*

 
dossier

Archief

'We hebben niets te verliezen'

Toine van Corven − 10/02/00, 00:00

Vanmiddag praat een delegatie van 'zigeuners' met premier Kok en de ministers Borst (welzijn) en Zalm (financiën) over een mogelijke genoegdoening voor vervolging in de oorlog door de nazi's en achterstelling van Sinti en Roma in de jaren daarna. De delegatie staat onder leiding van Lalla Weiss, coördinatrice van de Landelijke Sinti Organisatie (LSO).

Ook al woont ze in Best in een rijtjeshuis, als kleindochter van de bekende orkestleider Tata Mirando is Lalla Weiss (38) een echte 'zigeunerin'. Haar strijdbaarheid voor een betere positie van zigeuners wortelt in haar jeugd. In Den Haag geboren als jongste telg van een gezin met zeven kinderen, verhuisde ze als klein kind naar Dieren. ,,We stonden enkele jaren op het woonwagenkamp, maar daar weet ik niets meer van. Ik was vier toen we in een huis gingen wonen.'' Ze bewaart goede herinneringen aan die tijd. ,,Ons huis was van binnen net een woonwagen. De muren waren met hout bekleed, het plafond was verlaagd, zelfs het doorzonraam was vervangen door twee openslaande ramen, net als in de woonwagen. Maar na een jaar of zeven hielden mijn ouders het voor gezien. Ze wilden per se in een woonwagen wonen.''

Het gezin Weiss verhuist naar het woonwagenkamp in Best. Voor de dan 11-jarige Lalla is het een cultuurshock. ,,We waren luxe gewend. Het kamp was één grote modderpoel. Met één waterpomp en één stroompaal voor vijftien wagens - als er al stroom was . . . Onze behoefte deden we gewoon in het bos. Ja, omwille van hun vrijheidsgevoel was dat mijn ouders allemaal waard.''

Discriminatie had ze in Dieren nooit meegemaakt. In Best was dat anders. ,,Wij moesten naar school als de andere kinderen naar huis gingen, om kwart over drie 's middags. We werden vanaf het kamp met een busje opgehaald. De burgerkinderen scholden ons uit voor vuile, domme zigeuners. Dat heeft me toen diep geraakt.''

Het zou nog veel erger worden. ,,Ik was met elf jaar de oudste en zat met veel jongere kinderen in één groep. Ik zat in de vierde klas, terwijl ik in Dieren in de zesde zat. We kregen amper les. De juffrouw zat gewoonlijk haar nagels te lakken of te telefoneren. Ik heb dat aan mijn vader verteld en die heeft er werk van gemaakt. Na enkele weken kregen we op dezelfde tijd les als de andere kinderen, maar ik zat nog steeds in de vierde, samen met andere zigeunerkinderen. Daar viel niet aan te tornen.'' ,,Op een dinsdag - we werden met het busje naar zwemles gebracht - hoorde ik een ambtenaar tegen de chauffeuse zeggen dat ze 'tuig' als ons maar 'het beste het kanaal in konden rijden'. Ook dat vertelde ik tegen mijn vader, waarop de mannen van het kamp het (lege) busje inderdaad in het kanaal hebben geduwd. Dat betekende het einde van mijn schoolcarrière.''

Thuis op het kamp, waar veel bewoners konden lezen noch schrijven, werd Lalla om de haverklap gevraagd om brieven te schrijven of te telefoneren. ,,Ik was twaalf en merkte toen al dat wij niet serieus worden genomen en van het kastje naar de muur gestuurd.'' De incidenten in haar jeugd en dit vroege inzicht hebben haar, zegt zij, gevormd. Op haar dertigste ging ze naar de sociale academie, om later als beroepskracht aan de slag te kunnen voor de mede door haar opgerichte LSO, waarvan de naam overigens binnenkort verandert in Landelijke Sinti en Roma Organisatie. Uit waardering voor haar werk kreeg Weiss in 1997 een stipendium van 5000 gulden van de Marga Klompé Stichting.

De Tweede Wereldoorlog en de jaren daarna trokken een zware wissel op haar familie, weet zij van talloze familieverhalen. Van haar vaders kant werden 21 mensen weggevoerd. Van moeders kant 48. ,,Ik heb er uiteraard niemand persoonlijk van gekend, maar door de verhalen en foto's lijkt het van wel.''

In exacte aantallen is het leed dat de Joodse gemeenschap is aangedaan vele malen groter, maar alleen individuen tellen, zegt Weiss. ,,Van de ongeveer 3500 Sinti en Roma in Nederland overleefden velen de oorlog niet en is een groot deel van de overlevenden getraumatiseerd. Ik ken een vrouw op wie Mengele medische experimenten uitvoerde en die nu moet rondkomen van een minimaal pensioentje. Schandalig!''

Tijdens het gesprek, vanmiddag in Den Haag, wil de LSO in ieder geval kenbaar maken dat de commissies die de positie en roof van Sinti en Roma hebben onderzocht, zich bijzonder slecht van hun taak hebben gekweten. ,,Ons is nooit iets gevraagd en op cruciale momenten is verzuimd ons te informeren, waardoor we ons recht niet konden halen. De commissie-Van Kemenade, die onlangs rapport uitbracht over de geroofde Joodse bezittingen, rept in slechts 25 regels over roof en deportatie van Sinti en Roma. De commissie-Dolman, die in juli 1999 adviseerde over terugbetaling van geroofd goud, consulteerde ons in het geheel niet, waardoor geld waarop wij recht hebben, nooit is betaald.''

,,Daar willen we nu op terugkomen. We willen er zoveel mogelijk uitslepen voor de mensen die het aan den lijve hebben meegemaakt. Ook willen we genoegdoening voor de achterstand die we hebben opgelopen doordat niemand zich voor ons heeft willen inzetten. Plus een onderzoek naar de Nederlandse rol tijdens de oorlog bij de zigeunervervolging.''

Het is nooit met geld goed te maken, weten ze. Erkenning van het leed dat hen is aangedaan is op zich ook al veel waard, maar niet genoeg. ,,Compensatie voor de opgelopen achterstand zou goed kunnen in de vorm van (onderwijs)projecten voor onze kinderen.'' Maar als genoegdoening zou neerkomen op een symbolisch bedrag, durft ze niet te voorspellen hoe haar volk zal reageren. ,,We hebben vertrouwen in een goede afloop. Ik denk dat de regering wakker geschrokken is, inziet dat we wéér zijn vergeten. We krijgen veel steun van de bevolking, met name van de Joodse gemeenschap, die ons goed adviseert. Alle zigeuners leven mee, merk ik aan de reacties die bij de LSO binnenkomen. 'Ga er maar voor', zeggen ze. 'Het is nu of nooit. We hebben niets te verliezen' . . .''

mailIcon print |