De raadsman van de Bredase officier van justitie Cees van Spierenburg had gelijk toen hij deze week zei dat met de vrijspraak van zijn cliënt de leugen van tafel is. Die leugen bestond eruit dat de officier, samen met politiechef Ben van Zon, meineed zou hebben gepleegd met de verklaring dat zij met de kroongetuige in de Juliët-zaak geen concrete strafeis hadden afgesproken, zeg maar een 'deal', hadden gesloten. Over die mogelijkheid blijkt alleen te zijn gesproken en dat is wat anders.
Met de vrijspraak van het tweetal is er ook een andere leugen van tafel, namelijk de veelvuldig gehoorde aantijging dat het openbaar ministerie in het algemeen niet zuiver op de graat zou zijn. Met een verwijzing naar de IRT-affaire staat menig advocaat tegenwoordig klaar met de bewering dat het OM zich van ondeugdelijke methoden bedient; vaak met de bedoeling zand in de machinerie te strooien en criminelen vrij te pleiten.
Welnu, in dit concrete geval heeft het OM in ieder geval bewezen dat, als er verdenking in die richting bestaat, het niet aarzelt een eigen collega te vervolgen. Zo hoort het ook. Per slot van rekening is er ten tijde van de IRT-affaire wel degelijk het nodige fout gegaan. Van die leugen mag het OM zich in dit geval bevrijd weten. Een vrijspraak is een vrijspraak.
Toch zit er ook een minder aangename kant aan deze vrijspraak. Dat zit zo: eerder was het een advocaat die op grond van een stiekem gemaakte bandopname beweerde dat de officier onwaarheid had gesproken. Het gerechtshof in Den Bosch vond dit aannemelijk. Dat had grote gevolgen voor de strafzaak tegen de leden van de gewelddadige Juliët-bende, die veel lagere straffen kregen voor mishandeling, afpersing en drugshandel. Die uitkomst is in het licht van de huidige vrijspraak ronduit onbevredigend.
De verklaring is dat wat voor de raadsheren 'aannemelijk' is, niet hetzelfde is als een bewijs van meineed. Dat zijn twee verschillende zaken. Het minste wat je er wel van kunt zeggen is dat de raadsheren zich wel erg makkelijk door de advocaat hebben laten overtuigen, met voor de Juliët-bende aangename gevolgen. Die zijn met de vrijspraak van de officier niet meer terug te draaien. De leugen mag dan van tafel zijn, de Juliët-bende is wel de lachende derde.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.