Het leven van de filmer Joan van der Keuken verandert in oktober 1998 van de ene op de andere dag. De dokter vertelt dat de psa-waarde in zijn bloed ernstig is gestegen. Van der Keuken weet wat dat betekent: agressieve kankercellen. Hij noemt dat 'de rebellie van vernietigende soldaatjes' in zijn film 'De grote vakantie'. Het zou zijn laatste film worden, verwachtte Van der Keuken. Vandaag gaat hij op de eerste dag van het Filmfestival van Rotterdam in première.
De prostaatkanker, waarvoor hij in 1995 werd bestraald, is teruggekeerd. De filmer en fotograaf Johan van der Keuken weet niet hoelang hij nog te leven heeft. ,,Laten we op reis gaan en de tijd gebruiken om samen iets te maken'', stelt zijn vrouw/geluidsvrouw, Noschka van der Lely voor. Het besluit wordt genomen, het besluit om de 'laatste' film te maken: 'De grote vakantie'.
Van der Keuken is niet de enige filmer die naar de camera grijpt op het moment dat de dood in zicht komt. Een film die nog afgemaakt moet worden, brengt verlichting van het ziek-zijn, zo lijkt het. Het filmen biedt controle in een tijd van overgave aan dokters, medicijnen en pijn. Zo nam de fotograaf en filmer Ed van der Elsken afscheid met 'Bye', een bijzonder, scherp en direct verslag van zijn ziekteproces en sterfbed. Hij richtte de camera via de spiegel op zijn falende lichaam, vertelde de ziekenhuisverhalen vol pijn en humor en wees op de röntgenfoto's de tumoren aan. 'Wat een rotzakken!'
De Britse regisseur Derek Jarman, gestorven aan Aids, maakte 'Blue', een beeld- en (dus) ook lichaamloze film over ziekte en seksualiteit, waarbij de toeschouwer wordt uitgenodigd de eigen verbeelding te projecteren op een blauw scherm, daarbij geholpen door een geluidsband met tekst, poëzie en muziek. Terwijl Van der Elsken zijn vergankelijke lijf in je gezicht duwt, vermijdt Jarman de aanblik van het lichaam opzettelijk en nadrukkelijk. In zijn monoloog vertelt hij wel hoe het lijf hem gevangen houdt. ,,Waarom zou ik nog behoefte hebben aan nieuws over Bosnië als alles wat leven en dood aangaat binnen in mij aan het werk is'', zegt hij, ergens in het begin van 'Blue'.
Als Johan van der Keuken aan zijn reis begint, is zijn ziekte nog abstract, een meetwaarde. Een onheilspellende gedachte eerder dan een hinderende, alledaagse, lichamelijke realiteit. Die abstractie maakt de reis en de film mogelijk. Wel gaat er voor slechtere tijden ook een lichte videocamera mee. ,,Als ik geen beeld kan maken ben ik dood'', zegt Van der Keuken in zijn film. ,,Filmen is mijn leven'', voegt hij eraan toe in het gesprek met hem naar aanleiding van de première van 'De grote vakantie' in Rotterdam. De filmer praat zoals hij filmt, associatief en met omtrekkende bewegingen, maar over zijn liefde voor het filmen kan hij kort zijn. ,,Ik ben met fotografie bezig sinds mijn twaalfde. Het is deel van mijn geloof, mijn God.''
In 'De grote vakantie' voeren reis en film naar Azië, Afrika, Zuid-Amerika en de Verenigde Staten, naar plekken waar Van der Keuken eerder is geweest, maar ook naar nog onbekende plaatsen die hij al langer wilde bezoeken (de Sahel, de rivier de Niger). De verschillende plekken worden associatief aan elkaar verbonden, een wijze van monteren die we kennen uit Van der Keukens eerdere films zoals 'Amsterdam Global Village' en het met een Gouden Kalf bekroonde 'Face Value'.
We hoppen van het AZU (Academisch Ziekenhuis Utrecht) naar het einde van de film 'Lola Rennt' op het vorige Filmfestival in Rotterdam, om vervolgens bij twee bezoekers en hun zieke baby thuis te belanden. We horen in Burkina Faso een Afrikaanse filmer aan die zich hevig opwindt over vrouwenbesnijdenis en zappen daarop naar vrolijke beelden van kleurrijk geklede, moderne Afrikaanse vrouwen die hun brommer naar hun werk sturen. Het zijn de vertrouwde Keukeniaanse, interculturele verbintenissen.
Maar 'De grote vakantie' is ook wezenlijk anders dan Van der Keukens eerdere films. De bodem schudt deze keer. De kern wankelt. De film is niet meer een beheerste ontdekkingsreis, een zoektocht naar nieuwe verbanden, maar lijkt soms ook een vlucht, een vakantie inderdaad, weg van de onheilstijding en het zieke lichaam. Een zoektocht naar troost, zin of samenhang in de esthetiek van vreemde, bezwerende rituelen, of in de levensvreugde van anderen die ook tegen de klippen op moeten leven. En soms is het op paradoxale wijze vooral een poging om via de camera de door de ziekte geschapen kloof tussen binnen- en buitenwereld te herstellen.
