Er werden wenkbrauwen gefronst. Er werden ogen uitgewreven. Het ongeloof regeerde de buitenwacht. Pierre Mathieu bondscoach van de nationale vrouwenvolleybalploeg. Er kan veel in dit land, maar dat niet.
De persoon in kwestie noemde het in 1998, nadat Bert Goedkoop niet langzamer acceptabel was in die functie, een grote eer dat hij voor dat ambt was uitverkoren. Het is het hoogste dat een trainer kan bereiken. Hij was in het recente verleden Jong Oranje-coach bij de meisjes geweest en had - niet al te gek lang - bij Pollux en Volco in Ommen gewerkt. Aan de andere kant was Mathieu op dit moment waarschijnlijk gewoon leraar in Breda geweest en trainer van een Belgische club. Pierre Mathieu klopt niet zelf op de deur, hij moet worden gevraagd, en nog liever uitgedaagd.
,,Peter Murphy (oud-bondscoach en tegenwoordig technisch medewerker van het team de mission voor de Olympische Spelen - red) heeft me er toe aangezet. Ik fungeerde als manager van het nationale vrouwenteam in de tijd dat Gerbrands er bondscoach was. Door een rugblessure kon ik niet trainen. Het was vlak voor het EK in Griekenland, toen ik op een terras in Boxmeer met Murphy zat te filosoferen over mijn toekomst. Die rugblessure was bijna over, ik begon weer kriebels te krijgen. Ik had een aanbieding uit België, van een mannenploeg. Toen zei Murphy: Man, schei toch uit. Weer in België, Mathieu wordt weer kampioen. Fantastisch!''
Doe een keer iets nuttigs, luidde in andere woorden de boodschap. Mathieu sloeg prompt andere wegen in, de ANWB-borden wezen naar onbestemde verten. ,,Zo werkt dat bij mij. Ze moeten mij niet uitdagen, dan doe ik er alles voor. Ik weet van mezelf dat ik een uitdaging moet hebben om mijn capaciteiten tot het uiterste te benutten. Zo niet, dan val ik in slaap. Als ik even niet scherp ben, word ik aangevallen. Dat heb ik net nodig. Zodra het heel erg spannend is, voel ik me als een vis in het water.''
,,Ik straal dan uit dat ik onaantastbaar ben, onoverwinnelijk. Ik overzie alles. Ik heb de hele zaak tot in detail onder controle en sluit me volledig af voor de buitenwereld. Ik verkeer in een trance. Ze kunnen van alles roepen, maar ik hoor positieve noch negatieve dingen.''
Zo onverstoorbaar mogelijk gaat Mathieu zijn gang. Deze week wacht het tweede olympische kwalificatietoernooi in Bremen. Er is slechts één plaats te vergeven, aan de winnaar van een halve competitie. Italië, de eerste tegenstander, Kroatië, op 9 januari de laatste, zijn de grootste concurrenten. Mathieu rept van een perfecte loting: ,,Om de dag hebben we een sterke tegenstander. Het programma had niet beter gekund.''
Het is niet helemaal zijn ploeg, die in de Duitse hanzestad de strijd met nog vijf landen aanbindt. Erna Brinkman liet hem, andere afspraken met TVN (stichting Topvolleybal Nederland) ten spijt, in de steek. De voorbereiding met vier wedstrijden tegen Duitsland, was ultra-kort. En het is altijd een probleem om uit al die losse elementen weer een ingespeeld team te boetseren. Het is een eeuwige vraag: ,,Hoe snel krijg je alle neuzen dezelfde kant op? Hoe lang duurt het voordat de volleybalsters weer het geloof in hun eigen team hebben?''
Aan de andere kant is Mathieu blij dat de beste speelsters zijn uitgezwermd over alle windstreken. ,,Als de Nederlandse competitie een hoog niveau had, was het anders. Maar een nationale ploeg uit de competitie halen en op clinics sturen is ook geen oplossing. Je moet trainingsuren maken, maar op zich is dat niet zaligmakend. De volleybalsters moeten in andere landen spelen en daar ook mee leren omgaan. Het is prachtig dat Ingrid Visser in Brazilië tegen wereldtoppers volleybalt. Ik vind het machtig dat Riëtte Fledderus in Italië samen met Jelic, de beste aanvalster ter wereld, speelt. Wederzijds leer je veel van elkaar.''
Vrouwen eisen een andere aanpak dan mannen, weet Mathieu. ,,Met een mannenploeg kun je een systeem verder uitdiepen. De pass komt over het algemeen goed aan, ze zijn meer aanwezig aan het net. Je kunt ze harder aanspreken op bepaalde punten. Je kunt ten overstaan van de groep één het boetekleed laten aantrekken. Bij vrouwen werkt dat niet. Je kunt ze wel hard aanpakken, maar niet in de groep. Ze hebben heel gauw een wij-gevoel. Maar als je dat als coach kunt opwaarderen, zijn ze tot veel in staat.''
Mathieu gokt daar in Bremen op. ,,Laat maar eens zien dat we het kunnen zonder Erna. Dit team werd, met Cyntha Boersma erbij, zevende op het WK, en zonder Cyntha vijfde op het EK. Het is aan mij de kunst om die meiden te laten voelen: wij kunnen dit met z'n allen.''
Naar buitenuit wil Mathieu niet over Bremen heen kijken naar de volgende doelstelling, maar hij heeft zijn speelstersgroep, en ook de pers, wel laten weten dat een rentree van 'verraadster' Brinkman alleszins bespreekbaar is. ,,Het is heel eenvoudig om de deur dicht te gooien. Dat kan iedereen. Maar daar schaad ik de ploeg mee, dat hoef ik de speelsters niet uit te leggen. In de topsport zijn wetten die nooit overschreden kunnen worden. Eén van die wetten is dat de bondscoach ten allen tijde het sterkste team moet opstellen.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.