Een paar honderd, meer zijn het er niet. Slechts een handjevol Serviërs heeft zich laten registeren voor de gemeenteraadsverkiezingen die later dit jaar -een precieze datum is er nog niet- in Kosovo zullen worden gehouden.
De Serviërs hebben massaal besloten de verkiezingen te boycotten. De omstandigheden zijn er, zeggen ze, absoluut niet naar om een eerlijke stembusgang mogelijk te maken. Ze wijzen erop dat dagelijks Serviërs het slachtoffer zijn van geweld van Albanezen. Dat ze opgesloten zitten in kleine enclaves, die ze alleen min of meer kunnen verlaten onder escorte van militairen van Kfor. Dat zeker 150000 Serviërs als vluchteling nog altijd elders verblijven.
Medewerkers van de vele internationale organisaties die in Kosovo werkzaam zijn, geven schoorvoetend toe dat de Serviërs in een weinig benijdenswaardige positie verkeren. ,,We hebben de wraakzucht van de Albanezen absoluut onderschat'', zegt er één, die anoniem wenst te blijven. ,,We kunnen de Serviërs slecht beschermen.'' Toch vinden ze de weigering van de Serviërs onverstandig. Die laten zo hun stem verloren gaan, want uitstel van de verkiezingen bereiken ze er toch niet mee. ,,Dat zou de Serviërs een veto geven over het begin van de democratie in Kosovo'', heet het.
Maar er staat meer op het spel. De kiezersregistratie -waarvan de deadline op de valreep werd verschoven van vandaag naar komende woensdag- beslist niet alleen wie er straks naar de stembus mag. ,,De gegevens die hiermee worden verzameld gaan de nucleus vormen van een nieuw bevolkingsregister'', aldus een medewerker van de OVSE, de organisatie die de verkiezingen in goede banen moet leiden. ,,Maar dat is absoluut niet duidelijk gemaakt.'' Als je niet snel zorgt dat je in de nieuwe databank komt, ben je weg, aldus de OVSE'er. En het wordt ook steeds moeilijker om eigendom te claimen.
In tegenstelling tot Bosnië, waar de organisatoren van de eerste post-Dayton-verkiezingen, gebruik konden maken van de gegevens van de volkstelling uit 1991, bestaan er in Kosovo geen betrouwbare bevolkingsgegevens. De census van 1991 werd door de Albanese Kosovaren geboycot, evenals de diverse verkiezingen in Joegoslavië/Servië in de jaren negentig. Tijdens de oorlog in 1999 ontnamen vervolgens Servische (para-)militairen vele Albanezen hun identiteitspapieren en werden archieven vernietigd, hoewel, aldus de International Crisis Group, een internationale denktank, inmiddels gebleken is dat de 'omvang minder was dan gevreesd'.
VERVOLG OP PAGINA 5
Verkiezingen in Kosovo zware klus voor OVSE
VERVOLG VAN PAGINA 1
Albanese Kosovaren hebben zich wel in groten getale laten registeren. Niet zozeer omdat zij zich en masse de bredere implicaties van deze stap realiseren, maar omdat ze de verkiezingen graag willen. Het is immers het officiële begin van het Albanees gezag over Kosovo, dat nu nog, tot steeds grotere ontevredenheid van óók de Albanese Kosovaren, door de internationale gemeenschap wordt bestierd.
Het VN-bestuur, UNMIK, staat daarmee voor een groot dilemma. De VN'ers willen de Serviërs geen veto geven over de verkiezingen, maar ze wel bij het toekomstig bestuur betrekken. Daarom is besloten dat Bernard Kouchner, hoofd van de VN-missie, zelf gemeenteraadsleden kan aanwijzen als hij dat nodig vindt, gezien de lokale omstandigheden.
Vorige maand probeerde Kouchner de Serviërs gunstiger te stemmen door hun te beloven meer te doen voor hun bescherming. Dat bracht hen er niet toe hun besluit de verkiezingen te boycotten in te trekken, maar deed hen wel terugkeren in het interimbestuur, waaruit zij zich enkele maanden geleden hadden teruggetrokken. Dat schoot echter Hashim Thaci weer in het verkeerde keelgat, die prompt zíjn medewerking aan het interimbestuur opschortte en zelfs dreigde ook de verkiezingen te gaan boycotten.
Of hij in dat laatste de Albanezen mee krijgt, is de vraag. Niet omdat zij de beslissing van Kouchner wél ondersteunen, maar omdat Thaci, voormalig leider van het Kosovaarse Bevrijdingsleger (UCK), tegenwoordig voorzitter van de Democratische Partij Kosova (PDK) lang niet zo populair (meer) is als lang is gedacht.
Uit opiniepeilingen blijkt dat een meerderheid van de bevolking de voorkeur geeft aan de Democratische Liga van Kosova (LDK) van Ibrahim Rugova, de man die tien jaar als de onbetwiste leider van de Kosovaarse Albanezen gold, maar die titel tijdens de oorlog af moest staan aan Thaci. 'De slang' is echter niet van plan zijn machtspositie zonder slag of stoot op te geven. Steeds vaker doen geruchten de ronde over intimidatie van politieke tegenstanders.
De onderlinge verschillen tussen de Kosovaarse Albanezen, die de internationale gemeenschap in Rambouillet al tot wanhoop dreven, komen weer steeds vaker aan het licht. Dat is niet meer dan normaal. Minder aangenaam is echter de manier waarop de verschillen worden beslecht. Vorige week werd een aanslag gepleegd op Ramush Haradinaj, ex-collega van Thaci, die inmiddels zijn eigen partij heeft opgericht. De OVSE krijgt nog een zware klus de komende maanden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.