Met zijn eerste plaats in de Wereldbekerwedstrijd verdiende René Tebbel zaterdag op Jumping Amsterdam 28500 gulden. Dat kwam goed uit, want de Duitser werd deze week nog veroordeeld tot betaling van 3000 mark aan een liefdadig doel wegens blisteren. Ook de procedurekosten moet de 31-jarige ruiter betalen.
Blisteren is een geblesseerd paardenbeen insmeren met een geneeskrachtige zalf en vervolgens zwachtelen. Dat geeft jeuk en soms blaren en sommige paarden reageren daarop met een ongedachte prestatie. Het is de vraag of dit gedrag bewuste doping is. Vergelijk het met een wielrenner die Midalgan gebruikt en dan van doping beschuldigd wordt. Het is doktertje spelen in het grijze gebied.
Tebbel werd betrapt op een toernooi in Stuttgart toen hij zijn paard Percy blisterde. Met een ongelukkig gezicht gaf hij zaterdag antwoord op vragen naar het hoe en waarom, en hij beweerde met klem dat hij onschuldig was. Weliswaar was hij in eerste aanleg door de internationale bond FEI voor acht maanden geschorst, ,,maar woensdag ben ik vrijgesproken. Ik voel me ook niet schuldig. Het was een onschuldig middeltje om de pijn weg te nemen. Op de verpakking stond geen waarschuwing en het staat ook niet op de dopinglijst. Ik ben teleurgesteld dat het zolang geduurd heeft, maar ik voel mijn naam nu gezuiverd.''
Tebbel, die in het circuit al langer gewantrouwd wordt, stelde de zaak fraaier voor dan de werkelijkheid. De internationale schorsing vocht hij met succes aan, maar de Duitse bond schorste hem zes maanden. Hij meed daarop drie maanden concoursen. Daarna besliste de Duitse beroepsinstantie dat doping niet goed bewijsbaar was. De straf werd gereduceerd tot drie maanden, de drie die Tebbel net vrijwillig had uitgezeten. Ook uit de boete die hij kreeg, blijkt dat van vrijspraak geen sprake is, hooguit van een lichte straf.
Na de uitspraak reisde Tebbel ijlings af naar Amsterdam en zo kreeg de WB-wedstrijd een dubieuze winnaar.
Dat versterkte de kilheid van het toernooi. De organisatie jubelde dan wel over de 70000 toeschouwers, maar de uitgezette sponsorkaarten werden lang niet allemaal benut, zodat de tribunes tijdens de WB-wedstrijd lege plekken vertoonden. Dat zal met de rechtstreekse tv-registratie toch niet de bedoeling zijn geweest.
Jumping-voorzitter Kees de Ruiter gaf al eerder aan: ,,De recettes zijn aanzienlijk lager dan de inkomsten uit sponsoring.'' Dat is een opluchting, maar ook een knieval voor de commercie.
Pijnlijker nog voor een concours met de pretenties van Jumping was het weinig aansprekende deelnemersveld. De twee Nederlandse olympische winnaars Dubbeldam en Voorn waren dan wel aanwezig, maar de grote internationale namen ontbraken: geen Pessoa, Skelton, Sloothaak, Mellinger, Simon, Ledermann, Becker of Mündli, zomaar wat namen van topruiters die spontaan komen opborrelen.
Nederlandse deelnemers waren er wel. Zeven -maar níet de olympische kampioen Dubbeldam- hadden zich geplaatst voor de WB-wedstrijd; geen van hen haalde de barrage.
Dat en de winst van een ruiter met een dubieuze achtergrond bestempelden Jumping 2000 tot minimalisme in triplo: weinig toppers, weinig toeschouwers, weinig sfeer.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.