,,Je probeert met filmen een afstand te overbruggen die je misschien in het dagelijks leven niet kan overbruggen'', vertelt Van der Keuken. ,,Tegelijkertijd neem je een positie van een afstand in die je wordt toegestaan omdat je filmt. Als je vreselijke dingen filmt, bijvoorbeeld het dode Tsjetsjeense kind in 'Amsterdam Global Village', kan het zijn dat ik op dat moment heel sereen ben. Ik sta daar. Ik zie dat. Ik film dat bijna meditatief. Ik voel bijna dat de mensen het goed vinden dat ik dat film, en misschien vinden ze het wel goed omdat ik dat zo voel. Voor je gevoel overbrug je die afstand tijdens het filmen, maar als je het beeld terugziet op de montagetafel krijg je de klap en was er dus wel degelijk afstand.''
In 'De grote vakantie' legt Van der Keuken het contact met de toeschouwer, als de film al even bezig is, tijdens een slecht-nieuws-gesprek met de dokter van het AZU. ,,Ik weet niets meer te zeggen'', zegt hij tegen zijn dokter die hem uitlegt welke opties hij heeft om zijn leven voor nog onbekende, te korte tijd te verlengen. ,,Weet U nog iets te zeggen?'' Het is een intieme en indrukwekkend voorzichtige dialoog. De ongemakkelijke glimlach van de dokter en Van der Keukens onderdrukte nervositeit trekken je zijn verhaal binnen - veel soepeler dan de daarvoor vertoonde mysterieuze gebedsrituelen in Tibet.
Hoewel de regisseur in zijn vorige film 'Laatste woorden' over het sterfbed van zijn zusje, ook binnenskamers bleef en de camera op haar richtte, heeft hij die intieme vorm nu verder niet overwogen. ,,Geen haar op mijn hoofd'', antwoordt van der Keuken. ,,Ik wilde geen ego-document. Het moest ook geen treurige of zeikerige film worden, maar een vitale film. Het idee was het leven gewoon te leven, er zo vitaal mogelijk tegenaan te gaan. Ik wilde een kroniek van mijn blik op de wereld, onder druk van het einde. We wilden proberen scherper, intenser te zien, nu dit misschien nog de enige kans was. Daarbij had ik nog een paar verlangens. Ik ben op verschillende momenten in Afrika geweest, dat vond ik altijd fantastisch, maar ik had nog nooit de Sahel gezien. En ik had een droombeeld van de rivier de Niger... Ik vroeg me daarbij wel af waar mijn blik op uit zou komen. Zou hij misschien een steeds kleiner terrein bestrijken, op het laatst alleen mijn eigen kamer?''
,,Mijn lichaam is wel sterk aanwezig in deze film. Vanuit mijn lichaam film ik de wereld en dat laat ik welbewust zien. Je ziet mijn arm waarin geprikt wordt, de pols die gevoeld wordt, mijn voeten die een berg beklimmen. De hele toestand met de Sjamaan die in mij bijt. Met de videocamera kan dat, 'over shoulder' mezelf filmen. Alleen ik wil niet naar binnen kijken. Ik wil voorbij dat lichaam naar de anderen kijken die in principe zijn zoals ik. Dat is ook de les die ik krijg van de Tibetaanse leraar. Je bent niet anders dan de anderen die lijden.''
In 'De grote vakantie' is er, ongewoon in een Van der Keuken, een hoofdpersoon, een chronologie, en een dramatische onderstroom, een dramatische climax zelfs wanneer de reis onverwacht genezing brengt in de vorm van het Amerikaanse geneesmiddel PC-Spes.
Van der Keuken: ,,De dramatische lijn is bepalend voor hoe je deze film bekijkt, maar in feite verschilt het niet zoveel van 'Amsterdam global village'. De relatie tot het probleem van de brommerkoerier -of hij wel of niet zijn rijbewijs haalt- is niet wezenlijk anders dan de relatie tot mijn probleem in 'De grote vakantie'. Er is geen principieel verschil. In het gehele weefsel van de wereld lijdt ieder mens relatief. 'Verklein het tot het halen van een rijbewijs' adviseert de boeddhistische leraar. Op het moment dat wij hier met elkaar praten, helpt die gedachte. En eigenlijk is het precies wat ik in mijn films ook zoek: die overweldigende emotie terugbrengen naar een relativerende schaal, waardoor andere mensen er iets mee kunnen doen, waardoor je het mededeelbaar maakt op een ander niveau.''
Op de vraag of de reis ook diende om de vergankelijkheid te onstijgen, om het zoeken naar God, antwoordt van der Keuken bevestigend. ,,Dat verlangen zit heel sterk in de film maar ik kom niet tot een God die het allemaal zin geeft. Ik voel het goddelijke in het maken van iets. De ontroering wanneer de muziek iets met een beeld doet. De swingende muziek onder de beelden van de woestijn, de mensen op kamelen die voorbij komen. Even lijkt het dan helemaal te lukken. Dat stijgt boven jezelf uit.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.