*

 
dossier

Archief

doka

door Monique de Heer − 27/01/00, 00:00

Koosje Koenen (24) loopt stage bij fotograaf Sander Veeneman.

Voor de etalageruiten van de studio die gedeeld wordt door drie gerenommeerde fotografen hangen deze maanden portretten die stagiaire Koosje Koenen maakte van haar eigen vriendinnen. Stage lopen bij fotograaf Sander Veeneman betekent dat Koosje ook door moet gaan met haar eigen ontwikkeling. ,,Hij wil niet dat je alleen maar achter hem aanloopt.''

Halverwege het grafisch lyceum wist Koosje dat ze fotograaf wilde worden en ze ging daarom direct door naar de Koninklijke academie voor beeldende kunsten in Den Haag. Voor haar eerste stage koos ze fotograaf Sander Veeneman zelf uit vanwege zijn techniek. ,,Sander werkt met een technische camera met een groot negatief. Het ziet er heel ouderwets uit, als je aan het werk bent. Je hebt zo'n lap over je hoofd en moet scherpstellen met een loep.'' Koosje haalt er foto's bij want dat praat toch makkelijker. Katja Schuurman zit in een weiland. Een schaatser ligt op zijn buik in het bos. Ze wijst de scherpgestelde delen van de foto aan. ,,Normaal zit een lens recht voor de film. De technische camera maakte het mogelijk de film schuin te houden waardoor je heel bijzondere foto's krijgt. Dat vond ik zo speciaal dat ik bij hem stage wilde lopen.'' Zelf heeft ze de technische camera niet gebruikt tijdens haar stage. ,,Ik gebruik zelf toch liever een handzamer camera op de set, dan ben je mobieler.''

Koosjes stage kent twee soorten dagen. Als er wordt gefotografeerd gaat ze mee met de fotograaf. De werkverdeling op locatie is dan strak. Koosje helpt mee met het opzetten van de set. Veeneman gaat fotograferen en Koosje vult de cassettes met film. En ze beheert het emmertje met de natriumsulfietoplossing. ,,Hij werkt met polaroid maar wel met negatieven. Die ontwikkel ik direct ter plaatse in de emmer. Als we dan weer terug zijn in de studio hoef ik ze alleen nog schoon te spoelen en te drogen.'' Omdat hun eigen ontwikkeling door moet gaan tijdens de stage, geeft Veeneman zijn stagiaires ook opdrachten. Koosje: ,,De eerste is altijd dezelfde: fotografeer je ouders. Daarna heb ik de portretten van mijn vriendinnen gedaan die nu voor het raam hangen. Hij bespreekt het heel uitgebreid.'' Tijdens de stage heeft Koosje geleerd spontaner te zijn dan op school. ,,Op school heb je een idee, dan maak je een concept dan wordt dat doorgesproken, dan schrijf je weer een concept en spreekt dat weer door. Tegen de tijd dat je echt aan de gang gaat is de spontaniteit er wel af. Hier heb ik geleerd veel meer op mijn gevoel af te gaan. 'Je wordt geen fotograaf maar beeldvormer', zeggen ze in Den Haag. Ik wil allebei worden.''

De dagen dat er niet op locatie wordt gefotografeerd, staat Koosje voornamelijk in de donkere kamer. De bakken met ontwikkelaar en fixeer zijn verdwenen uit de moderne fotostudio. Als Koosje foto's ontwikkelt gaan ze in een 'doorloopmachine'. Die piept als de foto's klaar zijn. De romantiek van het langzaam zien opkomen van het beeld in de bak ontwikkelaar is verdwenen. Koosje: ,,Maar je staat ook niet meer de hele dag boven de chemicaliën. En thuis heb ik de bakken natuurlijk nog wel staan.''

Sander zoekt de negatieven uit en Koosje drukt af zoals zij denkt dat het goed is. ,,Maar het is zijn kritische oog dat ziet of het voldoende is. Je moet daarom zien met andermans ogen. Het zijn z¡jn foto's. De print moet helemaal perfect zijn van hem. Is het zwart wel echt zwart? Hoe grijs moet het grijs zijn, het gaat bij afdrukken om zulke subtiele verschillen. Tien keer overdoen is weinig, vijftig keer komt ook wel voor.''

mailIcon print |