Justitie aast op mogelijkheden om jurisprudentie over euthanasie te verkrijgen. Artsen weten dat, en melden alleen goed verlopen gevallen. Dat beweert Eugène Sutorius, voorheen strafpleiter in ongeveer elke belangrijke euthansiezaak. ,,Misschien zegt men later vertederd: weet je nog, aan het einde van de twintigste eeuw waren ze met euthanasie bezig. Een bijverschijnsel van een uit de hand gelopen geneeskunde.''
Een dokter komt bij de advocaat. Zegt de dokter: ik heb een patiënt en die was altijd al bang dement te worden, net als zijn vader. Ik heb jaren geleden met hem afgesproken dat ik hem in dat geval zou helpen sterven. En nu is de tijd gekomen om aan zijn wens te voldoen. Het staat vast dat hij de gevreesde ziekte heeft. Er is een wilsverklaring, ik heb uitvoerig met de familie gepraat, ik heb met een andere dokter overlegd. Heb ik zo aan alle zorgvuldigheidseisen voor euthanasie voldaan? Ja, zegt de advocaat, maar ik zou er voor alle zekerheid ook nog een hoogleraar bij betrekken. En moet ik melden? vraagt de dokter. Natuurlijk, zegt de advocaat: altijd melden. Vraagt de dokter: als ik dan meld, word ik dan vervolgd? Ja, zegt de advocaat, je wordt honderd procent zeker vervolgd.
,,Daarna heb ik niets meer van deze dokter gehoord. Ik weet dus ook niet hoe het deze patiënt verder is vergaan'', zegt de advocaat in dit waargebeurde verhaal, mr. Eugène Sutorius (53). Noem een spraakmakende euthanasiezaak en hij was erbij betrokken: Stinissen, Chabot, Prins, Kadijk. Nu heeft hij zijn praktijk verruild voor een academische post. Sinds 1 januari is hij voltijds hoogleraar strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam. Hij was 22 jaar lang strafpleiter, en daarvan hield hij zich achttien jaar met euthanasie bezig. Zijn prioriteiten lagen en liggen helder. ,,Melden, melden, melden. Inzicht, inzicht, inzicht. Zodat we de kwaliteit van het levensbeëindigend handelen kunnen beoordelen.'' Maar daaraan geven lang niet alle artsen gehoor. Neem de arts in bovenstaand voorbeeld. Hem hangt een proces boven het hoofd als hij meldt, juist omdat hij zorgvuldig handelt: de overheid zal de kans om jurisprudentie te krijgen over euthanasie bij dementerenden met beide handen aangrijpen.
Zo'n proefproces betekent een martelgang die jaren kan duren. Logisch dat de arts dat niet over zichzelf afroept.
,,Toch moet hij dat doen. We willen allemaal dat we het nu eens te zien krijgen. Ook de minder mooie euthanasiepraktijken. Als ik arts was, zou ik misschien makkelijker mijn goed verlopende zaken melden dan de gevallen waarin het eigenlijk tegen de paniek aanzat. Artsen wachten soms te lang, in de hoop dat de natuur hen te hulp schiet zodat het niet meer hoeft. Uiteindelijk moeten ze dan snel handelen, en kunnen ze niet meer aan alle zorgvuldigheidsvoorwaarden voldoen.''
,,Je ziet dit terug in de onderzoeksrapporten van Van der Wal en Van der Maas. Het is niet zo dat de ene arts altijd meldt en de andere nooit. Veel dokters melden soms wel en soms niet. Ze kiezen van geval tot geval. Dat doet vermoeden dat de niet-gemelde gevallen voor juristen interessanter zijn. Het is best mogelijk dat ze volstrekt bonafide zijn. Dat dénk ik ook. Maar artsen zullen niet altijd het formulier volgen, om het maar eens zakelijk te zeggen.''
In bovenstaand geval ging het niet om ondraaglijk lijden, maar om angst voor ontluistering. Artsen zijn dan huiverig voor euthanasie.
,,Ze voelen hier een grens. De patiënt wil het, jazeker. Er is een wilsverklaring, jazeker. Maar desondanks staat de arts er alleen voor. Hij kan zich niet door de patiënt over de streep laten helpen. Want zo gaat het gewoonlijk: de arts wordt door de patiënt bewogen hem te helpen, binnen de intimiteit van de arts-patiëntrelatie.''
Zijn we toe aan euthanasie zonder dat sprake is van ondraaglijk lichamelijk lijden?
,,Ik denk dat we daar aan toe waren bij de allereerste euthanasiezaak. Lijden kan wortels hebben in lichamelijk ongemak en in diepergelegen psychische domeinen. Maar het is altijd een psychische gewaarwording, dat wisten we vanaf het begin. Wel tekenen de problemen zich steeds duidelijker af. Kanker in de laatste levensfase levert heel andere morele en juridische dilemma's op dan psychiatrische ziekten. Terwijl het lijden van psychiatrische patiënten misschien wel veel afgrondelijker is.''
