De verkiezingen worden pas in 2002 gehouden, maar in Kenia is de campagne al losgebarsten. De oppositie ziet haar kans schoon, want president Moi is niet herkiesbaar. Intussen leidt het politieke steekspel de aandacht af van de grote economische problemen in het land.
In Dunga, een stadje aan het Victoriameer in de westelijke provincie Nyanza, dobberen de houten vissersbootjes doelloos rond in de haven. Ze varen veel minder uit dan vroeger. Drie jaar geleden kondigde de Europese Unie een invoerverbod af voor nijlbaars uit Kenia, vanwege de slechte hygiëne. ,,Tot die tijd was tachtig procent van de nijlbaars in de Europese winkels afkomstig uit Kenia'', zegt Geofrey Obore is lid van de Dunga-visserscoöperatie. ,,Tanzania en Oeganda hebben die markt nu overgenomen. De regering doet niets om ons te helpen bij het voldoen aan de EU-importeisen.''
Nyanza is een provincie met economische potentie. Het Victoriameer zit vol vis en bovendien regent het er vaker dan in de rest van het land, wat het gebied erg geschikt maakt voor de teelt van bijvoorbeeld suikerriet. Toch is de armoede de laatste jaren alleen maar toegenomen. Landelijk leeft 57 procent van de bevolking onder de armoedegrens, in Nyanza is dat 75 procent. Het probleem is dat de regering nauwelijks geld steekt in de ontwikkeling van de provincie.
Kenia blijkt uit onderzoek de grootste vervuiler te zijn van het Victoriameer. De riolering en industriële afvoer van de westelijke provincies stroomt ongezuiverd in het meer. Ook zijn er geen koelhuizen in de havens, waardoor de vis snel verrot in de warmte. En koelwagens zijn nauwelijks in staat de uiterst slechte wegen in de regio te bedwingen.
De eveneens slecht onderhouden suikerfabrieken konden vorig jaar de aanvoer van het suikerriet niet aan. Het gewas rotte weg op de velden en de boeren gingen andere gewassen telen. Nu heerst er een gebrek aan suikerriet en zijn de fabrieksarbeiders ontslagen.
De laatste jaren leefde er enige hoop op verbetering bij de bevolking. In Kenia zijn politieke partijen gevormd langs etnische lijnen. In Nyanza leven overwegend Luo's, die zich hebben verenigd in the National Development Party (NDP). De partij zat van oudsher in de oppositie. Maar na de laatste verkiezingen in 1997 ontstond een samenwerking tussen NDP en de regeringspartij Kanu. De Luo-bevolking verwachtte als dank meer investeringen in Nyanza.
,,Ik vermoed dat de dankbaarheid zich alleen heeft geuit in de financiële situatie van NDP-parlementsleden. De meesten zijn ook zakenmensen en hun bedrijven doen het een stuk beter'', meent Churchill Otieno, journalist bij het onafhankelijke dagblad The Nation. De krant publiceert regelmatig over corruptie in Kenia. Het land bezet de negende plaats op de internationale ranglijst van corrupte landen. De boosdoeners zijn bekend, maar er wordt zelden actie ondernomen. Ook het juridische systeem is corrupt.
,,Veel van onze problemen kunnen worden opgelost met hervorming van de grondwet'', meent Eric Gor Sungu, een NDP-parlementariër. ,,Door onze samenwerking met de Kanu kunnen we invloed uitoefenen op het regeringsbeleid. Nyanza moet niet uit dankbaarheid voor de samenwerking meer steun krijgen van de regering. De provincie heeft net als alle provincies recht op een deel van de nationale taart.'' De regering stopt echter nog altijd minder geld in gebieden waar oppositiepartijen veel aanhang genieten.
Al jaren wordt aangedrongen op een grondige hervorming van de grondwet, die de president een bijna absolute macht geeft. Een grondwetswijziging is ook een van de eisen die internationale donoren verbinden aan hun ondersteuning. Nederland besloot vorig jaar de ontwikkelingssamenwerking met Kenia stop te zetten vanwege het slechte bestuur. Het Internationale Monetaire Fonds (IMF) draaide drie jaar geleden al de geldkraan dicht. Toch verstrekte de organisatie eerder dit jaar weer een lening van 450 miljoen gulden, nadat een ernstige droogte Kenia trof.
De vrees dat corrupte politici het geld verduisteren is groot en daarom moet de Centrale Bank van Kenia elke vrijdag de weekbalans faxen naar het IMF-hoofdkantoor in Washington. Maar slecht bestuur is een tweede natuur geworden van de Keniaanse overheid. De regering besloot onlangs bijna vier miljoen gulden donorgeld te besteden aan workshops in het land om een goed systeem voor armoedebestrijding op te zetten, terwijl er al lang een plan klaarlag. Kenianen kunnen slechts gissen hoeveel armoede bestreden had kunnen worden met dat geld.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.