,,Als je met me meegaat op huisbezoek laat ik je de ándere kant van ouderenzorg zien.'' Zuster Berggraaf is voorzitter van het Charlie's Bigisma Platform en directrice van Stichting Jepi dé - er is hulp. De rimpelloze huid van haar gezicht staat strak gespannen over de vooruitstekende jukbeenderen. Toch heeft haar gezicht iets zachts. Elk haartje van haar grijze pruik zit op zijn plaats. Een haarnet houdt haar kapsel in model. De spierwitte kroesharen die onder de pruik uit piepen, vormen het enige bewijs van een gezegende leeftijd. ,,Ik ben dan wel een oude vrouw, maar ik bruis van energie! We halen je maandagochtend om acht uur op.''
Met moeite kan ik het protest dat zich achter mijn lippen vormt binnenhouden. Eén ding in dit land waar ik nooit aan zal wennen is het ochtendleven. Uitslapen is er niet bij.
Maandagmorgen om acht uur precies stopt de witte minibus van Jepi dé bij mij voor de poort. Zuster Berggraaf zit voorin. In een hooggesloten, roze blouse en met een onberispelijk kapsel zit ze naast de chauffeur. Niets in haar wakkere ogen verraadt het vroege tijdstip. Na de nachtelijke regenbuien voelt de lucht koel aan. Ik voel me brak door een gebrek aan slaap.
,,Dit is meneer Frederik, hij rijdt al heel lang voor me.'' Weerbarstige plukken grijs haar steken onder de rode Nike-pet van de Javaan uit. ,,En dit is zuster Lygia Medar. Zij werkt vanaf het begin bij me, al vijftien jaar, is het niet, Lygia?'' Terwijl Lygia bevestigend knikt, knijpt ze mijn uitgestoken hand fijn. Haar pretogen kijken me ondeugend aan, alsof ze elk moment in lachen kan uitbarsten.
,,We gaan eerst naar Markt-Zuid.'' Frederik zet het busje in beweging en ontwijkt behendig de eerste kuil in de weg. Zuster Berggraaf maant hem tot kalmte. ,,Tek ing safri safri - doe het rustig aan. Je hoeft niet te vliegen, het is geen SLM!'' En tegen mij: ,,Dit busje is al elf jaar oud. Het is onze levensader. Als het kapot gaat, kunnen we wel stoppen.'' In de stromende regen bereiken we de markt.
,,Vandaag gaan we naar vijf adressen, dus maak vijf pakketjes voor me,'' zegt ze tegen de Hindoestaanse bij de groentestal. Haar blik gaat over de rijk uitgestalde groente. ,,Doe maar oker, tayerblad en kouseband.'' Tegen mij fluistert ze: ,,Die oudjes eten geen groente en fruit meer, alleen witte rijst met suiker of boter. Soms hebben ze geld voor gezouten vis.'' Diep in gedachten verzonken kijkt ze naar het geld in de witte enveloppe. ,,Doet u ook maar wat pompoen en boulanger- aubergine. Liefst zachte dingen. Is dit zo genoeg, Lygia?''
,,Ja zuster, genoeg voor vijf dagen. Doet u er nog maar wat fruit bij. Luister wat je voor me moet doen,'' vervolgt zuster Berggraaf tegen de Hindoestaanse. ,,Je moet me wat sappige sinaasappels geven. Het zijn oude mensen, dus het fruit mag niet voos zijn. Doe ook maar wat stevige bananen.'' Ze geeft de verkoopster een stapel bankbiljetten. ,,Hier heb je dertienduizend.''
Met als cadeau wat extra fruit voor onderweg verdwijnen we in de minibus. Slalommend weet Frederik zijn weg te vervolgen in het deels geasfalteerde maanlandschap.
,,Het eerste oudje waar we bij op bezoek gaan heeft twee kleinzonen die niet willen deugen. Ook dat soort problemen komen we tegen.''
(Wordt vervolgd)
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.