Genen die betrokken zijn bij de voortplanting -bij de aanmaak en de vorm van zaadcellen bijvoorbeeld- veranderen sneller van gedaante dan andere genen. Dat verschijnsel was bekend bij fruitvliegen, muizen en ratten, het blijkt nu ook op te gaan voor primaten, inclusief de mens.
Dat die 'voortplantingsgenen' zich zo snel verkleden heeft volgens biologen alles te maken met de permanente druk op een mannetjesdier om te paren en eitjes te bevruchten, wil hij zich met succes reproduceren. Om dat darwiniaans abc'tje gaat het immers: alleen met kroost slaag je erin je genen te conserveren. Dus valt er vooral winst te boeken met genen die het krijgen van nakomelingen bevorderen. Meer dan met genen die een marginale plus aan een onderdeel van het lichaam toevoegen.
De onderzoekers vergeleken genen van mensen en chimpansees die direct van invloed zijn op het uiterlijk van de zaadcel en vonden grote verschillen. Vergelijking van mensen en gorilla's liet zien dat dezelfde genen in gorilla's minder snel zijn geëvolueerd. Dat strookt met het succes dat een vlotte mutatie van de voortplantingsgenen bij chimpansees kan opleveren, opperen de onderzoekers in Nature (20/1). Chimpansees zijn promiscue, een vrouwtje paart met meerdere mannetjes. Om als man zeker te zijn van nageslacht is het zaak goede genen te hebben, zodat je zaad de concurrentie met dat van andere mannen doorstaat. Bij de gorilla is die druk minder, doordat daar één hooggeplaatste man een harem onderhoudt. Die weet vrij zeker dat de nakomelingen van hem zijn, waardoor er minder noodzaak bestaat aan zijn voortplantingsgenen te schaven.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.