De kwetsbaren in onze samenleving worden onnodig gedupeerd door het besluit om de kerktelefoon drie keer zo duur te maken. Het treft vooral ouderen, invaliden en zieken. Zij kunnen zich straks niet meer veroorloven via die speciale telefoonlijn de kerkdienst te volgen.
De plannen om per 1 mei de tarieven voor de kerktelefoon met ongeveer driehonderd procent te verhogen, zijn onbegrijpelijk. De bij de kerktelefoon betrokken partijen voeren het besluit met tegenzin door. Is het geen tijd om grenzen te stellen aan de vrije markt van de telecommunicatie?
Ruud Verdonck besprak onlangs in Trouw (30 december 1999) het volgens hem ,,meest bezopen bericht van de eeuw'', waarin stond dat de kerktelefoon per 1 mei duurder wordt. Het is inderdaad een zeer merkwaardig besluit dat - met uitzondering van de staatssecretaris van verkeer en waterstaat en de paarse fracties in de Kamer - door niemand wordt gedragen. Met name ouderen, zieken en invaliden die thuis via een speciale telefoonlijn de dienst van hun kerkgenootschap volgen, worden gedupeerd.
Het begon toen een kabelmaatschappij in Naaldwijk winst rook: het exploiteren van de plaatselijke kerktelefoon. Niet voor de gebruikelijke zeven gulden, maar voor maar liefst vierentwintig gulden per maand kon het publiek naar kerkdiensten uit de verre omtrek luisteren. Vanwege de vrije concurrentie dwong de Opta, toezichthouder op de post- en telecommunicatiemarkt, de KNP ook de kosten van de kerktelefoon aanzienlijk te verhogen.
Een korte tocht langs de verschillende betrokken partijen levert de volgende informatie op. De KPN wil de tarieven liever niet verhogen, omdat het een maatschappelijke vorm van dienstverlening is. Opta zelf blijkt met tegenzin aan de KPN opgelegd te hebben dat kerktelefonie niet onder de kostprijs mag worden aangeboden.
De politiek verantwoordelijke, staatssecretaris De Vries (Verkeer en Waterstaat) verschuilt zich echter achter het specifieke dienstverlenende karakter van kerktelefonie. Volgens haar kunnen alleen universele diensten buiten de vrije marktwerking op het terrein van de telecommunicatie worden gehouden. De kerktelefoon valt hier niet onder. Overheidsinterventie bij universele diensten is alleen mogelijk als het gaat om ,,brede, maatschappelijk onmisbare diensten, die niet meer geleverd zouden worden of alleen tegen onaanvaardbaar hoge prijzen,'' aldus de staatssecretaris onlangs in een kamerdebat.
Op basis van de argumentatie van de staatssecretaris zou het juist aannemelijk zijn de kerktelefoon wel als een 'universele dienst' te zien. Immers, gezien het aantal mensen dat gebruik maakt van de kerktelefoon kan worden gesproken over 'maatschappelijk onmisbare diensten'. Ongeveer 80 000 mensen - overwegend ouderen - hebben een aansluiting op de kerktelefoon. Bovendien leidt een tariefverhoging met zo'n driehonderd procent tot 'onaanvaardbaar hoge prijzen'.
De situatie wordt nog merkwaardiger als je bedenkt dat ook de toezichthouder Opta vorig jaar in een persbericht de staatssecretaris een aantal suggesties heeft gegeven waar echter niets mee is gedaan. Wanneer de tarieven ten minste kostendekkend dienen te zijn, biedt de Telecommunicatiewet aanknopingspunten om maatschappelijk ongewenste tarieven te voorkomen.
In het persbericht van 28 april vorig jaar gaf de Opta de volgende suggesties. Ten eerste kan kerktelefonie als universele dienst worden aangemerkt en ten tweede kan het worden bestempeld tot een voorziening tegen een relatief lage prijs. Zo bestaat het Belbudgettarief reeds, waarbij het lage abonnementstarief relatief laag is in vergelijking met de andere abonnementsvormen.
De staatssecretaris verwijst kerktelefoonluisteraars die de gestegen kosten niet kunnen betalen, naar de gemeentelijke bijstand of de plaatselijke diaconie. Hiermee wordt de verantwoordelijkheid naar de gemeenten of de kerken doorgeschoven, terwijl de overheid verantwoordelijk is voor de verhoging van de tarieven. Bovendien is de huidige generatie ouderen, die de crisisjaren nog heeft meegemaakt, in het algemeen mordicus tegen het 'de hand ophouden' bij een ander.
De PCOB vindt het daarom noodzakelijk dat het kabinet en de Tweede Kamer gebruik maken van de uitzonderingsbepalingen in de Telecommunicatiewet om deze kwetsbare groep mensen in onze samenleving tegemoet te komen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.