mailIcon print |