Had het aan de VVD-onderwijsspecialist Cornielje gelegen, dan was de les Turks afgeschaft die een Turks kind buiten schooltijd kan krijgen van een Turkse leerkracht. De tijd en moeite die zulk onderwijs ('Oalt' - onderwijs in de allochtone levende talen) kost, kan volgens de liberaal beter in lessen Nederlands worden gestoken. Maar zijn collega- kamerleden waren niet verder te porren dan dat zulke leerkrachten het Nederlands beter moeten beheersen dan nu vaak het geval is.
Cornielje heropende deze week een discussie die alweer jaren loopt, en waarin de feiten ook al jaren deprimerend weinig veranderen. De tranen van de staatssecretaris ten spijt, die zou willen dat de kleine succesjes - die zijn er óók - meer aandacht krijgen.
Eind mei kwam de onderwijsinspectie nog weer eens met een rapport over de kwaliteit van het onderwijs aan allochtone kinderen op de 'zwarte' basisscholen: die scholen waar meer dan de helft van de kinderen allochtoon is. Dat die kinderen door de jaren heen wel iets, maar niet veel beter Nederlands leren, komt vooral doordat ze langer in Nederland zijn. Het is niet te danken aan de scholen, stelden de inspecteurs vast. Slechts op de helft van de zwarte scholen leren de kinderen evenveel als op andere scholen.
Voor de liberaal Cornielje zijn zulke chronische feiten aanleiding om te betogen dat alle hens aan dek moeten voor de lessen Nederlands - en niet voor frivoliteiten als Turks voor Turkse kinderen, of Arabisch voor Marokkaanse kinderen. Dat die lessen tegenwoordig niet meer onder, maar buiten schooltijd worden gegeven, ziet de VVD als een geluk bij een ongeluk.
Was Cornielje een Amerikaan, dan was hij onderdeel van wat ze daar de English Only-lobby noemen, de beweging die vindt dat alle Amerikanen, ongeacht hun etnische herkomst, zich op school moeten concentreren op het Engels. In de VS - nog veel sterker dan Nederland een culturele smeltkroes - zijn bibliotheken volgeschreven over de optimale aanpak van het taalonderwijs aan allochtonen.
Maar alles daarin wijst uit dat Cornielje en de English Only-beweging simpelweg ongelijk hebben. De eigen taal kennen is van groot belang om de 'andere' taal - hier: het Nederlands - goed te leren. En gaat dat desondanks niet snel, dan komt dat omdat het ook gewoon moeilijk is. ,,Er zijn geen snelle, gemakkelijke oplossingen voor complexe problemen. Een tweede taal leren duurt langer, is moeilijker en kost meer moeite dan veel leerkrachten zich realiseren'', schreef onderzoeker McLaughlin in 1992 in een artikel met een veelzeggende titel: 'Mythes en misverstanden over tweede taalonderwijs: Wat elke leerkracht moet afleren'.
Ton Vallen, in Tilburg hoogleraar meertaligheid en onderwijs: ,,Het staat zo vast als een huis dat als kinderen een tweede taal moeten leren, je moet aansluiten bij wat ze al weten.
Een Turks kind van vier weet best wat een stoel is, dat heeft het thuis geleerd - in het Turks. Op school doen ze dan net alsof ze niet weten wat een stoel is, terwijl het alleen maar om het woord gaat.''
Vallen heeft zijn hoop gevestigd op de 'geïntegreerde taalmethoden', die steeds meer ingang vinden. Die methoden zijn voor zowel allochtone als autochtone leerlingen gemaakt en richten zich niet op de taal-op-zich, maar op de taal als middel om ook andere vakken te begrijpen. Vallen: ,,Taal speelt in alle vakken een rol; in rekenen, geschiedenis, wereldoriëntatie. Ik vind het dan ook heel onverstandig om alleen maar in te zetten op taal en rekenen, zoals nu de tendens is.''
Het is de vraag of de VVD niet langzamerhand toch haar zin krijgt, want veel ouders sturen hun kind niet meer naar Oalt-lessen sinds die buiten schooltijd vallen. Volgens de Algemene Onderwijsbond volgt een kwart van de doelgroep sindsdien geen Oalt meer. redactie onderwijs
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.