*

 
dossier

Archief

'Intuïtie gaat bij creatieve mensen vooraf aan het argument'

Stijntje Blankendaal − 10/01/00, 00:00

,,Is er ooit iemand door een Godsbewijs door de knieën gegaan? Mijn vrienden theologen konden het niet bevestigen. De Frankische vorst Clovis had het zwaard als dwingend argument om zijn mannen te bekeren.' Cornelis Verhoeven, filosoof, gelooft niet in argumentatie of in het debat als de weg naar nieuwe inzichten, maar in intuïtie als bron van nieuwe kennis.

De kunst van het debatteren wint sinds enkele jaren aan populariteit in Nederland. Voorzitter Jeltje van Nieuwenhoven lijkt er volgens Verhoeven echt lol in te hebben als zij de Tweede Kamer tot de orde roept en een programma als 'Het lagerhuis' wordt goed bekeken. Debatingclubs (societies), waar vooral studenten proberen in debatwedstrijden hun Amerikaanse en Engelse collega's de loef af te steken, schieten als paddestoelen de grond uit. En Trouw doet mee aan een elektronische debatwedstrijd, het 'E-debat', op de website van de Digitale Stad Amsterdam, waarop burgers mogen betogen over maatschappelijke stellingen.

Maar het is volgens Verhoeven nog nooit gebeurd dat mensen tot inzicht zijn gekomen in een politiek debat. Creatieve deskundigen staan veelal open voor nieuwe ingevingen. Vervolgens moeten zij die nog wel bewijzen, wat in bijvoorbeeld de wis- of geneeskunde uiteindelijk de meeste tijd vergt.

Verhoeven heeft een vergelijkbare kritische houding tegenover 'de schijnvertoningen' in de Tweede Kamer als Plato en zijn leermeester Socrates tegenover de sofisten in de Griekse samenleving in de vijfde eeuw voor Christus. De sofisten gaven les in de retorika of de kunst van de logos, het woord: een vaardigheid die vóór alles belangrijk was in het antiek democratisch staatsbestel. Iedere burger had toegang tot de Ekklesia, de volksvergadering, en kon daar met het gesproken woord direct invloed uitoefenen op de besluitvorming. Politici of redenaars waren dus afhankelijk van hun vermogen om de Ekklesia te overtuigen en de sofisten pretendeerden op te leiden tot 'politieke expertise'.

Protagoras, een van de bekendste sofisten, leerde zijn leerlingen argumenteren pro en contra eenzelfde onderwerp, zonder er op te letten of het om een goede of een slechte zaak ging. Sokrates vond het, in de woorden van Plato, amoreel om te spreken met de bedoeling te bedriegen. Bovendien: 'als je je laat betalen voor onderwijs en ingaat op vragen over willekeurig welk onderwerp, dan maak je jezelf tot slaaf, omdat je een gesprek móet aangaan met degene die daarvoor betaald heeft.' Maar de sofisten vertegenwoordigden wel veel plezier, want de Grieken gingen naar de volksvergaderingen als was het naar een mooie voetbalwedstrijd, waar ze genoten van lange en mooi lopende zinnen.

Verhoeven: ,,Ik vroeg mezelf af of ik ooit weleens had meegemaakt dat aan het einde van een debat de één de ander gelijk gaf. Maar dat gebeurt nooit, zeker niet in de Tweede Kamer, waar ellenlange discussies plaatsvinden, maar waar de argumenten er uiteindelijk niets toe doen. Het is discussiëren om het discussiëren en vooral niet van je standpunt wijken. Een 'mening' is bovendien vaak niet eens een mening, maar een expressie van negatieve gevoelens.'

,,Het probleem in het debat is dat de standpunten van te voren al klaar liggen voor verdediging, waarmee het doel van onderlinge overeenstemming bij voorbaat verloren is. Dat doel bestaat überhaupt niet. In georganiseerde discussies is de zaak al van alle kanten bekeken en wordt er niet meer echt nagedacht. Debatteren is pesten en soms mag ik dat graag zien, als bijvoorbeeld Marcel van Dam of Paul Witteman een opgeblazen kikker onderuithaalt. Op zo'n moment wordt Witteman echt niet gedreven door nieuwsgierigheid.'

,,Maar als je mij van een inzicht zou kunnen overtuigen, zou ik dat buitengewoon fijn vinden. Daarmee zou je me namelijk verlossen van een beperking in inzicht en een nieuwe visie op de werkelijkheid geven. Dat gebeurt soms weleens in spontane gedachtenwisselingen, zoals in de kroeg. Borrelpraat is vrijblijvend, er staat niets op het spel, waardoor je zonder harnas bent en opeens kunt denken: verrek! Zo zit het.'

,,Plato wilde door overleg in de zogenaamde 'Sokratische dialogen' samen tot een standpunt komen. Hij wilde eerst weten waarover hij praatte, voor hij een mening formuleerde. Volgens mij is dát zijn intuïtie, de basisintuïtie van het platonisme. Als hij met de sofisten over de rechtvaardige staat praat, vraagt hij zich eerst af: wat is rechtvaardigheid? Bestaat er wel zoiets als rechtvaardigheid? Pas als de onvervreemdbaarheid van een begrip eenduidig vaststaat, kan er gepraat worden.'

mailIcon print |