,,In de euthanasie-rechtspraak is dementie nog nauwelijks aan de orde gekomen. Hetzelfde geldt voor euthanasie bij mensen die 'klaar zijn met leven'. Vroeger overleden mensen aan een vrij korte, veelal infectieuze ziekte, zoals tbc of een longontsteking. In zekere zin was dat niet onprettig. Nu lijden mensen aan een te lang geworden leven. Accepteren we dat we zelf kunnen kiezen of en hoe we oud worden, dan hebben we de keuze in principe al gemaakt. Zelfbeschikking staat dan voorop, als een typische verworvenheid van onze westerse samenleving.''
Maar voor onze zelfbeschikking hebben we wel die dokter nodig. Die heeft al grote moeite met euthanasie bij psychiatrische patiënten of dementerenden. Laat staan bij mensen die alleen maar 'klaar zijn met leven'.
,,Nou ja, in dat laatste geval is het voor de dokter emotioneel minder moeilijk dan bij dementie. De patiënt is bij zijn volle bewustzijn, dat is belangrijk. Als iemand al tien jaar niets meer heeft meegemaakt, volkomen geïsoleerd is komen te staan en geleidelijk ontluistert, als zo iemand vraagt om te mogen sterven en zelf niet de middelen kan regelen, wat moet je dan? Je kunt niet zomaar zeggen: doet u het maar zelf. Suïcide is vanuit het perspectief van de hulpverlener een nederlaag. Eenzaam, onwaardig, gruwelijk ook voor degene die de overledene aantreft. Bovendien kan het misgaan.''
,,Ik deel ieders verontrusting en verlegenheid over het steeds maar uitbreiden van de rol van de dokter. Zeker als hij mensen moet helpen sterven zonder dat een terminale ziekte in het spel is. Ik ben geneigd te zeggen: nee, dat wil ik niet. Maar het alternatief zou wel eens erger kunnen zijn. Een ongebreidelde stroom van informatie en middelen. Bestelling van gevaarlijke medicijnen via internet. Medicijnen waar winst op wordt gemaakt, terwijl we niet weten wat ermee gebeurt. Mogelijk belanden ze in het verkeerde theekopje. Als we dat niet in de hand weten te houden, zullen we terugverlangen naar regulering, naar vormen van toetsing. En dan komen we uit bij de dokter, de huisarts waarschijnlijk. Die daar niet op zit te wachten.''
Een keuze uit zwakte?
,,Ik zeg niet dat we hiervoor moeten kiezen. Het zijn bouwstenen voor de discussie. Hoe je daar als arts mee omgaat, hangt af van hoe je gebouwd bent. Of je helpt mensen op een goede manier te gaan, of je zegt: ze krijgen mij niet om met dergelijke nare scenario's. Maar wat als het bloed dan toch gaat kruipen waar het niet gaan kan? Dat gebeurt vanuit iets wat in onszelf leeft. We willen een pilletje kunnen nemen wanneer we eraan toe zijn. Alleen dat. We gebruiken het nog niet eens, we willen het alleen hebben. Om uiteindelijk te sterven op onze eigen manier, voordat er allerlei narigheid komt. Ik ben ervan overtuigd dat veel mensen die mogelijkheid heerlijk zouden vinden.''
,,Nogmaals, ik ben er nog niet uit. Maar de vraag naar levensbeëindiging omdat mensen 'klaar zijn met leven' en iedere dag ervaren als een marteling, die vraag bestaat. En als we niets regelen, zullen zich ontwikkelingen voordoen die we niet willen. Daarom zullen we ons uiteindelijk gedwongen zien dingen te ordenen. We zullen tegen de dokter zeggen: dat lijden wat mensen willen ontgaan, daar heb jij je beschikbaar voor te houden. Je hoeft het niet zelf te doen. Maar als mensen er echt aan toe zijn, moet je in ieder geval de middelen hebben en controleren of het op een verantwoorde manier gebeurt. Deze stervensbegeleiding is dan onderdeel geworden van de taak van de huisarts. Zo zou het kúnnen gaan.''
U zegt dat u er nog niet uit bent. Misschien toch wel een beetje?
,,Nee. Ik ben ambivalent, heb bijvoorbeeld geen wilsverklaring. Dat vind ik eigenlijk dom van mezelf. Maar ik val niet makkelijk voor de maakbaarheidsideologie. Ik vind dat we dingen moeten laten komen, en dat we dan moeten proberen daar moedig mee om te gaan. Als ik mezelf weer voorstel als een baby, afhankelijk van anderen, overgeleverd aan de grillen van mijn omgeving, dan denk ik: ja, zo was dat en waarom zou het niet weer zo mogen worden?''
