*

 
dossier

Archief

De vogel mag geen last hebben van de mens

Hans Schmit − 02/02/00, 00:00

Met de aanwijzing van 49 nieuwe beschermingsgebieden voor vogels denkt staatssecretaris Geke Faber (natuurbeheer) de ergste kou uit de lucht te hebben gehaald. Tien dagen terug nog stuurde de Europese Commissie een laatste waarschuwing naar Den Haag: wanneer de lijst van beschermde vogelgebieden niet snel werd uitgebreid, zou een tweede procedure bij het Europese Hof van justitie aanhangig worden gemaakt.

Dat Hof heeft Nederland in mei 1998 al veroordeeld wegens het niet volledig nakomen van de Vogelrichtlijn; bij een nieuwe gang naar de rechter kan de Europese Commissie het Hof verzoeken, Nederland een dwangsom op te leggen die kan oplopen tot een half miljoen gulden per dag. Staatssecretaris Faber verwacht echter dat de Europese Commissie de juridische procedure niet zal voortzetten: ,,We voldoen met de nieuwe aanwijzing volledig aan wat Brussel van ons wil. Ik verwacht bij de behandeling in de Tweede Kamer geen problemen die tot nieuwe vertragingen kunnen leiden.''

Op grond van de Vogelrichtlijn dienen de lidstaten van de Europese Unie voor bedreigde en zeldzame soorten speciale beschermingszones aan te wijzen. De richtlijn dateert uit 1979 en hoewel Nederland de totstandkoming actief heeft gesteund, kwam de aanwijzing van beschermde gebieden traag op gang. Faber: ,,Wij wilden de gebieden eerst op grond van de Natuurbeschermingswet beschermen, zodat we ze als het ware op een presenteerblaadje aan Brussel konden aanbieden. Het Europese Hof heeft daar echter een stokje voor gestoken en gezegd dat we de gebieden die aan de criteria van de Vogelrichtlijn voldoen snel moeten aanwijzen.''

Toen een jaar terug de lijst met nieuw aan te wijzen gebieden werd gepubliceerd, ontstond grote maatschappelijke weerstand: vanuit de landbouw, de jagerswereld, recreatieondernemers en ook provincies, gemeenten en waterschappen werd massaal bezwaar gemaakt. In gebieden die onder de Vogelrichtlijn vallen, zou praktisch niets meer mogelijk zijn, luidde het voornaamste verwijt. Faber: ,,De mensen hebben het idee: er zijn al zoveel regels en nu komt er weer iets bij dat we niet mogen. Ik heb dat signaal serieus genomen, daarom heeft de aanwijzing meer tijd gevergd dan we Brussel hadden laten weten.''

,,In de aangewezen gebieden bestaan diverse gebruiksfuncties, zoals landbouw en recreatie, terwijl er ook militaire oefenterreinen liggen. Ondanks al die activiteiten zijn die gebieden nu reeds van belang voor bepaalde vogelsoorten. Voor het bestaand gebruik verandert er dus niets, want de vogels fourageren, rusten en broeden er immers nu ook al. De veranderingen betreffen het toekomstig gebruik: bij besluiten over nieuwe activiteiten of uitbreiding dient de gemeente of de provincie het belang van de vogels mee te nemen in de afweging. Volgens de regels uit Brussel mogen die activiteiten geen significante gevolgen hebben voor de vogels. Het bevoegd gezag moet definiëren wat significant is; de komende jaren zal uit de jurisprudentie moeten blijken wat dat precies inhoudt.''

,,Onlangs heb ik de recreatieondernemers toegesproken die bang zijn dat ze niet meer kunnen uitbreiden. Ik heb ze gewezen op het feit dat de natuur en het in stand houden daarvan ook hun belang is; de natuur is de reden dat de mensen komen. We hebben veel watergebieden aangewezen, maar de jachthavens en een strook daar omheen zijn buiten de begrenzing gebleven, zodat er heus nog wel mogelijkheden zijn.''

Of de Vogelrichtlijn ook (vergaande) consequenties heeft voor omvangrijke, nationale economische activiteiten en infrastructurele werken die negatieve gevolgen voor vogels hebben, valt nog moeilijk te zeggen. Wat voor nadelen zullen de vogels in het nieuw aangewezen Voornes Duin ondervinden van de Tweede Maasvlakte? Faber: ,,Een spoorlijn of een weg door een aangewezen gebied kan alleen als het maatschappelijk noodzakelijk is. Liever niet, maar als het moet, moet het. Echter niet zonder het verlies elders te compenseren of aanvullende maatregelen te treffen. Zoals bijvoorbeeld de wildviaducten over de A50 op de Veluwe waardoor de dieren de mogelijkheid behouden van ene gebied naar het andere te gaan.''

Natuurgebieden in Nederland kunnen op grond van vele regelingen worden beschermd, zoals de Natuurbeschermingswet, de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn en het verdrag over de bescherming van waterrijke gebieden. Bovendien kunnen ze deels of volledig binnen de ecologische hoofdstructuur (het samenhangend netwerk van natuurgebieden en verbindingszones) liggen. Ontstaat er langzamerhand niet een onontwarbare lappendeken? Faber: ,,Je ziet inderdaad door de bomen het bos niet meer. We kunnen niet blijven stapelen met regeling op regeling; alles op elkaar is wat te veel. We zullen serieus moeten kijken naar en van gedachten moeten wisselen over de vraag of de regelgeving niet eenvoudiger en eenduidiger kan.''

mailIcon print |