*

 
dossier

Archief

Praten over de Iraanse moordmachine is taboe

Judit Neurink − 14/12/00, 00:00

De moordmachine, die bijnaam is in Iran in zwang geraakt voor een groep mensen binnen de overheid die tussen 1997 en begin 1999 zo'n tachtig intellectuelen en tegenstanders van de conservatieven in binnen- en buitenland liet vermoorden.

Met name de moord op vier intellectuelen eind 1998, onder wie de schrijver Mohamed Mokhtari, houdt de gemoederen nog steeds bezig, dankzij het graafwerk van journalist Akbar Ganji. Die ontdekte dat de opdracht voor de moorden van het ministerie van veiligheidszaken kwam.

Hoewel eind deze maand het proces begint tegen achttien verdachten in de moordzaak, heeft de overheid alle commentaar erover in het openbaar verboden. De advocaat die namens de familieleden van twee van de vermoorde intellectuelen handelt, stoorde zich daar niet aan toen hij tegenover buitenlandse journalisten twijfel uitsprak of het proces wat zal opleveren.

Advocaat Zarafsjan gaf aan dat de dossiers allesbehalve compleet zijn. Bovendien ontbreekt een getuigenis van het brein achter de moorden Said Emami, de hoogste ambtenaar die was opgepakt. Hij zou in de cel 'zelfmoord' hebben gepleegd. Zarafsjan werd maandag opgepakt om achter tralies zijn uitlatingen te overdenken.

Hij was niet de enige: acht vrienden en familieleden die vorige week de moord op de intellectuelen wilden herdenken met een openbare bijeenkomst, kwamen pas na vier dagen cel vrij. Een adviseur van president Khatami die in het openbaar sprak over de 'moordmachine', is aangeklaagd wegens het 'verspreiden van leugens'.

En Akbar Ganji zit sinds april in de gevangenis, vanwege zijn aanwezigheid bij een omstreden conferentie in Berlijn. Toen hij vorige maand voor die zaak voor de rechter verscheen, maakte hij van dat moment gebruik om informatie over de moorden die hij nog niet had kunnen publiceren, te openbaren.

Hij beschuldigde de toenmalige minister voor veiligheidszaken Fallahian opdracht te hebben gegeven voor de vier moorden. Het ministerie heeft in 1998 toegegeven dat die moorden door zijn agenten zijn gepleegd, maar die zouden zelfstandig hebben geopereerd. Ganji beschuldigde ook de vooraanstaande geestelijke Mohseni Ejei ervan een doodsvonnis te hebben getekend tegen in ieder geval één van de vier. Ejei is een belangrijke rechter, die lid is van de speciale persrechtbank die de afgelopen maanden ruim twintig bladen heeft verboden.

Het is vrijwel zeker dat Ganji's beschuldigingen geen rol zullen spelen bij het proces dat later deze maand plaatsvindt. Alleen als Fallahian en Ejei hem wegens laster aanklagen, heeft hij een kans de bewijzen die hij zegt te hebben, op tafel te leggen. Maar de kans daarop lijkt heel klein.

mailIcon print |