,,Onze hele geneeskunde is gebouwd op de behoefte het lijden te ontgaan. Daarmee hebben we de eerste stappen gezet om ons te ontworstelen aan de natuurlijke wetten. We zijn al heel lang van de Schepper weg. Waarom zouden we bij het gekozen levenseinde dan opeens halt houden?''
,,Wat mij interesseert is waar onze vraag naar euthanasie vandaan komt. Is onze samenleving in de knoei geraakt met een geneeskunde die ons te lang doet leven en ons te lang in een afhankelijkheidspositie brengt? Misschien verdwijnt de vraag als dokters hun wapens eerder neerleggen. Dan overlijden we op ons zestigste in plaats van op ons tachtigste, op een waardige manier. Omdat we geen zin hebben in verdere behandeling van een ziekte. Dan zegt men later vertederd: weet je nog, aan het einde van de twintigste eeuw waren ze met euthanasie bezig. Een bijverschijnsel van een uit de hand gelopen geneeskunde.''
,,En misschien maken we een omslag naar een ander soort denken over de dood. Een denken waarin de dood een keuzemogelijkheid is. In dat geval gaat het werkelijk om een cultuurverandering. Dit druist in tegen mijn natuurkant. Maar toch kan ik me heel goed inleven in deze zienswijze, en deze ook goed verdedigen.''
Zoals een goed advocaat betaamt.
,,Beide kanten zijn echt in mij aanwezig. Ik ben katholiek geworden, maar mijn doopnaam is Thomas. Niet naar de ongelovige Thomas maar naar Thomas More, de humanistische katholiek. Mijn humanistische kant doet me begrijpen waarom mensen zelf het moment van overlijden willen bepalen. Sommige dingen in het leven wil je gewoon zo goed mogelijk doen: trouwen, kinderen krijgen. Het sterven hoort in dat rijtje thuis, zeker voor mensen die geprobeerd hebben iets van hun leven te maken en het ook goed willen afmaken. Dat ligt anders voor de rechtgeaarde katholiek. Die legt zich meer bij het leven neer.''
Na twintig jaar advocatuur bent u nu hoogleraar strafrecht geworden. Zijn onze torenhoge verwachtingen van het strafrecht ook zo'n uiting van de maakbare samenleving?
,,Ten dele zeker. Het strafrecht is in iedere samenleving een ultimum remedium. Vaak biedt het dan niet eens een echte remedie, een effectief geneesmiddel voor de kwalen van onze samenleving. Wie het zinloos geweld met behulp van het strafrecht wil terugdringen komt van een koude kermis thuis. De wijze waarop wij ons strafrecht inrichten, weerspiegelt wel ons beschavingsniveau, en heeft in die zin een belangrijke symbolische functie. Als we iemand die kwaad heeft gedaan opsluiten, bevredigt dat een gevoel in de buik: we hebben er iets aan gedaan. Maar we weten ook dat mensen uit de gevangenis komen als volleerde criminelen waar ze er ingingen als beginners. Dat is ook de gevangenis.''
,,Naleving van normen kun je bovendien niet afdwingen via het strafrecht als die normen niet in onszelf leven. Misschien is het roepen om strafbepalingen en symboolwetgeving wel een uiting van onze onzekerheid over onze normen. Vroeger losten we veel problemen in de buurt zelf op, eventueel met de veldwachter. Nu heeft het strafrecht deels de plaats ingenomen van die sociale controle. Dat zegt iets.''
,,Roepen om strafrecht heeft iets van fluiten in het donker als we onszelf niet een paar lastige vragen durven te stellen. Een voorbeeld: op tv krijgen we programma's voorgeschoteld waarvan een kind kan zien dat je mensen zedelijk en seksueel verwart. Wees dan niet verbaasd als je de gevolgen daarvan terugziet in de werkelijke wereld. Geweld en seksualiteit hebben beide veel te maken met een kennelijk ontbrekend respect voor de ander. De vertoonde programma's leven dat welhaast voor.''
,,Er rust bijna een taboe op om daar een groot vraagteken bij te plaatsen. Maar zo langzamerhand vind ik dat we erover moeten praten. Dat gebeurt nog maar mondjesmaat, want we geven onze verworven vrijheden niet graag op. Uiteenlopende fenomenen als verslaving en verkeersovertredingen leveren de samenleving bovendien veel geld op, wat onze dubbelhartigheid versterkt. Verwacht daarom niet in eerste instantie oplossingen van het strafrecht. Laten we in plaats daarvan proberen onze verwarring weer in de greep te krijgen. Als het tenminste niet -want zo lijkt het wel eens- een autonoom proces is waarin mensen zich eigenlijk machteloos voelen en er dus maar niets aan doen.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.